Huiselijk geweld en onveiligheid binnen gezinnen komt veel voor in opvanglocaties voor asielzoekers. Hoe ga je daarmee om als azc-medewerker en welke samenwerking met bestaande hulpverlening is nodig en mogelijk?

Trauma, armoede en financiële stress leiden tot een verhoogd risico op huiselijk geweld en kindermishandeling. In asielzoekerscentra en noodopvang is dat risico nog iets groter doordat veel vluchtelingen kampen met posttraumatische (stress)stoornissen. Een aantal gemeenten zocht daarom contact met KIS. De medewerkers van hun opvangcentra en hulpverlenende instanties als Veilig Thuis, blijken niet goed te weten hoe ze met deze problematiek om moeten gaan. Ook hun onderlinge samenwerking kan beter. Aan KIS de vraag om inzicht in de situatie te geven en aanbevelingen te doen voor verbetering.

Bij wie melden?

Hoe wordt omgegaan met huiselijk geweld verschilt sterk per asielzoekerscentrum. Het hangt ten eerste ervan af of azc-medewerkers weten welke stappen ze moeten zetten om hulp in te schakelen. En van het moment waarop doorgeschakeld wordt naar degene die de regie voert over deze hulpverlening. De bescherming tegen huiselijk geweld in azc’s heeft daardoor vaak een ad hoc karakter. Een willekeur, die in de hand wordt gewerkt doordat medewerkers in de opvanglocatie en hulpverleners zoals Veilig Thuis, Vrouwenopvang en andere maatschappelijke organisaties elkaar maar moeizaam weten te vinden.  

 

Aanbevelingen om seksueel geweld in azc's aan te pakken
Wat kunnen we doen om seksueel geweld in asielzoekerscentra te voorkomen en om vrouwen in de opvang weerbaarder te maken? Wat leren we van eerdere onderzoeken en aanpakken? Dit artikel is nog steeds relevant.

 

Medewerkers blijken standaard getraind te worden op de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Bovendien is in sommige opvanglocaties een aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling werkzaam. Hoewel de meldcode een duidelijk stappenplan biedt, blijven medewerkers van asielopvangcentra soms te lang zelf met een casus bezig in plaats van de aangewezen expertise in te schakelen. Dat heeft enerzijds te maken met een gebrek aan kennis van de sociale kaart. Het is onduidelijkheid welke hulpverlener ze waar op kunnen aanspreken. Anderzijds speelt ook de handelingsverlegenheid bij de hulpverleners van Veilig Thuis een rol. Zij weten niet altijd adequaat om te gaan met de trauma’s van asielzoekers. Eliane Smits van Waesberghe, onderzoeker van KIS, concludeert: ‘Willekeur in plaats van borging bepaalt de samenwerking tussen organisaties zoals Veilig thuis en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. En dat zou anders moeten.’

Overigens bestaan er ook ten aanzien van afstemming en samenwerking grote regionale verschillen. In de ene regio werken de azc’s en Veilig Thuis prima samen, in de andere regio moet de samenwerking nog van de grond komen.

Voorlichting

Uit het verkennende onderzoek komt naar voren dat het in ieder geval belangrijk is in te zetten op preventieve voorlichting en het vergroten van weerbaarheid van de asielzoekers zelf. Er bestaan al verschillende interventies gericht op huiselijk geweld en veiligheid binnen gezinnen, die een goed startpunt kunnen zijn voor de aanpak van dit probleem in de opvanglocaties. Om die aanpassing te doen, moeten een aantal stappen worden doorlopen. Beginnend met het verkennen van de behoeften bij de vluchtelingen en eindigend met de inzet van - nieuw aan te trekken - voorlichters uit de eigen gemeenschap.

Een aantal aanbevelingen om de samenwerking tussen de opvanglocaties en bestaande hulpverlening te verbeteren, gebaseerd op de suggesties van belangrijke sleutelfiguren:

  • Informeer zowel medewerkers als bewoners van de opvanglocaties goed over welke hulpverleners ze waarvoor kunnen inschakelen.
  • Stel voor beide partijen een handelingsprotocol op. Met name gericht op de fase van preventieve signalering waarin het stappenplan van de meldcode nog niet in werking treedt.

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

15 + 4 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.