Artikel

4 vragen over Saman Amini's filmproject over kinderen in azc’s

Artikel - 30 augustus 2017

Vier vragen, vier antwoorden. Dit keer aan de Iraans-Nederlandse schrijver, acteur en muzikant Saman Amini (28). Hij is samen met schrijver en regisseur Nima Mohaghegh een crowdfundingsactie begonnen voor hun filmproject A kiss. Daarin staat het leven van kinderen in Nederlandse azc’s verrassend echt centraal. 

1. A kiss is meer dan een korte film. Wat houdt jullie project precies in?
‘Met A kiss combineren we kunst en educatie. Ons project bestaat uit drie delen. In het eerste deel, dat vorig jaar plaatsvond, hebben Nima [Mohaghegh, schrijver en regisseur, red.] en ik theaterlessen gegeven aan honderden kids op tientallen azc’s. Ons doel was om hen uit hun isolement te halen door ze kennis te laten maken met kunst, vooral door het vertellen en het hen laten vertellen van verhalen. Daarna hebben we met een cast – samengesteld met kinderen uit azc’s of kinderen die daar gewoond hebben - de film opgenomen. Deel drie van ons project houdt in dat we de korte film willen vertonen op alle basisscholen in Nederland en daarna met kinderen het gesprek aangaan om meer begrip en empathie voor vluchtelingen te kweken in het hart van Nederland, want dat is wat de jeugd is.’

2. Hoe kwamen jullie op dit idee?
‘Drie jaar geleden leerden Nima en ik elkaar kennen. We hebben beide onze jeugd in Nederlandse azc’s doorgebracht en wilden iets met onze ervaringen doen. We begonnen met het idee om een korte film te maken over het leven van kinderen in Nederlandse azc’s. Die film werd steeds ietsje langer en toen kwam het plan om educatie eraan te verbinden erbij. Met Christine de Jager startten we de stichting Black sheep can fly om onderbelichte verhalen te vertellen door mensen over wie die verhalen gaan.

'Je kunt kunst ook naar kleur brengen'

Ons project raakt ook aan die hele diversiteitsdiscussie dat er niet genoeg kleur in de kunsten is. In tv-series zie je vaak maar een gekleurde acteur, dat is veel te weinig. Toneelgezelschappen worden nu met een quotum aangemoedigd om een aantal niet-witte Nederlanders in hun gezelschap op te nemen en dan hoor je Ivo Ten Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam, zeggen dat hij dat best wil maar er niet genoeg gekleurd talent is. Dat is typisch witte-mannen-gepraat vanuit een luie stoel. Je kunt kunst ook naar kleur brengen, zoals wij hebben gedaan. Dat is nodig, want de meeste vluchtelingen die ik ken houden hun kids voor dat je gefocust moet zijn op het vergaren van geld en kapitaal. Dat kunst ook een optie is, is voor veel van die kinderen nieuw. Maar dat er te weinig talent is, is onzin. Nima en ik zijn al zoveel talent tegengekomen op azc’s.’

Film over kinderen in azc's
Foto: Saman Amini met hoofdrolspeler Omar. © Minem Sezgn

3. Jij vluchtte op je twaalfde in 2000 samen met je zusjes en moeder vanuit Teheran naar Nederland en woonde vervolgens zes jaar in verschillende azc’s in heel Nederland. Hoe heb je die periode ervaren?
‘Heel dubbel. Het leven als kind in een azc is extreem. Het bestaat uit diepe dalen en hoge pieken. Van de ene kant is het fantastisch dat je op een plek woont waar je vriendjes allemaal in de buurt zijn, maar van de andere kant is er weinig ruimte om echt kind te zijn en moet je vaak verhuizen waardoor het steeds lastiger wordt om je aan mensen en plekken te hechten.

'We gaan voorbij aan het eendimensionale beeld dat kids in azc’s alleen maar zielig zijn'

In A kiss laten we dat zien. We gaan voorbij aan het eendimensionale beeld dat kids in azc’s alleen maar zielig zijn. We laten de speelsheid in opvangcentra zien, maar ook de tragiek erachter. In de film staat het liefdesverhaal tussen de 15-jarige Afghaanse Leyli en de 12-jarige Syrische vluchteling Abdi centraal. Abdi wil al heel lang het hart van Leyli veroveren, maar angst houdt hem tegen. Dan hoort hij dat hij naar een ander azc moet verhuizen en is het nu of nooit.

Het verhaal van Abdi is voor een deel mijn verhaal; ik herken me in zijn vroege volwassenheid. In 2005 werden mijn moeder, zusjes en ik nadat we al zes jaar in Nederland verbleven, opgepakt en in een detentiecentrum gezet. Lenie van Goor van VluchtelingenWerk Nederland heeft er alles aan gedaan om ons te helpen om te kunnen blijven. Zij is een heldin in ons leven geworden en bijzonder genoeg heeft zij er mede voor gezorgd dat A kiss van de grond is gekomen. Daarmee is de cirkel rond. Ik ben nu niet het kind dat teruggestuurd wordt of een azc moet verlaten, maar de filmmaker die het over deze – helaas nog steeds – actuele problematiek mag hebben.’

4. Wat hopen jullie dat A kiss te weeg gaat brengen?
‘Met de film hopen we de menselijke kant van de term vluchteling te laten zien. Ik las laatst ergens: vluchteling is geen identiteit. Het is een stempel waarmee je mensen ver bij jezelf vandaan houdt. Mensen net zoals jij, die ergens anders op de wereld zijn geboren en door omstandigheden als oorlog moesten vluchten. Ik hoop dat kinderen zichzelf herkennen in het verhaal of dat ouders hun eigen kinderen erin zien en er zo een spiraal wordt doorbroken bij een groep mensen die bang is voor diversiteit.

Omar, de hoofdrolspeler in A Kiss, weet het eigenlijk het mooist te verwoorden. Een interviewer vroeg hem laatst waarom de film zo belangrijk is. “Omdat Nederlanders moeten weten hoe mensen leven op een azc”, zei hij. “Waarom weten Nederlands dat dan niet?”, vroeg de interviewer. Waarop Omar antwoordde: “Omdat ze nooit op bezoek komen.”

Dat antwoord vat voor mij de kern van de vluchtelingenproblematiek samen. Integratie moet van twee kanten komen. En als mensen zich niet in vluchtelingen verdiepen en naar azc’s gaan, brengen Nima en ik het azc wel naar de mensen.’

 

De crowdfundactie gaat nog de hele maand september door. Meer informatie: https://cinecrowd.com/en/a-kiss

Anderen bekeken ook

Het databoek van Kinderen in Tel (KIT) brengt al jaren de leefomstandigheden van kinderen onder de 18 in Nederland in beeld. Voor KIS zijn deze cijfers nu uitgesplitst naar de migratieachtergrond van kinderen en jongeren.

Reageer