Een sarrend carnavalslied op Radio 10, een jonge Nederlandse studente met Chinese roots die in een lift in elkaar geslagen wordt, een oudere man met Chinese achtergrond die van zijn fiets wordt getrapt. Discriminatie van deze groep laait weer op sinds er sprake is van het coronavirus. De nogal versnipperde Chinese gemeenschap in Nederland weert zich echter sterker.

‘Het komt allemaal door die stink-Chinezen’, schalde het op 7 februari uit Radio 10. Een ‘als satire bedoelde’ carnavalsschlager van Lex Gaarthuis produceerde de ene belediging na de andere. De vele organisaties die Nederlanders met Chinese achtergrond vertegenwoordigen waren not amused en deden aangifte. Het carnavalslied 'Voorkomen is beter dan Chinezen' is ‘discriminerend en haatzaaiend’, stelden ze. Het OM bekijkt op dit moment de aangifte.

‘Wij zijn geen virussen’ heet de petitie die hierop volgde, en inmiddels door ruim 57.000 mensen is getekend. In de afgelopen weken waren veel tegenreacties in de media te horen en te zien. Ondertussen gaat het geweld gericht op Nederlanders met Chinese afkomst wel door. Zo werd een studente in Tilburg in een lift in elkaar geslagen, nadat ze een groepje jongeren vroeg op te houden met het zingen van bovengenoemd carnavalslied. Een oudere man werd in Amsterdam door twee jongeren van zijn fiets getrapt. Een van hen filmde de trap en de nare val die de oudere man maakte. Hij zette het op snapchat met de toevoeging: ‘Maak je niet druk jongens, het was een Chinees.’ Tegen hen is eveneens aangifte gedaan.

Respect tonen aan de gastheer

Bovenstaande speelde zich af tijdens de proloog van de komst van het coronavirus in Nederland. Maar discriminatie tegen de Chinese medelanders bestaat al zolang als zij in ons land verblijven, en dat is al meer dan 100 jaar. Al in 1911 haalde de Rotterdamse Lloyd zeelieden uit China naar Nederland om een havenstaking te breken. Dat was het begin van de eerste Chinese gemeenschap in ons land. In de jaren ’70 en ’80 volgde nog een migratiegolf van Chinezen die hier een Chinees-Indisch restaurant begonnen (zie ook kader).

Het is een redelijk stille groep migranten. Zij hebben altijd te maken gehad met discriminatie, maar zijn er nooit luid tegen opgetreden. 'Dat zit ook een beetje in onze cultuur', verklaart ouderenconsulent Kwok Hung Lau uit Den Haag. 'In het algemeen vinden we dat we respect moeten tonen aan onze gastheer. We voelen dat we hier gast zijn, ook al hebben we de Nederlandse nationaliteit. We moeten ons schikken. Dat heeft iets moois, maar daarmee benadelen we ook onszelf, laten we kansen liggen.'

Ironische reactie uit Chinese gemeenschap

Een goede kennismaking met de positie van eerste en tweede generatie Chinezen in Nederland is het boek ‘De Bananengeneratie’ van journalist Pete Wu. Geboren in Nederland uit Chinese ouders, opgroeiend met voornamelijk Nederlandse vrienden, start hij een zoektocht naar zijn identiteit. Het levert prachtige verhalen en verslagen op van gesprekken met andere tweede generatie Chinese Nederlanders.

Ook hij beschrijft de neiging om alles binnenskamers te houden, maar hij schetst tegelijkertijd een tegenbeweging, die zichtbaar is geworden na een uitglijder van Gordon. In 2013 vraagt die tijdens een auditie in Holland’s Got Talent aan zangtalent Xiao Wang van Chinese herkomst: ‘Welk nummer ga je zingen? Nummer 39 met rijst?’ Het levert een hausse aan verontwaardigde reacties op. Wu schrijft: ‘Na Xiao’s optreden konden Nederlanders een week lang in bepaalde Chinese restaurants de nummer 39 op hun menu’s met 39 procent korting bestellen – een ironische reactie vanuit de gemeenschap.’ Op Facebook startte de Amsterdamse journaliste Janet Lie de pagina ‘Nummer 39 met rijst’, een platform ‘om stereotypen over Aziaten te doorbreken en racisme bespreekbaar te maken’. Het heeft ruim 4000 volgers.

Mensen zien letterlijk het verschil niet tussen een Chinees in China en oost-Aziaten of Chinese migranten in Nederland

Onrecht vanwege hun afkomst

Wu stelt in zijn boek discriminatie tegen Chinese Nederlanders duidelijk aan de kaak. Ook hij heeft de incidenten van de afgelopen weken meegekregen, maar reageert vrij nuchter. 'Veel mensen zullen wel aanvoelen dat het belachelijk is om op etnisch uiterlijk te targetten', zegt hij. 'Het heeft vooral te maken met hoe weinig Aziatische gezichten er in de media zijn. Mensen zien letterlijk het verschil niet tussen een Chinees in China en oost-Aziaten of Chinese migranten in Nederland.'

Hij heeft persoonlijk geen discriminatie ondervonden, zegt hij, maar volgt de incidenten en commotie in de media. 'Dit gaat me natuurlijk wel aan. Stel dat mijn ouders worden aangevallen, omdat mensen denken dat zij het coronavirus kunnen overdragen, terwijl zij al 30 jaar in Nederland wonen en al enige tijd niet in China zijn geweest. Dan wordt hen onrecht aangedaan vanwege iets waar ze niets aan kunnen doen, namelijk hun afkomst. Dat is wel een van de hoofdpunten uit mijn boek.' Hij hekelt onder meer de ‘gezelligheidsdiscriminatie’: grappen in de lijn van bovengenoemd carnavalslied, wat volgens Nederlanders ‘moet kunnen’. 'Terwijl het gaat om het neersabelen van een al gemarginaliseerde groep.'

Mensen zonder verstand

Catherina Tsang, coördinator bij De Chinese Brug, een ontmoetingscentrum in Den Haag, zegt over het carnavalslied: 'Ik voel me niet aangesproken. Ik heb het gehoord, en had het na 1 minuut wel gehad. Ik zie ook wel berichten op sociale media voorbij komen met teksten als: "Alle Chinezen moeten oprotten." Daar reageer ik niet op. Dat zijn mensen zonder verstand, dus waarom zou ik met hen in discussie gaan? Ik snap de boosheid van Nederlanders met Chinese roots, maar ik voel me persoonlijk niet aangesproken.'

Tsang is geboren in Suriname, uit een Chinese vader en Hong Kongse moeder, en is opgegroeid in Den Haag. Net als alle andere schoolgaande kinderen van Aziatische herkomst, ervaarde ze af en toe discriminatie. Met wie je ook uit deze gemeenschap praat, ze verhalen allemaal over zangkoortjes die Ching Chang Chong roepen. Het eten van honden blijkt een hardnekkig terugkerende fabel en allemaal zijn ze weleens uitgescholden voor spleetoog. 'Dat speelde zich vooral af in mijn lagere en middelbare schooltijd. Daarna heb ik geen nare dingen mee meegemaakt. Maar ik ben mondig genoeg, als het nodig is bijt ik van me af.'

Zodra we de diversiteit laten zien, meer zichtbaar zijn, tackelen we de stereotypen

Verdwaald tussen twee culturen

Kwok Hung Lau kwam met zijn ouders als 12-jarige naar Nederland vanuit Hong Kong. Ook hij werd weleens op school uitgejouwd. 'Dat was niet leuk, maar ik vatte het niet persoonlijk op. Het voelde als kwajongensstreek.' Hij is tijdens een voorlichtingsmiddag over het coronavirus op 27 februari in De Chinese Brug aanwezig als tolk/vertaler. Een dag eerder hing hij over deze middag een flyer op in een ontmoetingsruimte voor Nederlandse ouderen en sprak hij hen aan om hen uit te nodigen. ‘Laat dat virus lekker bij z’n haard blijven, bij jullie Chinezen’, luidde het antwoord. 'Dat vond ik natuurlijk niet fijn, want zij hebben geen reden om mij persoonlijk aan te vallen. Toch voel ik het niet als discriminatie.'

Misschien is dat tegelijkertijd de kracht van de Nederlanders met Chinese roots: ze laten zich niet snel op de kast jagen. 'Onze cultuur is duidelijk anders dan de Nederlandse. Voor ons zijn familiebanden heel belangrijk. Je ziet bij de ouderen dat depressie volgt als die banden niet meer goed zijn. Nederland blijft voor de eerste generatie een vreemd land vanwege de taal. Hun migratie was ook niet echt een bewuste keuze. Ze kwamen om economische redenen naar Nederland met de intentie na een aantal jaren weer terug te keren. Maar ze zijn niet teruggegaan, ze zijn verdwaald geraakt tussen twee culturen.'

Betere representatie

Wat is het beste antwoord op de steeds opduikende discriminatie? Pete Wu denkt dat het blijven reageren op uitwassen belangrijk is. 'We moeten het blijven benoemen, want als we discriminatie en racisme niet benoemen, lijkt het alsof het normaal is. En we moeten zorgen voor een betere representatie van Chinese Nederlanders in de media, de politiek en het onderwijs. We denken vaak dat er maar één soort Chinees is, maar dat is natuurlijk niet zo. Zodra we de diversiteit laten zien, meer zichtbaar zijn, tackelen we de stereotypen.'

Tekst: Astrid van Unen
Foto: Hollandse Hoogte / Najib Nafid

Feiten en cijfers over de Chinese gemeenschap in Nederland

Al ruim 100 jaar wonen en werken er Chinezen in Nederland, en ze vormen met circa 100.000 leden in omvang inmiddels de vijfde grote groep niet-Westerse migranten in Nederland. 75% van hen komt uit China, 19% uit Hong Kong en Macau en 4% uit Taiwan, aldus cijfers van het CBS. Uit onderzoek uit 2015 van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat er, afgezien van culturele verschillen naar regionale herkomst, duidelijk subgroepen in de Chinese migrantengemeenschap zijn. Dan gaat het om de ‘oude’ eerste generatie (gearriveerd vóór 2000), waarvan de meesten in de horeca belandden, de ‘nieuwe’ eerste generatie (gearriveerd na 2000) die hier als hoger opgeleiden verdiepende studies volgden, en de tweede generatie, voortgekomen uit de ‘oude’ 1e generatie.

Opmerkelijk is dat deze laatste groep relatief hoogopgeleid is, in vergelijking met hun ouders en andere Nederlanders. Cijfers uit 2011 van het SCP laten zien dat 66% van de Chinese Nederlanders havo/vwo doet tegenover 50% van de autochtone leerlingen, en 85% stroomt door naar het hoger onderwijs, tegenover 59% van de autochtone Nederlanders.

Volgens datzelfde SCP zijn Chinezen relatief sterk georganiseerd in Nederland. Een deel van deze organisaties is gericht op ondernemers, maar er zijn ook gezelligheidsverenigingen, hulporganisaties, Chinese kerken en belangenbehartigingsorganisaties. Daarnaast zijn er relatief veel schoolorganisaties: zo’n 40 Chinese zaterdagscholen, georganiseerd onder één koepel, waar kinderen taal en cultuur van de regio van herkomst leren.

Jouw bijdrage

1 + 0 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.