‘Pak gevaarlijke ideologie over mannelijkheid aan’, luidde de oproep van de ingezonden brief van dr. Kaouthar Coco Darmoni, directeur van Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, die zij samen met Ton Coenen van Rutgers schreef. Met Darmoni nemen we het geweld tegen vrouwen en femicide onder de loep. ‘Vind je als overheid de veiligheid van vrouwen belangrijk genoeg? Laat het dan zien in de rijksbegroting.’

Het opiniestuk van Darmoni en Coenen, dat in NRC werd geplaatst had een directe aanleiding. Midden augustus pleegde Jake Davison een aanslag in de Engelse kustplaats Plymouth, waarbij hij vijf mensen doodschoot en daarna zelfmoord pleegde. Hij noemde zichzelf incel, 'involuntarily celibate'. Dit zijn mannen die langere tijd geen seks hebben gehad, maar dat wel zouden willen. De term wordt volgens Wikipedia geassocieerd met een subcultuur van misogyne mannen met een negatief zelf- en wereldbeeld.

De incel-beweging is volgens deskundigen uitgegroeid tot een radicaliserende internetsubcultuur waarin vrouwenhaat domineert. Op internetfora zijn massamoord en massale verkrachtingen favoriete onderwerpen. De bekendste incel zou Elliot Rodger zijn, een 22-jarige Amerikaan die in 2014 op een universiteitscampus in Californië zes mensen vermoordde en veertien mensen verwondde. Volgens Rodger moesten de vrouwelijke slachtoffers boeten omdat ze hem afwezen, en met de mannelijke slachtoffers moest worden afgerekend omdat zij wél seksueel actief waren. Rodger zou binnen de incel-beweging als de grondlegger van de ideologie gezien worden en op internetfora ‘the supreme gentleman’ worden genoemd.

Samen met Rutgers signaleren we als Atria dat vrouwenhaat op een enge manier tot ideologie wordt verheven

Patroon zichtbaar

Volgens dr. Kaouthar Darmoni staat de aanslag van Davison in Plymouth dus niet op zichzelf. ‘We zien een toenemend aantal aanslagen dat in verband staat met de incel-beweging. Een kenmerk hiervan is dat het vaak jonge mannen zijn met een wrok tegen vrouwen. Zij vinden elkaar op internetsites en moedigen elkaar letterlijk aan tot extremisme. Samen met Rutgers signaleren we als Atria dat vrouwenhaat op een enge manier tot ideologie wordt verheven. Dit is gevaarlijk aan het worden. In mei vorig jaar pleegde een minderjarige in Toronto een op de incel-beweging geïnspireerde terroristische aanslag en kort daarna ook een twintigjarige jongen in Arizona. We beginnen dus een bepaald patroon te zien.’

Onlangs nog verbood een Russische rechter de rechts-extremistische beweging Mannelijke Staat. Aanhangers hiervan droomden van een Russisch rijk waarin de mannen alles bepalen en de vrouwen hen moeten volgen. De radicale machobeweging kon echter jarenlang ongehinderd haar gang gaan met acties en doodsbedreigingen tegen feministen en lhbti-activisten.

Op vrouwenhaat monitoren

Het zijn buitenlandse voorbeelden, maar hoe zit het in Nederland? ‘Hier hebben we onze zogenaamde vrijheid van meningsuiting en daar mogen mannen gewoon overal dit soort 'hate speech' tegen vrouwen verspreiden’, stelt Darmoni. ‘Onder het motto: justitie doet er toch niet veel aan, want ja, dit is vrijheid van meningsuiting. Ook hier zijn signalen dat incels actief zijn. Trouw publiceerde in 2018 al een artikel waaruit bleek dat op internetfora zoals incels.me Nederlandse mannen actief zijn. Uit dit onderzoek bleek ook dat de AIVD niet op vrouwenhaat monitort. Dat is het probleem van Nederland, vanwege het zogenaamde genderneutrale beleid bij de overheid, justitie en politie.’

Portretfoto Kaouthar Darmoni

Kaouthar Darmoni

Darmoni pleit daarom voor verder onderzoek en invoering van gendersensitieve monitoring. ‘We kunnen niet toelaten dat vrouwenhaat en toxische masculiene idealen worden genormaliseerd onder het mom van vrijheid van meningsuiting. Door het gebrek aan monitoring van dit soort uitwassen, blijft het bestaan. Blijkbaar vindt onze overheid vrouwenhaat en geweld tegen vrouwen niet belangrijk genoeg.’

Laat het grote stille midden spreken

Darmoni wil de valkuil vermijden om mannen eenzijdig als daders af te schilderen. Vrouwenhaat is volgens haar systemisch en komt voort uit vastgeroeste traditionele gendernormen. ‘We weten bijvoorbeeld uit onderzoek dat kinderen en jongeren genderstereotypen meekrijgen via de opvoeding en de sociale media en dit kan in sommige gevallen tot schadelijke opvattingen leiden. Zoals het idee dat mannen altijd toegang moeten hebben tot seks en dat vrouwen daarvoor moeten klaarstaan. Dat is ook een van de problemen bij incels. We weten uit onderzoek dat dit soort jongens later sneller geweld tegen vrouwen pleegt. We weten gelukkig ook dat de meeste jongeren geweld afkeuren. Het is daarom ook noodzakelijk dat het grote stille midden zich hierover gaat uitspreken.’

Daarom moeten we aan de keukentafel, op school en bij de koffieautomaat met elkaar in gesprek, zegt ze. ‘Stereotiepe beelden over vrouwelijkheid en mannelijkheid staan gelijkwaardige relaties in de weg en kunnen tot geweld leiden, ook onder jongeren. Dat betekent dat er bij de opvoeding en het onderwijs een belangrijke taak ligt. Zij moeten focussen op positieve, gelijkwaardige relaties, seksuele gezondheid en ook bijvoorbeeld het seksuele plezier. Want we weten uit onderzoek dat meisjes die een positief beeld hebben over hun eigen lichaam en hun seksualiteit, eerder grenzen stellen.’

Ze wijst erop dat de huidige aanpak erg gebaseerd is op preventie van geweld en andere zaken die misgaan, zoals ongewenste zwangerschappen en soa’s. ‘Maar gezonde plezierige ervaringen helpt ook meisjes en jongens om bewust te worden en niet gemakkelijk slachtoffer te worden van toxische ideologieën.’ Ze vindt daarom dat professionals en beleidsmakers eveneens hierop getraind moeten worden. ‘Alleen zo kunnen we constructieve stappen maken, anders zijn we alleen maar symptomen aan het bestrijden.’

De Nederlandse staat is verplicht om tot actie over te gaan, want dit is onaanvaardbaar

Geen cent extra

Darmoni’s wortels liggen in Tunesië. Ze vertelt dat in Tunesië een minister van Emancipatie is, waardoor deze samenleving beter emancipeert dan elders in de Arabische wereld. ‘Femicide komt in Nederland net zo vaak voor als in Tunesië, namelijk één keer per week. Terwijl Nederland een van de rijkste landen ter wereld is, met een langere traditie in emancipatie. Driekwart van die moorden wordt gepleegd door (ex-)partners, omdat de slachtoffers vrouw zijn. Dus vanwege hun vrouw-zijn worden ze vermoord.’ Fel: ‘De Nederlandse staat is verplicht om tot actie over te gaan, want dit is onaanvaardbaar.’

Maar die beweging is niet zichtbaar, zegt ze, want in de begroting die vorige maand is gepresenteerd, is geen cent extra naar bestrijding van geweld tegen vrouwen gegaan. ‘Premier Rutte hield onlangs voor de VN een speech waarin hij voor het eerst publiekelijk erkende dat geweld tegen vrouwen een groot probleem is. Dan zeg ik: “Monsieur Rutte: put your money where your mouth is.” Want dit is niet okay voor een land als progressief Nederland.’

Femicide heeft een bepaald patroon, zegt ze. ‘Als je dit gaat zien, kun je preventief beleid ontwikkelen. De politie ziet het wel, maar krijgt geen geld om de menskracht te werven die nodig is om geweld tegen vrouwen actief te bestrijden. Alles draait om geld. Vind je als overheid de veiligheid van vrouwen belangrijk genoeg? Laat het dan zien in de rijksbegroting. Dit is een politieke keuze.’

De cijfers rondom het aantal vrouwen dat jaarlijks vermoord wordt, is vermoedelijk maar het topje van de ijsberg

Actie tegen geweld

Atria is een wetenschappelijk kennisinstituut, en kan zich daardoor niet te activistisch opstellen: alle uitingen moeten gestoeld zijn op een wetenschappelijke onderbouwing. Maar het instituut mag weldegelijk actie voeren, zoals op zondag 28 november op de Dam in Amsterdam, in het kader van ’16 days of activism against gender-based voilence’. Dit is een internationale campagne waarin tot 10 december, de internationale dag van de rechten van de mens, zestien dagen lang aandacht wordt gevraagd voor geweld tegen vrouwen. Atria organiseert dit samen met onder andere UN Women Nederland en Emancipator, een organisatie voor mannen en emancipatie, en gaat de straat op. ‘We doen dit omdat we het beu zijn’, zegt Darmoni. ‘Want de cijfers rondom het aantal vrouwen dat jaarlijks vermoord wordt, is vermoedelijk maar het topje van de ijsberg. Het wordt simpelweg niet bijgehouden. En het wordt hoog tijd dat potentiële slachtoffers van dit geweld beter worden beschermd.’

Meer bewustzijn onder mannen

De organisatie Emancipator werkt aan mannenemancipatie. Hun werk gaat over het voorkomen van gewelddadige mannelijkheid, het stimuleren van zorgzame mannelijkheid, en het bevrijden van mannen uit traditionele mannelijkheden. ‘Dat doen we door normen en verwachtingen van en aan mannen te transformeren’, schrijven ze op hun website.

Een jaar geleden nam oprichter Jens van Tricht deel aan een rondetafelgesprek waarover KIS berichtte. Toen zei hij: ‘Vaak worden vrouwen gezien als slachtoffer van beeldvorming en wordt mannelijk gedrag gezien als een natuurverschijnsel waar vrouwen mee om moeten leren gaan. Mannelijkheid wordt bepaald door stoerheid, agressiviteit en hoe sterk je bent. Er is een heel duidelijk normatief beeld waar je als man aan moet voldoen. Dit is problematisch voor zowel de veiligheid van mannen als vrouwen en moet veranderd worden.’

Emancipator biedt trainingen, workshops en andere interventies aan voor verschillende doelgroepen: scholen en andere jongerengroepen, professionals en organisaties, en bedrijven. Daarnaast organiseren ze regelmatig trainingen en weekenden voor mannen.

 

Foto: Jaap Beyleveld