Wanneer mensen een goed en warm contact aangaan met iemand over wie zij eerder vooroordelen over hadden, vermindert dit vooroordelen en polarisatie. Het contact draagt bij aan respectvol samenleven. Geen wonder dat daarom veel gemeenten en maatschappelijke organisaties het contact willen bevorderen tussen mensen die van elkaar verschillen in afkomst, religie en huidskleur. Maar hoe ga je dan om met de mensen die helemaal geen contact willen met mensen met een andere afkomst dan zijzelf?

Contact werkt om de verhoudingen te verbeteren tussen verschillende groepen mensen, zo blijkt onder meer uit een beroemd onderzoek van Pettigrew en Tropp uit 2006. Hierin werden meer dan 500 studies tegen het licht gehouden over contact tussen mensen die van elkaar verschillen in bijvoorbeeld afkomst, huidskleur en religie. Het werkt zelfs bijvoorbeeld bij extreemrechtse groepen. Maar wanneer mensen ‘andere groepen’ beschouwen als directe ‘tegenstander in de strijd’ of als zeer bedreigend, heeft contact minder effect maar kan het nog steeds vooroordelen over en weer verminderen (zie ook het KIS-rapport Openlijk en onomwonden racisme).

Contact werkt zelfs in oorlogs-of conflictsituaties. Het is dus zeker mogelijk om het contact te stimuleren tussen mensen die van elkaar verschillen (in bijvoorbeeld afkomst of religie) als deze mensen daar in eerste instantie helemaal geen interesse in hebben. We noemen hieronder drie strategieën die we kennen uit de wetenschappelijke literatuur en de praktijk en die met elkaar gecombineerd kunnen worden.  

Strategie 1: Een gemeenschappelijk doel

Samenwerken aan een gemeenschappelijk doel kan zorgen voor een goed contact. Ook als mensen zeer negatief tegenover elkaar staan kan dit werken. Zelfs in Rwanda werkte dit tussen overlevers en plegers van de genocide (zie kader).

Hoewel op dit gebied meer onderzoek nodig is, zijn er al verschillende voorbeelden hiervan in de praktijk. Zoals mensen die samen een benefiet-bijeenkomst houden voor een goed doel en op deze manier elkaar ontmoeten. Of buurtbewoners die samen het buurthuis opknappen of leerlingen die samenwerken aan een moeilijke puzzel. Dit soort activiteiten trekt waarschijnlijk ook mensen aan die niet direct interesse hebben in het ontmoeten van mensen met een andere afkomst of religie, maar die zich gewoon nuttig willen maken of in willen zetten voor een ander. Bekijk voor meer info ook de Wijkverbinder.

Aandachtspunt: kunst is om de activiteit zo in te richten dat samenwerking met anderen (die verschillen in afkomst, religie of huidskleur) niet uit de weg kan worden gegaan. Dat kan bijvoorbeeld door mensen in groepjes te verdelen of taken te verdelen op basis van wat deelnemers kunnen in plaats van op basis van wie zij al kennen.

Inspirerend voorbeeld uit het buitenland: samen huizen bouwen

Na de genocide op de Tutsi, kwamen overlevers van deze genocide en voormalige daders, samen terecht in dorpen waar zij moesten samenwerken om huizen te kunnen bouwen en in hun economisch bestaan te voorzien. Door die samenwerking werd de verhouding tussen die twee groepen beter. Als je bijvoorbeeld samen een huis bouwt, moet je goed met elkaar communiceren en uit die communicatie ontstonden goede relaties. In plaats van de ander te zien als ‘die andere groep’ gingen ze elkaar zien als individu (zie ook het onderzoek hierover).

Strategie 2: Gewoon leuk om te doen!

Als een activiteit wordt omschreven als een activiteit om elkaar beter te leren kennen of vooroordelen of polarisatie te verminderen, dan werkt het vaak minder goed. Want een deel van de mensen is zich dan bewust van de bedoeling, gaat zich hier mentaal ‘wapenen’ tegen verandering en stelt zich juist niet open op. Maar dat wordt anders als het gaat om een leuke activiteit waarbij je als het ware ‘toevallig’ mensen ontmoet waar je eigenlijk vooroordelen over had. Meer onderzoek is hiervoor nog nodig (dat gaat KIS ook doen). Uit onderzoek naar interventies om in wijken nieuwkomers en oude bewoners bij elkaar te brengen is al wel bekend dat door de individuele interesses en talenten voorop te stellen en geen onderscheid te maken tussen nieuwkomers en oude bewoners, verhoudingen kunnen verbeteren. Het gaat dus bijvoorbeeld om samen creatief aan de slag te gaan (zie ook het KIS-onderzoek naar sociale verbinding tussen nieuwkomers en andere wijkbewoners).

Aandachtspunt: de taal en de communicatie. Om te zorgen dat mensen een gevoel krijgen van dat de activiteit ‘leuk’ is, moet de activiteit op zo’n manier worden omschreven dat het aanspreekt en enthousiasmeert. Per doelgroep (bijvoorbeeld jongeren, ouderen of bijvoorbeeld ouders met kinderen) verschilt dit, net als de kanalen waarop zij kunnen worden bereikt.

Inspirerend voorbeeld uit het buitenland: op theaterkamp

Er zijn al lange tijd spanningen tussen Turks-Cyprioten en Grieks-Cyprioten. In deze studie namen jongeren van beide groepen deel aan een theaterkamp van een paar dagen, waarin zij theatervaardigheden leerden. Het samen theater maken maar ook leuke spelletjes doen stond voorop. Zo werkten de jongeren met elkaar samen in gemixte groepen. Na afloop hadden zij minder vooroordelen ten aanzien van jongeren met een andere afkomst dan zijzelf.

Strategie 3: Dat je er niet onderuit kan

Op school of op het werk kunnen mensen in contact komen met mensen die een andere afkomst, religie of huidskleur hebben dan zijzelf. Wanneer de docent of leidinggevende groepen indeelt, kan dit betekenen dat mensen met elkaar gaan samenwerken die elkaar nooit uit zichzelf hadden uitgekozen. Maar door die samenwerking kunnen wel weer vooroordelen verminderd worden. Wanneer mensen dus niet zo open staan voor contact met ‘de ander’ is een mogelijke strategie om die ontmoeting en samenwerking te stimuleren op plekken waar de doelgroep al (verplicht) naartoe gaat. Bijvoorbeeld de sportclub, de school of het werk.

Aandachtspunt: belangrijk is dat de ontmoeting voelt als vrijwillig; als het voelt als een ‘moetje’ heeft het mogelijk minder effect. Dus belangrijk is om deze strategie te combineren met strategie 2 en de activiteit zo aantrekkelijk mogelijk te maken.

Inspirerend voorbeeld uit Nederland: ontmoeting in de klas

Binnen het project Gelijk=Gelijk? van Diversion staan islamitische, joodse en lhbti-jongeren gezamenlijk voor klassen om seksuele, culturele en religieuze diversiteit bespreekbaar te maken. Deze jongeren delen ook hun ervaringsverhaal met de klas. Op deze manier leren de leerlingen iemand kennen die ze in het echte leven niet zo snel hadden leren kennen.

Gouden tip: laat ‘voorlopers’ goede ervaringen delen

Als mensen positieve ervaringen hebben met een ontmoetingsactiviteit dan kunnen zij dat onder ‘hun eigen groep’ verdere bekendheid geven. Dus als een buurtbewoner bijvoorbeeld enthousiast of trots is op zijn aandeel in het opknappen van het buurthuis, kunnen andere buurtbewoners, door zijn of haar enthousiasme ook gemotiveerd worden om mee te gaan helpen. Daarbij kan het raadzaam zijn om mensen met meer bekendheid of enige status (in de buurt of regio) speciaal te vragen om deel te nemen: als zij hier enthousiast over zijn, dan volgen er vaak meer.

Het mooiste is als er ook goede banden ontstaan tussen mensen die van elkaar verschillen en dat deze zichtbaar worden in bijvoorbeeld de buurt of op een school. Want als Henk aan zijn vrienden Jan en Kees laat zien dat hij nu ook bevriend is geworden met Ahmed, dan zorgt dit ervoor dat niet alleen Henk maar ook Jan en Kees minder vooroordelen krijgen en zich opener stellen voor contact met mensen met een andere afkomst dan zijzelf. Dit is ook het idee achter de ‘extended contact theorie’.

 

Anderen bekeken ook