Verschil in etnische achtergrond leidt niet per se tot spanningen in de klas. Dat concludeert NJi-onderzoeker Marianne Hooijsma in haar proefschrift Clashrooms: Interethnic peer relationships in schools. Hooijsma promoveerde onlangs aan de Rijksuniversiteit Groningen. KIS ging met haar in gesprek.

De etnische diversiteit in Nederland groeit, wat vanzelfsprekend ook terug te zien is in klaslokalen. Met deze groei ontstaan er ook spanningen in de maatschappij. Een aanleiding voor Hooijsma om te onderzoeken of deze toenemende spanningen, ook voelbaar zijn tussen kinderen. En of dit een rol speelt in hun relaties tot elkaar. Op positieve of negatieve wijze.

Hooijsma: ‘Op samenlevingsniveau ‘groeit’ de diversiteit. Op het moment dat diversiteit groeit, ontstaan er ook spanningen. Zo kwam bij mij de vraag op; als je kijkt naar diversiteit als geheel, speelt dit dan ook een rol op scholen? Waar de samenstelling in klassen heel divers is? Zijn er ook spanningen in de klas? En neemt dit toe als de spanningen op samenlevingsniveau groeien? Wat kinderen meemaken op school en de normen die ze daar vormen dragen ze hun leven bij zich. Daarom is het heel belangrijk om deze gesprekken nu al te voeren.’

Hooijsma onderzocht positieve en negatieve interetnische relaties tussen kinderen, op basis van twee datasets met sociale netwerkgegevens. Waarin zowel basisschoolleerlingen, als scholieren van het voortgezet onderwijs zijn meegenomen.

Hoe kunnen professionals en beleidsmakers polarisatie in de wijk tegengaan? KIS ontwikkelde een e-learning waarin niet alleen professionals en beleidsmakers, maar ook de ‘gewone’ burger leert polarisatie te herkennen, aan te pakken en te voorkomen.

De meest opvallende uitkomst?

‘De spanningen die je nu ziet in de samenleving en het polariserende effect hiervan, zie je niet per se terug in het gedrag van kinderen. Natuurlijk zijn er ook negatieve relaties, maar die hebben niet per se te maken met etniciteit. Dat is boeiend, tegenover de polarisatie die we nu zien in de samenleving. 

‘Binnen etnische groepen is de kans groot dat jongeren die niet in dezelfde klas zitten elkaar verdedigen tegen pesten. Dat gebeurt minder vaak bij jongeren met een verschillende afkomst’, legde zij eerder uit in dit interview. ‘Als jongeren klasgenoten zijn, is het even waarschijnlijk dat jongeren van verschillende of dezelfde afkomst het voor elkaar opnemen, aldus Hooijsma.

Diversiteit in de klas kan dus een positief effect hebben op interetnische relaties. Uit het onderzoek van Hooijsma bleek echter ook dat diversiteit op school niet genoeg is om negatieve relaties tussen jongeren met een verschillende achtergrond te verbeteren.

Is er een gouden sleutel?

Leerkrachten spelen een bepalende rol, vervolgt Hooijsma. Het is van belang om overeenkomsten in plaats van verschillen te benadrukken. Als kinderen een bepaalde positie of interesses delen dan voelen ze zich, ongeacht etniciteit, meer tot elkaar aangetrokken. Dan is de kans groter dat er een positieve relatie ontstaat. Denk aan een opdracht waarin ze samen moeten werken en elkaar beter leren kennen. Gedeelde interesses ontdekken, hobby’s en sport, maar ook kennismaken met elkaars cultuur.’

Het behalen van sociale doelen is belangrijk voor kinderen. Positieve relaties met klasgenoten uit dezelfde etnische groep helpen bij het behalen van deze doelen. Dat is een aspect dat interessant is om verder te onderzoeken, aldus Hooijsma. ‘Welke invloed heeft diversiteit uiteindelijk op hoe jongeren met elkaar omgaan? Dat kan belangrijke informatie zijn voor interventies die de relaties tussen etnische groepen op scholen proberen te verbeteren.

Marianne Hooijsma onderzocht voor haar proefschrift zowel positieve als negatieve interetnische relaties tussen klasgenoten aan de hand van sociale-netwerkgegevens. De resultaten laten zien dat jongeren bij voorkeur omgaan met leeftijdsgenoten uit dezelfde etnische groep, terwijl negatieve relaties (zoals afwijzing en pesten) niet vaker voorkomen tussen jongeren met verschillende etnische achtergronden dan tussen jongeren van dezelfde etniciteit.

 

Auteur: Dyonne van Haastert

 

 

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

3 + 16 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.