Migratie kan beter worden gemanaged door beleid af te stemmen op gedrag van migranten, stelt sociaal wetenschapper Sanne Noyon. Een vraaggesprek over menselijk gedrag, beleid en ethiek.

Allereerst, waarom moeten we migratie managen?

'Beleid probeert altijd om gedrag te sturen. Het is erop gericht om mensen bepaalde keuzes te laten maken. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft mij gevraagd te onderzoeken of gedragsinzichten ook toepasbaar zijn bij migratiebeleid. Dat blijkt het geval. Migranten zijn gewoon mensen, die beslissingen nemen, een hele serie zelfs: vertrek ik, waar naartoe, en hoe? Als overheid kun je proberen die beslissingen te beïnvloeden, wat beleid per definitie al doet. Gebruik maken van kennis rondom menselijk gedrag maakt beleid meer effectief, maar het verandert niets aan het doel ervan.'

Hoe maak je gebruik van gedragsinzichten?

'Gedragsinzichten zijn simpelweg waarnemingen op basis van menselijk gedrag. Het zit in kleine dingen. Mensen doen eerder iets als het makkelijk is. Als je appels in de kantine op ooghoogte legt, worden ze meer verkocht. Als de procedures om naar Nederland te komen voor werk simpel zijn, lukt het beter om migranten aan te trekken voor de Nederlandse arbeidsmarkt.'

Is dat niet manipulatief?

'Niet als je het openlijk doet. Zoals de aanpassing van de donorwet, die is duidelijk gebaseerd op gedragsinzicht: het zorgt voor meer donoren als je automatisch als orgaandonor geregistreerd staat in plaats van dat je daarvoor actie moet ondernemen. Mensen hebben de keuze, maar door de inrichting van het proces is het waarschijnlijker dat ze voor donatie gaan. Die aanpassing riep heftige reacties op, maar ik denk dat het heel goed is dat de discussie wordt gevoerd. Onder meer omdat donorregistratie ook betrekking heeft op kwetsbare groepen, zoals mensen die niet weten hoe DigiD werkt of hun post niet openen.'

Gedragsinzichten bieden mogelijkheden voor sturen migratiebeleid

Hoe kunnen Nederlandse beleidsmakers beter omgaan met migratie? Er is veel kennis over besluitvormingsprocessen onder migranten, maar die wordt nog niet (bewust) toegepast in het Nederlandse migratiebeleid. Onderzoek van het WODC wijst uit dat beleidsinterventies gebaseerd op gedragsinzichten een effectieve aanvulling kunnen vormen op het beleidsinstrumentarium. Het kennen van de doelgroep en weten wat de drijfveren zijn, is van belang om gedragsinzichten goed te kunnen toepassen.
Lees het rapport op WODC.nl

Migranten zijn ook kwetsbaar.

'Migranten hebben zeker een kwetsbare positie ten opzichte van de overheid, en dus heeft de overheid grote verantwoordelijkheid. Dat wil niet zeggen dat het inzetten van gedragsinzichten negatief is. Als het gaat over terugkeer of het afschrikken van migranten die weinig kans maken op verblijf in Nederland bijvoorbeeld, blijkt dat de keuzes die migranten maken goed te verklaren zijn vanuit de gedragswetenschap. Denk aan migranten uit een land met strenge winters. Zij keren niet terug in het najaar, omdat ze niet willen riskeren dat ze dan geen onderkomen hebben. Maar misschien staan ze er wel voor open om in het voorjaar terug te keren naar het land van herkomst. Door je te verdiepen in de motivaties van migranten kun je erop inspelen.'

Beleidsmakers moeten migranten beter leren begrijpen?

'Er wordt volop onderzoek gedaan naar hoe migranten zich gedragen. En vaak worden gedragsinzichten al toegepast in beleid, maar niet bewust. Daardoor hebben we geen overzicht van de toepassingen en weten we ook niet wat werkt. Ben je er wel bewust van, dan kun je beleid effectiever maken en zorgen dat het zorgvuldig en ethisch gebeurt. Dat gedragsinzichten al wel onbewust worden gebruikt, heeft als voordeel dat het geen grote cultuuromslag vraagt om het bewust toe te gaan passen.'

Hoe pas je het bewust toe?

“Er zijn vaak maar kleine aanpassingen nodig. Bijvoorbeeld in de timing. Of je in oktober of in maart met iemand praat over terugkeer, maakt niet zozeer uit voor de kosten van zo’n gesprek, maar wel voor de impact. Terugkeerteams van de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) voeren tegenwoordig motiverende gesprekken, waarbij een relatie wordt aangegaan met de migrant. In plaats van simpelweg mee te delen dat iemand terug moet naar het land van herkomst, wordt in gesprek gegaan over de specifieke situatie en mogelijkheden. De inzet is iemand te begeleiden bij het denkproces dat kan leiden tot terugkeer. Of deze meer sociale aanpak leidt tot meer terugkeer, moet nog blijken. Maar in een beleidsevaluatie staat dat medewerkers van terugkeerteams het proces prettiger vinden. Ook inzichten over hoe mensen in de asielketen prettig werken, kunnen bijdragen aan beter migratiebeleid.”

Beter voor wie?

'Voor iedereen, ook voor migranten zelf. Het is goed als bewust gebruik wordt gemaakt van gedragsinzichten. Dat leidt tot beter beleid, voor zowel beleidsmakers als de mensen die erdoor geraakt worden. Je moet als overheid duidelijk hebben welke boodschap je wilt overbrengen, wie dat het beste kan delen, wanneer en hoe. Je kunt het dan ook benoemen en transparant zijn. Gedragswetenschappelijke literatuur stelt dat als je mensen vertelt wat je doet, het net zo goed werkt. Ze pakken toch de appel op ooghoogte, ook als ze weten dat die daar bewust geplaatst is om mensen te stimuleren gezondere keuzes te maken.'

Maar het is niet altijd zo duidelijk wat de verstandige keuze is...

'Juist daarom is het belangrijk migranten te begeleiden in het maken van keuzes. Zo worden mensen in West-Afrika geïnformeerd over mogelijke migratie naar Nederland, zodat ze realistische verwachtingen hebben en zo een beter doordachte keuze maken. Inspelen op het inzicht dat de boodschap beter aankomt als deze gebracht wordt door teruggekeerde migranten dan door de Nederlandse overheid, maakt dit beleid effectiever.'

Kortom, migratiebeleid moet meer en beter worden afgestemd op het gedrag van migranten?

'Mijn aanbeveling is om de toepassing van gedragsinzichten bij migratiebeleid verder te onderzoeken: formuleer specifieke doelen, analyseer de context, test interventies. Ik wil niet de indruk geven dat het toepassen van gedragsinzichten het antwoord op alles is, en dat we bijvoorbeeld nooit meer ongedocumenteerden zullen hebben in Nederland. Maar effect heeft het wel. Het is niet de bedoeling om alle traditionele beleidsinstrumenten te vervangen; het zou mooi zijn als gedragsinzichten aanvullend worden ingezet. Door dit bewust en openlijk te doen, kan het zorgvuldiger gebeuren.'

Sanne Noyon is verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), het kennisinstituut voor het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het WODC doet onafhankelijk onderzoek ter ondersteuning van beleid en uitvoering.