Hoe zorg je dat je als wijkteam of jeugdteam groepen bewoners die voor hulpverlening vaak buiten beeld zijn, zoals migranten, toch goed bereikt? Welke competenties zijn daarvoor noodzakelijk en hoe leer je daar oog voor te krijgen? Een gesprek daarover met Monique Schweitz, werkzaam bij GGD Zaanstreek Waterland. Zij is projectleider van de jeugdteams Weerpad/Pelders- en Hoornse Veld en coördinator van Centrum Jong in Zaandam.

Over het algemeen worden maatschappelijk kwetsbare migrantengezinnen niet tijdig bereikt door de jeugdhulp. Stimuleert de gemeente Zaanstad het verbeteren van het bereik en het vergroten van de effectiviteit van de jeugdhulp?

Schweitz: ‘Ja, de gemeente speelt daarbij zeker een positief stimulerende rol. Daar wordt naar gevraagd. Ik ken het voorbeeld van een team dat in een projectvoorstel aan de gemeente weinig aandacht had geschonken aan diversiteit. De gemeente vroeg om er meer aandacht aan te besteden. Bijvoorbeeld door contact te leggen met zelforganisaties. En het team kreeg het advies om contact met ons op te nemen.’ Het team van Schweitz wordt door de gemeente dus als een positief voorbeeld gezien. Het slaagt er kennelijk in bewoners met een migrantenachtergrond goed te bereiken. Hoe doe je dat? En hoe is het onderwerp cultuurdivers werken zo’n prominent issue geworden voor haar team? ‘Het zit in het profiel van de professionals die bij het team werken’, stelt Schweitz. ‘Die hebben oog voor dit thema. Het moet in je zitten, het zit ook in mij. Misschien heeft het er mee te maken dat ik lang op de Antillen heb gewoond. Ik ben altijd al met het onderwerp diversiteit bezig geweest.’ In haar werkverleden in Amsterdam Zuid-Oost, had Schweitz, toen nog hulpverlener, veelal met bewoners te maken van niet-autochtone komaf.

Lees ook het interview met wethouder Jeroen Olthof van Zaanstad

wijkteam

Toen ze in Zaanstad kwam werken, waar de inwoners meer dan honderdvijftig nationaliteiten vertegenwoordigen, wilde ze dan ook graag in veelkleurige wijken werken. ‘Daar zit mijn passie. Daar voel ik mij senang.’ Wat ze constateerde toen ze startte, was dat de hulpverlening in wijken als Poelenburg niet goed aansloot bij migrantengezinnen. ‘Er was veel gedwongen hulpverlening – ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen. Er heerste het beeld dat de opvoeding van deze ouders niet goed was. De ouders kregen het gevoel dat ze geen goede ouders waren.' Ze hadden op hun beurt een negatief beeld van de hulpverlening, vervolgt ze. ‘De deur bleef gesloten. Veel ouders vonden de hulpverlening betuttelend en ze waren bang dat de jeugdzorg de kinderen kwam ‘afpakken’. Pas als de problemen door de deur vielen, bij wijze van spreken, dan kwam de hulpverlening in beeld.’

Die achterdocht bij ouders is nu veel minder. Die zoeken hulpverleners nu veel eerder op en vice versa, is haar stellige indruk.

'Je hebt professionals nodig die uit hun vaste structuur durven te stappen en open durven staan voor nieuwe inzichten'

Hoe is die verandering teweeggebracht?
Schweitz: ‘Door het systeem van hulpverlening los te laten. En door de professionals uit hun werkstructuren te halen en in plaats daarvan hen te laten aansluiten op wat er leeft in de wijk. Door ook proberen andere woorden te bedenken die begrijpelijk zijn en niet in vakjargon te praten. Voor sommige gezinnen is bijvoorbeeld niet duidelijk wat je bedoelt als je het hebt over een ‘intakegesprek bij de GGZ’ of over ‘consequent zijn als ouders’. Begrijpelijke taal spreken klinkt heel simpel, maar dat is het niet. Het gaat erom dat je aansluit bij de gezinnen en goed luistert. Wat gaat hier goed en wat zijn de vragen nu echt? Het is belangrijk dat onze gezinscoaches goed kunnen communiceren met laagtaalvaardige gezinnen. Door het aanpassen van het tempo, het taalniveau en het actief checken bij cliënten om misverstanden te voorkomen. Gezinscoaches kunnen goed omgaan met migrantengezinnen. Zij weten het vertrouwen van de gezinnen te winnen. En dat je niet per se uitgaat van het westerse model van het kerngezin. Dat is niet zo in onze wijk waar ook opa’s, oma’s, tantes en ooms een belangrijke rol in de opvoeding spelen. Ook al zitten ze achter een andere voordeur.’

Kan iedereen deze manier van werken leren?
‘In het begin hebben we gedacht dat iedereen het kan leren maar dat is niet zo. Je hebt mensen nodig die uit hun vaste structuur durven te stappen en open durven staan voor nieuwe inzichten.’  

sociaal wijkteam

Volgens Schweitz bestaat er bij sommige professionals weerstand om een gevestigde manier van werken los te laten. ‘Dan is er de angst om een methode of regels los te laten omdat anders de veiligheid in het geding is.’ Maar stelt ze: ‘Toen de regels werden gevolgd waren er meer uithuisplaatsingen, werden meer kinderen uit huis geplaatst. Hoe goed ben je dan bezig?’ En: ‘Om de culturele sensitiviteit in ons team te vergroten, doen wij regelmatig aan deskundigheidsbevordering en bespreken wij casuïstiek over complexe situaties.'

‘Wat ook helpt is een multi-etnisch team. Wij hebben medewerkers met diverse achtergronden, Turks, Surinaams, etc. Ons team bestaat voor 65 procent uit professionals met een migratieachtergrond. Net zoveel als er ook aan niet westerse gezinnen in de wijk wonen. Daardoor zijn we niet alleen heel herkenbaar voor de bewoners in de wijk. We leren ook veel van elkaar en in sommige gevallen vinden gezinnen het prettig om in hun eigen taal met een professionals te kunnen praten. Daarnaast is een succesfactor dat wij in de haarvaten van de wijk zitten. Wij werken intensief samen met vertegenwoordigers van migrantenorganisaties: ook vrouwenorganisaties en jongerenorganisaties. We hebben vrijwilligers bij ons werken als een soort intermediair tussen migrantengroepen en de jeugdhulp. De samenwerking met deze organisaties en sleutelpersonen vergroot de bekendheid van de jeugdhulp en vooral het vertrouwen in ons.'

Uw stellige indruk is dus dat migrantengezinnen eerder worden bereikt?
'Ja, er zijn weinig doorverwijzingen naar specialistische zorg en weinig naar de jeugdbescherming. Die organisaties hebben geen wachtlijsten meer.’ Allerlei soorten hulpvragen lossen wij op met het team, stelt Schweitz. ‘Wij zitten in een wijk waar meervoudige problemen spelen. Stress, psychische klachten, opvoedingsproblemen, financiële problemen, huiselijk geweld.’

'Wij proberen methoden in te zetten waarmee je non-verbaal hulp kunt geven'

Het is zaak om goed te kijken wie je in je team opneemt, zegt ze. In het begin was er te weinig ggz-expertise. Dat hebben we nu veranderd.’

Los daarvan is het zaak om ggz-hulp goed toe te snijden op de bewoners met een migratieachtergrond of een laag opleidingsniveau. ‘Veel hulp in de ggz is heel verbaal, daardoor haken mensen snel af. Wij proberen methoden in te zetten waarmee je non-verbaal hulp kunt geven.’

‘Al met al hebben wij het gevoel op de goede weg te zitten. Wij krijgen steeds meer vertrouwen van de diverse groepen bewoners in de wijk. Vroeger kwamen ze niet uit zichzelf naar ons toe. Tegenwoordig steeds meer. Dat is echt een mooi resultaat.’

Wijkteams diversiteitsproof
Hoe bereik je migrantengroepen optimaal en zorg je dat de medewerkers beschikken over intercultureel vakmanschap? En hoe maak je bestaande aanpakken nu op maat voor sociale wijkteams zodat wat ze nodig hebben ook daadwerkelijk kunnen toepassen? Kennisplatform Integratie & Samenleving verzamelt, bundelt en verspreidt kennis en aanpakken hierover. Lees meer over het project Wijkteams diversiteitsproof.

De geportretteerde personen op de foto's hebben geen directe relatie met de tekst.

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

6 + 7 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.