Zo’n vijftig wijkagenten, zorgprofessionals, jongerenwerkers, professionals uit het onderwijs, ambtenaren en onderzoekers verzamelen zich in De Doelen in Rotterdam. Ze zijn aanwezig voor een seminar over preventie en aanpak van radicalisering, georganiseerd door Gemeente.nu. Een impressie.

Het woord is aan Bart Schuurman van Centre for Terrorism & Counterterrorism. Hij onderzoekt hoe mensen er toe komen om deel te nemen aan terroristische groepen. ‘We moeten af van radicalisering als verklaring voor terrorisme. Er is een bredere verklaring nodig’, stelt hij.

Realiteit is niet zo simpel

Vaak wordt er vanuit gegaan dat iemand radicale ideeën opdoet voordat diegene een terroristische daad pleegt. De realiteit is echter niet zo simpel. ‘Als we allemaal deden wat we zeggen te geloven, zou de wereld er heel anders uitzien’, zegt Schuurman. ‘Lang niet iedereen met radicale ideeën wordt terrorist en er zijn ook mensen die geweld gebruiken zonder ideologie.’ Mensen sluiten zich niet alleen vanwege hun opvattingen bij een radicale groep aan. Dit wil niet zeggen dat ideologie geen belangrijke rol speelt, maar voor een ingewikkeld fenomeen als terrorisme zou dit een te simpele verklaring zijn. De groep geeft hen ook gezelligheid (‘Ja, echt!), vriendschap en identiteit.

Schuurman ziet de toegroei naar terrorisme als ‘een complex proces waarin een veelvoud van factoren een rol spelen’. Bij de aanpak van radicalisering is het bijvoorbeeld belangrijk om niet alleen de radicale groep op te breken, maar moet er ook een alternatief worden gevonden waar iemand status, vriendschap en identiteit kan uithalen.

Deel je zorgen met andere professionals

Na de lunch gaat het publiek actief aan de slag onder leiding van Steven Lenos  van RadarAdvies. De aanwezigen lezen een casus over de 17-jarige Abdullah en geven in groepen op een schaal van 0-100 aan hoe ver Abdullah is geradicaliseerd. De groepen worden het niet eens: de genoemde cijfers liggen ver uit elkaar (van 12 tot 90). Het blijkt dat de groepen wel dezelfde casus hebben, maar vanuit verschillende instituties de informatie krijgen. Zo hebben sommigen de informatie van de politie gekregen en anderen van de school. ‘Dit gebeurt in de echte wereld ook’, benadrukt Lenos. ‘Wees je daarom bewust van je eigen referentiekader. Pas op met je oordeel als je niet alle puzzelstukjes hebt en deel je zorgen met andere professionals.’
 

Dossier radicalisering
Radicalisering, vervreemding van de maatschappij en sociale uitsluiting van moslimjongeren zijn actuele thema’s. Professionals van maatschappelijke en migrantenorganisaties en beleidsmakers bij gemeenten hebben behoefte aan kennis, duiding en aanpakken om preventief actie te ondernemen. In het dossier radicalisering ontsluit Kennisplatform Inclusief Samenleven praktische en wetenschappelijke kennis voor deze professionals. Het doel is om beleid, wetenschap en praktijk elkaar te laten versterken.

 

Hulplijn voor families

Habib el Kaddouri van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders vertelt tijdens de bijeenkomst over de Hulplijn Radicalisering. Deze hulplijn biedt een luisterend oor aan families van mogelijk radicaliserende jongeren en heeft als doel hen te empoweren en te ondersteunen. ‘De kracht van de hulplijn ligt vooral in het spontane, laagdrempelige en vertrouwelijke. Maar wel met een serieuze ondertoon’, aldus El Kaddouri. De hulplijn faciliteert ook lotgenotencontact tussen de families en denkt met hen na over hoe families een rol kunnen krijgen in de preventie van radicalisering.

Wat werkt?

Ron van Wonderen (Verwey-Jonker Instituut) en Marijke Booijink (Movisie) van KIS presenteren de resultaten van hun onderzoek. Zij brachten interventies voor het tegengaan of voorkomen van radicalisering in kaart. Hieruit zijn 225 interventies naar voren gekomen. Wat volgens de onderzoekers ontbrak in de afgelopen jaren, is het delen en overdraagbaar maken van interventies. In 2016 willen Ron en Marijke daarom een vervolgtraject starten. In dit traject ligt de focus op het ondersteunen van interventie-eigenaren bij het overdraagbaar maken en evalueren van hun interventie.

Integrale aanpak van Vilvoorde

De laatste spreker van de dag is Jessika Soors, de ‘deradicaliseringsambtenaar’ van de gemeente Vilvoorde, een klein stadje in de buurt van Brussel. Vilvoorde is “zwaar getroffen”: 28 personen vertrokken naar Syrië en elk vertrek had een grote sociale impact. ‘Vilvoorde is klein, dus iedereen kent wel iemand die vertrokken is’, vertelt Soors. Haar verhaal is een verhaal van vallen en weer opstaan. De gemeente stelde een multidisciplinair beleidsplan op, met warmte en veiligheid als belangrijkste uitgangspunten. Burgemeester Hans Bonte was nauw betrokken en ging bijvoorbeeld zelf op huisbezoek bij terugkeerders.

De aanpak van Vilvoorde is erop gericht zoveel mogelijk binnen bestaande structuren ruimte te creëren om hulp te bieden. Hier ligt ook een uitdaging: professionals vinden het moeilijk om eerdere ervaringen toe te passen op radicalisering. Deze integrale aanpak ‘vergt enorm veel inzet en capaciteit’, vertelt Soors. Maar ‘bij het bestrijden van radicalisering werkt insluiten veel beter dan uitsluiten’. Sinds mei 2014 zijn er in Vilvoorde geen uitreizigers meer geweest.

 

Lees het volledige verslag.

Anderen bekeken ook