Nederland moet accepteren dat het een migratieland is en daar structureel beleid voor ontwikkelen. Zo kunnen migranten die zich in Nederland vestigen sneller hun weg vinden en onderdeel worden van de Nederlandse samenleving. Dat schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het advies Samenleven in Verscheidenheid dat maandag 14 december werd aangeboden aan minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en aan Leonard Geluk, algemeen directeur van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Migratie is een permanent onderdeel van onze samenleving geworden en dit vereist dat het beleid daar structureel aandacht aan besteedt. In het advies Samenleven in verscheidenheid wijzen de onderzoekers erop dat de samenstelling en de verblijfsduur van de groep migranten in Nederland is veranderd, maar dat dat niet heeft geleid tot nieuw beleid. Volgens de WRR moet dat er wel komen.

Onno de Zwart, algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en actief bij Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS): ‘Dit is een belangrijk rapport omdat de WRR duidelijk maakt dat er behoefte is aan een actief beleid omdat Nederland structureel een migratieland is. Die migratie is wel veel diverser van karakter dan gedacht. Dat vraagt gericht beleid op zowel landelijk als lokaal niveau. Kennis daarbij is onontbeerlijk om beleid te ontwikkelen en ook te evalueren of het beleid de gewenste effecten heeft. KIS ziet dit rapport dan ook als een belangrijk document voor de ontwikkelingen in de komende jaren.’

Bekijk de samenvatting van het WRR-rapport

Het nieuwe migratiebeleid moet volgens de WRR niet alleen worden ingezet op de integratie van asielmigranten, die misschien wel hun hele leven in Nederland zullen blijven, maar óók op groeiende groepen studiemigranten en hoog- en laagopgeleide arbeidsmigranten, die tijdelijk in Nederland zijn. Ook zij moeten aansluiting vinden. Er dienen volgens de WRR ontvangst- en inburgeringsvoorzieningen te komen voor álle migranten: asielmigranten, gezinsmigranten en migranten uit de Europese Unie. In Canada en Denemarken zijn er ‘ontvangstcentra’, daar kunnen nieuwkomers op één plek terecht met vragen over huisvesting, scholing, taal, verenigingsleven of zorg. Op buurtniveau zijn goede voorzieningen nodig en bij de beslissing over het aantal migranten dat zich ergens vestigt, moet volgens de WRR meer worden gekeken naar het lokale draagvlak.

Saskia Keuzenkamp, directeur Kennis en Innovatie bij Movisie en actief bij het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS): ‘Dit advies maakt duidelijk hoe divers ons land is geworden en dat er andere groepen zijn dan de traditionele migranten, die ook onze aandacht vragen. Er zijn bovendien grote verschillen tussen de steden: in een ‘meerderheid-minderheid’-gemeente spelen andere vraagstukken dan in bijvoorbeeld een tuinbouwgemeente en is dus ander lokaal beleid nodig. Verder is van belang dat er meer aandacht komt voor de ontvangende samenleving, integratie is een ontwikkeling die van twee kanten moet komen. Bij KIS hebben wij daar de afgelopen jaren al veel kennis over ontwikkeld.’

Er is geen one size fits all en het is belangrijk om zicht te hebben op de ontwikkelingen, de eigen lokale situatie en wat dat betekent voor lokaal beleid

Het is volgens de WRR belangrijk om meer oog te hebben voor het samenleven in Nederland, dat als gevolg van de veranderende bevolkingssamenstelling onder druk komt te staan. Gemeenten zouden volgens de WRR veel meer ruimte moeten krijgen om zelfstandig beleid te voeren dat past bij de lokale omstandigheden.

Onno de Zwart: ‘De toegenomen diversiteit zowel in doelgroepen als in duur van verblijf in Nederland vraagt het gericht nadenken over passend beleid. Er is geen one size fits all en het is belangrijk om zicht te hebben op de ontwikkelingen, de eigen lokale situatie en wat dat betekent voor lokaal beleid. Kennis die in een meerderheid-minderheid stad van belang is, is niet de kennis die ook het meest relevant is voor tuinbouwgemeenten of grensgemeenten. Het vraagt ook van KIS dat we goed moeten aansluiten bij de diversiteit en dat daarvoor een verscheidenheid aan kennis nodig is.’

De komende tijd zal KIS de rapportage van de WRR nauwkeurig bestuderen en met onze vele partners doorpraten over wie wat te doen heeft en hoe wij onze rol zo goed mogelijk kunnen vervullen.

Saskia Keuzenkamp: ‘De rapportage onderstreept de noodzaak om goed na te denken over wat ‘Samenleven in verscheidenheid’ betekent en wat daarvoor nodig is. Zowel in de praktijk, in het beleid als bij de ontwikkeling en verspreiding van kennis.’

Nederland: dynamische migratiesamenleving

Nederland is uitgegroeid tot een dynamische migratiesamenleving die een grote aantrekkingskracht heeft op migranten uit alle delen van de wereld. Vanaf 2010 ontving ons land jaarlijks meer dan 150.000 migranten en vanaf 2015 meer dan 200.000. Dat leidt tot een toename van de verscheidenheid naar herkomst in ons land. Daarnaast heeft Nederland te maken met veel meer ‘vlottendheid’: zeer veel migranten zijn tegenwoordig passanten en vertrekken na verloop van tijd weer uit ons land. De verwachting is dat deze patronen zich zullen voortzetten wanneer de coronapandemie voorbij is.

Een aantal thema’s die in het WRR-rapport aan bod komen zijn voor KIS al belangrijke prioriteiten:
  • De aanbeveling ‘Verbeter de ontvangst en inburgering van alle migranten’ sluit nauw aan bij de activiteiten die wij in het kader van het thema ‘Nieuwe migratie’ ontwikkelen. De afgelopen jaren heeft KIS veel kennis ontwikkeld en met gemeenten samengewerkt rondom inburgering. Voor komend jaar verbreden we die activiteiten door juist ook aandacht te besteden aan andere groepen migranten en wat er lokaal nodig en mogelijk is voor een goede plek in de samenleving. We zoeken daarvoor ook de verdere samenwerking met maatschappelijke partners. Dat sluit ook aan bij de tweede aanbeveling van de WRR: ‘Stimuleer de sociale samenhang’.
  • De derde aanbeveling is ‘Zet in op arbeidsdeelname’. Jaarlijks brengt KIS de ‘Monitor gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding vluchtelingen’ zodat er een goed overzicht is van wat er op dit terrein gebeurt. Dat gebeurt ook in 2021. Bovendien krijgt het thema discriminatie op de arbeidsmarkt en bij stages ook gericht aandacht.
  • De laatste aanbeveling van de WRR stelt dat migratiebeleid meer dienstbaar moet worden aan sociale samenhang en arbeidsdeelname. Het is maatschappelijk van belang om het gesprek hierover goed te voeren. Wat daarbij niet uit het oog moet worden verloren is – en dat signaleert de WWR ook in haar eigen rapportage – dat er grenzen zitten aan de maakbaarheid van het migratiebeleid.

Jouw bijdrage

2 + 0 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.