Artikel

4 tips om stagegelijkheid te bevorderen

Artikel - 20 april 2018

Mbo-studenten met een migratieachtergrond zoeken langer naar een stageplek. Als onderwijsprofessional kun jij een cruciale rol spelen in het bevorderen van gelijke kansen op de stagemarkt. Steeds meer scholen doen dit ook. Ze zetten het thema ‘stagediscriminatie’ op de agenda en gaan op zoek naar oplossingen. Om hen daarbij te helpen geven we vier tips.

Deze tips komen voort uit onderzoek van KIS (2016) bij mbo-organisaties en verzamelde praktijkervaringen. In dit onderzoek ligt de focus op studenten met migratieachtergrond. Studenten kunnen natuurlijk ook om andere reden gediscrimineerd worden bijvoorbeeld op basis van seksualiteit of uiterlijk. 

Tip 1: Ga met elkaar in gesprek

Hoewel veel mbo-professionals het vraagstuk van stagediscriminatie herkennen, spreken zij er in de praktijk weinig over met elkaar. Ga daarom met elkaar het gesprek aan. Welke signalen zie je van discriminatie? Zo ja, welke studenten en opleidingen betreft het? Zijn jullie het onderling eens over de gewenste reactie? Voelen individuele medewerkers zich ondersteunt door het management wanneer zij signalen van discriminatie krijgen en daar iets mee willen doen? Zo pak je dat aan:

  • Start met bespreken in teams. Probeer besprekingen structureel te maken in plaats van eenmalig. Probeer om andere collega’s en het management hier ook bij te betrekken.
  • Is het niet duidelijk hoe groot het probleem is? Je kunt het in kaart brengen door bijvoorbeeld enkele vragen hierover aan de JOB-enquête toe te voegen. Zo krijg je een objectiever beeld van wat er volgens de studenten speelt. Ook kan je kijken naar verschillen tussen opleidingen. De uitkomsten kunnen de basis voor een gesprek vormen.
  • Ook het organiseren van een Startbijeenkomst LOB-Gelijke Kansen met externe deskundigen kan de school helpen bij het opstarten van het gesprek.

Nilüfer Sönmezer-Duyar, projectmanager interculturalisatie bij het Da Vinci College, vertelt hoe belangrijk het is om als school stagediscriminatie te erkennen en in actie te komen:

Tip 2: Bevorder deskundigheid t.a.v. (stage)discriminatie

Discriminatie kent vele vormen. Vaak ben je je niet eens bewust dat je discrimineert. Mbo-professionals twijfelen daarom regelmatig of klachten van studenten over discriminatie wel ‘terecht zijn’. Er zijn verschillende mogelijkheden om onderwijsprofessionals en studenten te helpen bij het herkennen van meer onbewuste vormen van discriminatie en hoe daarop adequaat te reageren.

Als aanbieder van onderwijs kun je als mbo-instelling advies vragen aan het College Rechten van de Mens over discriminatie en (kosteloos) het beleid ter beoordeling voorleggen.

Martin Borsje, docent en studieloopbaanbegeleider bij het Da Vinci College, vertelt hoe je studenten weerbaar kunt maken en samen naar oplossingen kunt zoeken:

Tip 3: Bepaal je strategie en meld zo nodig

Wat doe je als er inderdaad sprake blijkt te zijn van discriminatie? Bijvoorbeeld wanneer een bedrijf aangeeft geen stagiairs te willen met een Marokkaanse achtergrond, of wanneer je merkt dat studenten met een migratieachtergrond keer op keer geen reactie krijgen op hun sollicitatie.

  • Zorg dat je niet alleen verantwoordelijk bent, maar stem af met collega’s over wat te doen, zodat je de verantwoordelijkheid met elkaar deelt. Misschien kunnen jullie samen bepalen hoe het gesprek aan te gaan met het bedrijf? In dat geval is het goed om het gesprek samen voor te bereiden en samen na te bespreken.
  • Investeer in de relatie met het leerwerkbedrijf. In de preventieve sfeer kun je ook een strategie ontwikkelen: wanneer studenten het moeilijk hebben op de stagemarkt, kan je bijvoorbeeld zorgen voor een warme overdracht. Neem zelf contact op met een stagebedrijf en introduceer de student. Gebleken is dat dit de kans vergroot dat een student wordt aangenomen. Uitzendorganisatie ABU heeft folders en publicaties waarin praktische tips staan over hoe je rustig het gesprek aan kan gaan, zoals het ‘leaflet discriminatie’. Deze folder is ook voor onderwijsorganisaties bruikbaar.

Signalen melden
Zorg ervoor dat het bij alle collega's bekend is waar je discriminatie kan melden en doe dat ook.
  • Meldt signalen van discriminatie door leerbedrijven bij SBB, de organisatie die leerwerkbedrijven officieel erkend waardoor ze als stageplek mogen fungeren. SBB kan na overleg met de school in gesprek gaan met het leerbedrijf en indien nodig een erkenning intrekken. Sinds juni 2017 heeft een speciaal meldpunt stagediscriminatie waar ook studenten kunnen melden. Door melding en registratie van klachten komt er meer zicht op het vraagstuk.
  • Informeer studenten over hun mogelijkheden om te melden of advies in te winnen. Studenten die menen dat zij gediscrimineerd zijn, kunnen dat melden bij plaatselijke of landelijke anti-discriminatievoorzieningen die gespecialiseerd zijn in advies en ondersteuning van slachtoffers, bijvoorbeeld door bemiddeling en doorverwijzing. Kijk op de website discriminatie.nl.
  • Studenten kunnen discriminatie melden bij het College voor de Rechten van de Mens. Ook kunnen ze daar een klacht indienen. Op het telefonisch spreekuur beantwoorden medewerkers vragen. Een student kan ook een klachtenprocedure starten, waarbij het College de klacht officieel gaat beoordelen. Dat leidt tot een uitspraak over de individuele discriminatieklacht.

Tineke Tool, docent beroepspraktijkvorming bij ROC A12, heeft goede ervaringen met investeren in de relatie met het leerbedrijf:

Tip 4:  Bereid studenten voor

Lang niet alle stagiairs spreken op school over (de angst voor) discriminatie. Sommige studenten mijden op voorhand bedrijven die mogelijk discrimineren. Laat merken dat de school stagediscriminatie een serieus probleem vindt en dat je de student steunt hierin. Maak de student bewust van zijn of haar rechten en laat hen oefenen met hun ‘handelingsperspectieven’ als zij met discriminatie te maken krijgen. Jongeren die bewust kunnen kiezen voor een reactie, voelen zich minder kwetsbaar. Studenten kunnen o.a. de training Beeldbepalend volgen waarin ze leren over eigen vooroordelen en weerbaarder worden gemaakt om met discriminatie om te gaan.

Goede voorbereiding (LOB)
Mbo-scholen die studenten goed voorbereiden in het kader van loopbaanoriëntatie (LOB) dragen bij aan gelijke kansen bij de toegang tot stages en leerwerkplekken. Studenten krijgen minder te maken met vooroordelen van werkgevers wanneer zij:

  • tijdens LOB-activiteiten goed voorbereid worden op de eerste ontmoeting met werkgevers
  • worden voorgedragen door een intermediair van de school
  • in hun cv ‘unieke’ persoonlijk informatie geven over zichzelf, informatie over bijvoorbeeld hobby’s, vrijwilligerswerk en daarmee groepsbeelden ontkrachten.

Scholen die hiermee aan de slag willen kunnen zich melden bij de projectcoördinator van het nieuwe project LOB-Gelijke kansen dat juli 2017 is gestart. Het project ontwikkelt ondersteunend materiaal en trainingen. Voor meer informatie kun je contact opnemen met Fieny Peerboom (projectcoördinator) 06-46638983 of f.peerboom@mbodiensten.nl. Of kijk voor meer informatie op www.expertisepuntlob.nl.

 

Stel ook een vraag!

Naar aanleiding van de vraag welke maatregelen nodig zijn om stagediscriminatie aan te pakken, heeft KIS besloten om tips te formuleren en bovenstaande video's te ontwikkelen. Heb jij ook behoefte aan kennis over een specifiek onderwerp? Stel een vraag aan KIS.

 

Meer informatie

Wil je meer informatie over het bevorderen van stagegelijkheid?

Anderen bekeken ook

Dat studenten met een niet-westerse achtergrond meer moeite moeten doen om een stageplaats te vinden dan studenten van Nederlandse herkomst is al langer bekend. De vraag is in hoeverre dit verband houdt met discriminatie. En zo ja, hoe daar in de praktijk van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) op wordt gereageerd.

Reacties

Ik ben vrijwilliger Inburgering. Ik merk van vluchtelingen dat ze bang zijn om te klagen tegen een instelling of overheid. In hun thuisland leidt klagen soms tot negatieve gevolgen. Ik ken een geval van een Marokkaans-Nederlandse jobcoach in dienst van een gemeente die in een persoonlijk coachingsgesprek duidelijk liet merken dat hij iets heeft tegen Afghaanse personen, en iemand (schijnbaar bewust) niet hielp bij het zoeken naar een stage of werkervaring. De Afghaanse persoon in kwestie wilde niet dat ik er over in gesprek ging met de gemeente-afdeling. Gelukkig lukte het de persoon, dankzij veel doorzettingsvermogen, om alsnog zelf een stageplaats te vinden.

Twee ervaringen. 1. De inburgeraar/mbo-student wilde eerst het stagecontract goed doorlezen alvorens te tekenen. Dat contract kreeg hij onder zijn neus bij de eerste kennismaking. Hij had onthouden van de inburgeringscursus: nooit iets tekenen als je het niet begrijpt. Het werd hem niet in dank afgenomen: "Vertrouw je ons niet?" was de reactie. 2. Het stagebedrijf had rond kerst en oud en nieuw een week vakantie voor zijn werknemers. De stagiair had toen twee weken vakantie van zijn mbo-opleiding. Hij nam de tweede week ook vrij van zijn stagebedrijf, in de veronderstelling dat de stage onderdeel was van zijn opleiding. Niet dus. Even later hoefde hij niet meer terug te komen. Ik veronderstel een relatie tussen de gebeurtenissen.

Wellicht is het wel zo, maar ik vind dat uit met name voorbeeld 2 niet direct geconcludeerd kan worden dat hier sprake is van discriminatie. Wellicht is dit de zoveelste keer dat deze stagiair niet communiceert over zijn of haar afwezigheid. Bovendien moet van de opleiding uit worden gecommuniceerd over het wel of of niet vrij zijn in schoolvakanties tijdens de stageperiode.

Communicatie is de verantwoordelijkheid van 2 partijen. Naar elkaar luisteren en elkaar (willen) begrijpen betekent horen wat de ander zegt vanuit een referentiekader dat misschien wel eens anders is dan je veronderstelt. Het vergt inspanning en oprechte interesse in de ander. Dit kan een goede les zijn voor de stagiair over de mores in de echte arbeidswereld, maar ook voor de school en voor het werkveld.

Reageer