‘Of je nu vind dat de multiculturele samenleving en integratie van nieuwkomers geslaagd is of niet, het is een feit dat de bevolkingssamenstelling van Nederland in amper twee generaties drastisch is veranderd. Daar valt van alles over te zeggen, maar voordat we dat gaan doen, wil ik opmerken dat het eigenlijk ongelofelijk is hoe we ons als samenleving aan die verandering hebben aangepast.’ Met deze relativerende woorden opent Hans Boutellier het kennisatelier Beeldvorming Integratie en Diversiteit.

Omdat de aanpassing aan de nieuwe, multi-etnische realiteit in de Randstad sneller is gegaan dan in de provincie, is er volgens de wetenschappelijk directeur van Verwey-Jonker Instituut een ‘Nederland van verschillende snelheden’ ontstaan. Dat is een constatering, geen waardeoordeel. Het doel van dit kennisatelier op maandag 5 november in Driebergen, is om meer evenwicht te krijgen in de beeldvorming over integratie. Voor deze bijeenkomst zijn onderzoekers, beleidsmakers en journalisten uitgenodigd om hierover met elkaar in gesprek te gaan.

Een mix

Onderzoeker Kirsten Tinnemans voert de aanwezigen met zevenmijlslaarzen door de literatuurverkenning die zij voor dit kennisatelier heeft gedaan naar beeldvorming rond integratie. Haar onderzoeksterreinen zijn maatschappelijke participatie, diversiteit en integratie. ‘Uit literatuur blijkt dat beeldvorming een heel ingewikkeld proces is en dat beelden vaak worden opgebouwd uit diverse elementen. Feiten zijn slechts een deel van het verhaal. Percepties, aannames, emoties en waarden, die vaak niet gestoeld zijn op feiten, maken ook deel uit van de mix die tot beeldvorming leidt. Tevens spelen individuele ervaringen  – zowel van professionals als burgers –  een belangrijke rol bij de beeldvorming over integratie’, weet Tinnemans.

Download het volledige verslag

Draagvlak

Hoogleraar Tom Postmes uit Groningen deed een onderzoek in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid naar het ontstaan van beelden over het migratiebeleid. Het maatschappelijke draagvlak voor migratiebeleid werd ook meegenomen in dit onderzoek. Beeldvorming is volgens Postmes een proces dat niet alleen plaatsvindt door gebeurtenissen tussen groepen, maar vooral ook door dialoog bínnen groepen. Die beeldvorming speelt volgens de literatuur een belangrijke rol in de mate van draagvlak, maar daarbij worden de processen binnen groepen vaak over het hoofd gezien.

kennisatelier beeldvorming

Thermometer

Als hoogleraar sociale psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) weet hij hoe complex die processen kunnen zijn. De casus van de Armeense tieners Howick en Lili, die uitgezet zouden worden maar door grote maatschappelijke verontwaardiging toch mochten blijven, was een ‘thermometermoment’ waarop de gevoelstemperatuur van het Nederlandse integratieklimaat kon worden opgemeten. ‘Je zag een duidelijke wij-zij-dynamiek. Dat kan erop wijzen dat de verhouding tussen groepen verandert, maar het kan ook een indicator zijn van instabiliteit van de eigen identiteit. Je afzetten tegen de onbekende ander kun je bijvoorbeeld doen als je niet stevig in je schoenen staat’, aldus Postmes.

Vlotte babbel

'Het dilemma bij factchecken is of je in het frame van een ander wilt stappen, je herhaalt dan wel iemands uitspraken'

Ewoud Butter, onderzoeker en oprichter van Republiek Allochtonië, houdt het graag bij de feiten. Er staan volgens hem regelmatig onjuiste nieuwsberichten in kranten omdat sommige journalisten niet de tijd nemen of hebben om feiten te checken en zelf onderzoeksrapporten goed te lezen en te interpreteren. ‘Daarnaast hebben media een voorkeur gekregen voor opiniemakers, bekende Nederlanders met een vlotte babbel, maar vaak met weinig verstand van zaken. Dan gaan ongefundeerde meningen en frames al snel de berichtgeving overheersen. In deze tijden van fake news geen overbodige luxe. Het dilemma bij factchecken is alleen of je in het frame van een ander wilt stappen. Als Wilders bijvoorbeeld zegt dat er in Nederland sprake is van islamisering, en ik ga achterhalen of dat klopt, dan herhaal ik zijn frame. Aan de andere kant: wanneer je nu het woord islamisering googelt, dat stuit je al snel op feitelijke artikelen op Republiek Allochtonië die het verhaal van Wilders ontkrachten.’ 

Obsessie

Feiten checken blijft nuttig en belangrijk, maar in hoeverre het helpt tegen de waan van de dag, dat vraagt Ewoud Butter zich af. ‘Onze samenleving lijdt de laatste twintig jaar aan een etnische en religieuze obsessie. Er worden te vaak religieuze of etnische verklaringen aan maatschappelijke problemen of deviant gedrag gegeven zonder enige onderbouwing. Vroeger werd, met reden, meer belang gehecht aan sociaaleconomische verklaringen.’

Butter, ook werkzaam als toneelschrijver, gelooft wel in de kracht van kunst en cultuur om de samenleving empathischer te maken en gevoelige onderwerpen bespreekbaar te maken. ‘Vertel elkaar verhalen, ga naar het theater. We hebben verbeeldingskracht nodig om verschillen te overbruggen en dichter bij elkaar te komen.’

Belangrijkste uitkomsten van het kennisatelier
  • Er moet meer aandacht komen voor de rol van onderzoekers in het publieke debat. Is er daar ruimte voor? Willen onderzoekers dat en hoe zou die rol eruit kunnen zien?
  • Politici in publieke functies (zoals burgemeesters) oproepen om steeds genuanceerd zich uit te spreken.
  • Spreek de media aan op ongenuanceerde berichtgeving en framing.
  • Wees bewust van welke terminologie je gebruikt. Voorkom dat je onbewust bijdraagt aan negatieve beeldvorming.
  • Zoek actief contact met het 'stille, neutralere, midden' en geef hen ook een podium in het publieke debat.
  • Wees je als onderzoeker bewust van je eigen aannnames en durf daar expliciet over te zijn. Dit draagt bij aan de kwaliteit van het publieke debat.
  • Zorg voor een diverse samenstelling van onderzoeksteams, redacties bij media en teams bij gemeentes. Op deze manier kunnen verschillende standpunten en ervaringen tot hun recht komen in onderzoeken, media-uitingen en in beleid.

 

Download het volledige verslag

Jouw bijdrage

5 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.