Ben je Marokkaan of Nederlander? Loyaal aan Nederland of zweer je bij jouw Turkse roots? In het huidige politieke en sociale klimaat staan migrantenjongeren ongewild voor dergelijke keuzes. Zo’n polariserende omgeving draagt er bij Nederlandse jongeren met een Marokkaanse en Turkse achtergrond toe bij dat ze zich meer terugtrekken in de eigen groep en een positievere houding ontwikkelen ten opzichte van geweld om de groep te beschermen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek.

In het artikel, verschenen in het International Journal of Intercultural Relations, valt het woord ‘radicalisering’ weinig. Tussen de regels door wordt duidelijk dat de onderzoekers op zoek zijn naar de achtergronden van radicalisering. Iets waar de wetenschap nog steeds geen eenduidig antwoord op heeft. Zijn we met dit onderzoek een stapje dichter bij het voorspellen en tegengaan van radicalisering? We vragen het hoogleraar Trees Pels, een van de auteurs van het artikel: ‘Dat denk ik wel, ja. Radicalisering is de eindfase van een complex proces. Een positieve houding ten opzichte van het gebruik van fysiek geweld om de eigen groep te verdedigen, kan een voorloper daarvan zijn.’

'De resultaten van dit onderzoek zijn een waarschuwing aan politiek en samenleving'

Een defensieve houding wordt veroorzaakt door het gevoel als groep achtergesteld te worden, mede als gevolg van het vijandige klimaat in de samenleving. In het onderzoek is ingezoemd op Nederlandse scholieren uit het voorgezet onderwijs van Marokkaanse en Turkse afkomst, tussen de veertien en achttien jaar. Jongeren van deze leeftijd zijn al bevattelijk voor het gevoel er niet bij te horen. Laat staan als ze tot een minderheidsgroep met een lage maatschappelijke status worden gerekend. ‘De resultaten van dit onderzoek zijn een waarschuwing aan politiek en samenleving: een sterke nadruk op wij/zij-verhoudingen kan veroorzaken dat migrantenjongeren zich minder binden aan de brede maatschappij. En let wel, de onderzochte jongeren bevonden zich niet in een zogenoemde risicocategorie. Met andere woorden: we komen deze defensieve reactie en houding tegen bij een doorsnee jongeren met een Marokkaanse of Turkse achtergrond’, aldus Pels.

Marokkaanse jeugd meer last van achterstelling

Opvallend aan de studie is dat er niet onderzoek is gedaan naar ‘de moslimjeugd’ maar dat het ingaat op twee aparte etnische minderheidsgroepen: tweede generatie Marokkaanse en Turkse jongeren in Nederland. Tussen die twee groepen bestaan belangrijke overeenkomsten, maar ook verschillen. ‘Bij Marokkaanse jongeren zien we dat het gevoel van achterstelling meer impact heeft dan bij Turkse jongeren. Wij relateren dat aan het feit dat ze een lagere sociale status hebben in de Nederlandse samenleving. Hierdoor ervaren ze meer uitsluiting en stigmatisering.’ Pels neemt als voorbeeld dat migrantenkinderen op school relatief meer gepest worden. Opvoeders thuis maar ook op school moeten zich bewust zijn van de negatieve impact van pesten, of groter: uitsluiting.

Turkse jongeren zetten meer in op eigen groep

Bij Turkse jongeren speelt de binding met de eigen gemeenschap een grotere rol. Een negatief klimaat leidt ertoe dat zij nog sterker gaan inzetten op de eigen groep en minder binding hebben met de maatschappij. Turkse Nederlanders staan erom bekend dat ze veel eigen voorzieningen hebben ingericht in Nederland. Een ‘parallelle samenleving’ wordt dat wel eens genoemd. ‘Met het gebruik van de term parallel moeten we voorzichtig zijn. Parallelle voorzieningen zijn niet altijd naar binnen gericht, vaak hebben ze juist binding met de bredere samenleving op het oog. Belangrijk is dat hulpverleners en ouders het besef hebben dat naast loyaliteit aan eigen normen en waarden, de verbinding met de bredere samenleving voor een gunstige ontwikkeling van kinderen van groot belang is. Besteed extra aandacht aan die binding. Het klinkt als een open deur, maar het blijkt met het voorkomen van uitsluiting echt relevant bij de preventie van radicalisering', zo stelt Pels.

Volgens de hoogleraar zijn nog veel stappen te zetten om concreet beleid te ontwikkelen om ouders en professionals te ondersteunen bij de opvoeding van en omgang met migrantenkinderen en –jongeren, evenals om uitsluiting te voorkomen. Kennisplatform Inclusief Samenleven besteedt hier aandacht aan. Bijvoorbeeld bij de projecten Opvoedondersteuning, Parallelle pedagogische civil society van migranten en Inclusief beleid in het bedrijfsleven.