Signalen uit migrantengemeenschappen, waar de indruk leefde dat kinderen met een migratieachtergrond vaker ten onrechte een lager schooladvies krijgen dan hun klasgenootjes zonder migratieachtergrond, was voor het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) aanleiding dit thema vanuit diverse perspectieven te onderzoeken. Onderzoekers Maaike van Rooijen, Suzan de Winter-Koçak en Mehmet Day spraken met onderwijsprofessionals, ouders en leerlingen en voerden statistische analyses uit.

 Belangrijkste aanbevelingen onderzoek:
  • investeer in communicatie tussen de school en de ouders en leerlingen;
  • start vroeg met uitleg onderwijssysteem en procedure voor schooladvies;
  • zorg dat meerdere elementen meegewogen worden bij het opstellen van het advies;
  • eindtoets als objectieve meting is voor ouders en leerlingen belangrijk;
  • creëer bewustzijn bij leraren met betrekking tot mogelijke vooroordelen in het tot stand komen van het advies.

Het schooladvies

Basisscholen in Nederland zijn sinds de wet- en regelgeving van 2014 verplicht een leerling- en onderwijsvolgsysteem te hanteren. Vanaf 2015 is het schooladvies, dat aan het einde van de rit, in Groep 8, wordt opgesteld door onderwijsprofessionals, bepalend voor het voortgezet onderwijs dat een kind gaat volgen. Dit advies wordt (idealiter) voor 1 maart aan leerlingen en ouders gecommuniceerd. Indien het kind op de eindtoets, die ergens in april of mei plaatsvindt, een hogere score laat zien, dan is de school verplicht om het advies te heroverwegen (niet om het ook daadwerkelijk aan te passen). Is de score op de eindtoets lager, dan blijft het schooladvies onveranderd.

Het blonde vriendje met de blauwe ogen van mijn kind heeft dezelfde scores en die heeft een hoger advies gekregen

Voorheen lag er meer gewicht op de eindtoets en volgde daar het schooladvies uit. Consequentie was dat kinderen cito-trainingen gingen volgen om maar vooral zo hoog mogelijk te scoren tijdens de toets. Kritiek op die benadering was onder andere dat de eindtoets dan slechts een momentopname is en dat de score dus helemaal niet representatief hoeft te zijn voor de schoolontwikkeling van het betreffende kind. Het oordeel van de leerkracht volgde meestal de score op de eindtoets. Nu de wet de combinatie van beiden voorschrijft, de resultaten uit het leerlingenvolgsysteem en het oordeel van de onderwijsprofessionals (waarin onder andere ook werkhouding, taalvaardigheid en thuissituatie meegewogen worden), klinken echter opnieuw kritische geluiden.

 Naar het volledige onderzoeksrapport 

Het blonde vriendje met de blauwe ogen

Die kritische geluiden komen onder andere terecht bij Dorine Wiersma van het Informatiepunt Ouders & Onderwijs, gehuisvest in één van de kantoortorens op Hoog Catharijne, naast het Centraal Station van Utrecht. ‘Wij worden regelmatig gebeld over het schooladvies met de vraag: welke factoren mag een leerkracht mee laten wegen bij het opstellen van het advies? Mogen bijvoorbeeld factoren in de thuissituatie daar een rol bij spelen? Of het opleidingsniveau van ouders? Of hoeveel tijd ouders helpen met huiswerk?’

Wiersma heeft geen harde cijfers, het Informatiepunt registreert niet de achtergrond van de ouders die bellen, maar ze vermoedt dat ouders met een migratieachtergrond onder de bellers in de minderheid zijn. Zij die wel de telefoon pakken spreken soms het vermoeden uit dat hun achtergrond van invloed is geweest op het advies. ‘Dan zeggen ze bijvoorbeeld: “Het blonde vriendje met de blauwe ogen van mijn kind heeft dezelfde scores en die heeft een hoger advies gekregen”. Of “Mijn zoon had een 8 voor zijn dictee en zijn vriendje had ook een 8, maar die heeft een hoger advies gekregen.”’

Het onderzoek

De KIS onderzoekers bogen zich het afgelopen jaar over die vermeende onder advisering van leerlingen met een migratieachtergrond. Het onderzoek bestond uit een kwantitatief en een kwalitatief deel. De kwantitatieve analyses werden uitgevoerd op de schooladviezen en eindtoetsscores van 1258 leerlingen verbonden aan 15 basisscholen verenigd in een stichting van openbare scholen in een grote stad in de Randstad.

Ik ben ervan overtuigd dat onderwijsprofessionals heel erg hun best doen. Toch leeft bij ouders en leerlingen het gevoel dat het advies niet altijd eerlijk tot stand komt. En dat kan. Doordat er ruimte is voor subjectiviteit is er ook ruimte voor vooroordelen

Het kwalitatieve onderzoek bestond uit individuele gesprekken met 18 onderwijsprofessionals, 15 ouders en 17 jongeren. In vier verschillende focusgroepsdiscussies werden de voorlopige bevindingen vervolgens getoetst en aangescherpt.

Ruimte voor subjectiviteit

Onderzoeker Maaike van Rooijen stelt dat uit de analyses niet naar voren komt dat kinderen met een migratieachtergrond structureel en bewust een lager advies krijgen dan op basis van hun eindtoets gerechtvaardigd is. Uit de kwantitatieve analyses kwam zelfs naar voren dat er in de onderzochte data vaker over advisering dan onder advisering plaatsvond.

‘Wel is duidelijk dat er in het opstellen van het schooladvies ruimte is voor subjectiviteit’, vertelt van Rooijen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat onderwijsprofessionals heel erg hun best doen’, benadrukt ze, ‘toch leeft bij ouders en leerlingen het gevoel dat het advies niet altijd eerlijk tot stand komt. En dat kan. Doordat er ruimte is voor subjectiviteit is er ook ruimte voor vooroordelen. Met name de communicatie rondom het (tot standkomen van het) schooladvies kan beter.’

Transparant communiceren

Wiersma illustreert levendig: ‘Heel vaak past het advies dat in groep 8 wordt gegeven en is er helemaal geen discussie over. Maar soms is het een verrassing of zelfs een onaangename verrassing. Vaak zit dat in de communicatie met de ouders. Een leraar kan bijvoorbeeld zeggen: “Het gaat hartstikke goed op school. Hij doet goed mee en hij luistert goed en de sommetjes gaan goed. Alles gaat goed.” Dan denken de ouders dat zal wel havo of vwo worden. En dan komt er bij het advies vmbo-k eruit. “Hoezo?”, vragen de ouders dan. “Het ging toch ‘goed’?” Maar wat is ‘goed’? ‘Goed’, als passend bij het capaciteiten niveau van het kind of ‘goed’ op de maatschappelijke ladder? Voor ouders kan het woordje ‘goed’ soms een vertaalslag krijgen naar een bepaald schooltype, terwijl een leerkracht er misschien iets heel anders mee bedoelt.’

Er blijft altijd een zekere foutmarge, ongeacht welk systeem je kiest. Wat wij als organisatie hopen is dat het schooladvies in Groep 8 geen verrassing is en dat het voor ouders en leerlingen duidelijk is hoe dit advies tot stand is gekomen

Foutmarge

Nuchter sluit Wiersma af: ‘Er blijft altijd een zekere foutmarge, ongeacht welk systeem je kiest. Wat wij als organisatie hopen is dat het schooladvies in Groep 8 geen verrassing is en dat het voor ouders en leerlingen duidelijk is hoe dit advies tot stand is gekomen. De overstap naar het voortgezet onderwijs is belangrijk en gaat met veel twijfel, onzekerheid en spanning gepaard (bij de leerlingen en ouders). Ouders moeten echt meegenomen worden in het proces. Dat heeft helemaal niks met het wel of niet hebben van een migratieachtergrond te maken, maar gewoon met de beladenheid van dit onderwerp. Omdat er heel veel vanaf hangt en omdat je als ouder zo weinig mogelijkheden hebt om er iets aan te doen, als het naar jouw mening niet klopt. Een school is verplicht om te heroverwegen, als de eindtoets daar aanleiding toe geeft, niet om aan te passen. Goede communicatie is dan essentieel.’

 Naar het volledige onderzoeksrapport 

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

10 + 0 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.