Je kent vast Humberto Tan, Gerda Havertong en Jörgen Raymann. Of je hebt wel eens roti kip, saoto of moksi meti gegeten. En misschien heb je een Surinaamse oom, buurvrouw of collega. Maar wat weet je nu écht van Suriname? De Grote Suriname tentoonstelling vertelt wat je moet weten.

De Grote Suriname tentoonstelling in De Nieuwe Kerk in Amsterdam brengt het ‘meeslepende epos van het land en zijn bewoners’, zo luidt de veelbelovende welkomsttekst op de website van De Nieuwe Kerk. ‘Een groots verhaal dat de hele cultuurgeschiedenis bestrijkt, van de oudste nederzettingen tot de onafhankelijke republiek van vandaag.’ Terwijl Nederland en Suriname een eeuwenlange geschiedenis delen, lijken maar weinig Nederlanders op de hoogte van deze geschiedenis. Suriname, een voormalige kolonie en het (voormalig) vaderland van zo’n 350.000 Nederlanders met Surinaamse roots is nog steeds ver van ons bed. De republiek Suriname viert in 2020 zijn 45-jarig bestaan: een prima aanleiding om ons geheugen op te frissen.

Surinaamse Vertellers

De expositie bestaat uit ruim driehonderd kunstobjecten en historische documenten en is thematisch opgezet. De bijbehorende audiotour is essentieel, want hier komen Surinamers aan het woord die elk vanuit eigen perspectief een aspect van de cultuurgeschiedenis van Suriname vertellen. Dat is in lijn met de intentie van de tentoonstelling. ‘Het moest een echte samenwerking zijn, en geen presentatie waarin wit vertelt over zwart. Wij zijn niet de afzender, maar slechts de samensteller’, legt Marlies Kleiterp, hoofd tentoonstellingen van De Nieuwe Kerk, uit in de NRC.

De eerste verteller, Surinaams historicus Jerome Egger, valt meteen met de deur in huis. Zo vertelt hij  dat de bevolking van Suriname bestaat uit diverse etnische, culturele en religieuze groepen die ooit tegen wil en dank uit allerlei werelddelen naar het land verscheept zijn - zonder duidelijk plan. Het resultaat? Een mix van bevolkingsgroepen die ondanks alle verschillen, manieren heeft ontwikkeld om vreedzaam samen te leven. Vervolgens stap je als bezoeker de ruimte Pioniers van de Amazone binnen met meteen het topstuk van de tentoonstelling: het precolumbiaans masker van de oorspronkelijke bewoners van het land. Even verder vertelt een jonge vrouw van de Wayana stam – een van de Inheemse stammen in Suriname nu -  trots over haar afkomst.

'Het moest een echte samenwerking zijn, en geen presentatie waarin wit vertelt over zwart. Wij zijn niet de afzender, maar slechts de samensteller.'

Wingewest

Door Europese kolonisten – Spanjaarden, Portugezen, Engelsen, Fransen en uiteindelijk Hollanders – werd het gebied dat nu Suriname heet, uitgebuit als wingewest. Tot slaafgemaakten werden aan de West-Afrikaanse kust gekocht en vervolgens verscheept naar Suriname om daar de plantages te bewerken. Aangrijpend is de installatie in het koor van de Nieuwe Kerk over de slavenschepen d’Eenigheid en de Philadelphia. De verslagen van de wreedheden aan boord, de afbeeldingen van de inrichting van de schepen en de opgestapelde benen van etalagepoppen confronteren de bezoeker met het lot van naar schatting 200.000 Afrikanen.   

Fotograaf Evert Elzinga

Na de afschaffing van de slavernij in 1863 werden er Chinezen uit Java en Macau, Hindostanen uit India en Javanen uit toenmalig Nederlands-Indië gehaald om het zware werk op de suiker-, koffie- en cacaoplantages over te nemen. Onder de noemer contractarbeid maakten duizenden goedkope arbeidskrachten – de één vrijwillig, de meesten echter geronseld, misleid of ontvoerd – de oversteek naar Suriname. De omstandigheden op de plantages waren slecht en de beloofde weg terug naar huis na afloop van het contract, was voor de meeste contractarbeiders niet mogelijk.  

Door de grote aantallen van deze migratiestromen lijk je af en toe te vergeten dat juist individuele levens plots een andere wending kregen. De nazaten die in de tentoonstelling aan het woord komen vertellen hun persoonlijke familiegeschiedenis en het verhaal achter bijvoorbeeld dat ene bijzondere, gouden hangertje van oma. Daarnaast verwijzen de immigratiekaarten mét pasfoto’s, de gezondheidsverklaringen en oude sieraden uitgestald in de vitrines naar deze persoonlijke geschiedenissen.  

De tentoonstelling laat behalve het perspectief van de kolonisator en de slavenhouder ook een ander perspectief zien en maakt daardoor moeilijke onderwerpen bespreekbaar. Dat hedendaagse maatschappelijke discussie diep geworteld zit in ons gedeeld verleden is duidelijk.

Het meeslepende epos van één volk

Fotograaf Evert Elzinga

Een uitkomst van ons koloniaal verleden op de huidige bevolking van Suriname zie je vooral in de laatste ruimte over Paramaribo. Op een metershoog doek is het gedicht Wan bom van dichter Dobru afgebeeld. Na deze laatste strofe ‘Wan Sranan/ Someni wiwiri/ Someni skin/ Someni tongo/Wan pipel’ (vertaling Eén Suriname/ Zoveel soorten haar/ Zoveel huidskleuren/ Zoveel talen /Eén volk), loop je langs de kleurrijke kotomisi’s, sarongs, sari’s en pangi’s. Hier wordt diversiteit gevierd - niet als gekunsteld verkooppraatje van het land, maar eerder als resultaat van een koloniaal verleden.

‘Wan Sranan/ Someni wiwiri/ Someni skin/ Someni tongo/Wan pipel’

Terwijl men in Nederland worstelt met etnische, culturele en religieuze diversiteit, is dat in Suriname al tijden de norm. In een land waar kinderen al van jongs af aan elkaars feestdagen zoals divali, keti koti en idul fitr kennen en vieren, en de moskeeën, synagogen en hindoetempels naast elkaar staan wordt diversiteit immers elke dag gevierd. Met een video waarin deze jongste generatie Surinamers vertelt over hun nationale feestdagen eindigt het grootse verhaal.

Actueel verleden

De tentoonstelling is bij uitstek geschikt als grondige opfrisser of misschien wel kennismaking met de geschiedenis van Suriname. Als nazaat van Javaanse contractarbeiders ben ik in een gesprek over afkomst regelmatig met verbaasde blik aangekeken: “Zijn er dan ook Javanen in Suriname?” Gelukkig doet de tentoonstelling recht aan de veelzijdigheid van de Surinaamse samenleving, die prachtig én droevig tegelijk is.

De Grote Suriname tentoonstelling is een bron van herkenning voor Nederlanders met Surinaamse roots, en educatie voor degenen die nooit stil hebben gestaan bij het koloniaal verleden van Nederland en Suriname. Een bezoek aan De Nieuwe Kerk is ook een must voor de allerjongste generaties voor wie het verleden steeds verder weg is en toch actueel blijft.

Auteur: Lisa Djasmadi

 

Over Suriname:

  • De vijf grootste bevolkingsgroepen in Suriname zijn Hindostanen, Creolen, Marrons, Javanen en Chinezen. Verder leven er meerdere kleinere groepen zoals Boeroes, Brazilianen, Libanezen, Sefardische joden, oorspronkelijke bewoners en uiteraard Surinamers van gemengde afkomst.
  • Nederlands is de officiële taal in Suriname. Het Sranantongo ontstond als contacttaal op de plantages en wordt nu door iedereen in Suriname gesproken. Daarnaast worden er zo’n twintig ‘moedertalen’ gesproken.
  • Op 1 juli 1863 werd officieel de slavernij afgeschaft, dit moment wordt jaarlijks herdacht en gevierd met Keti Koti (Ketenen Gebroken in het Sranantongo).  
  • In 1975 werd Suriname onafhankelijk. In 2020 is dat precies 45 jaar geleden.
  • De Grote Suriname-tentoonstelling is te zien van 5 oktober 2019 t/m 2 februari 2020 in De Nieuwe Kerk, Amsterdam. Rondom de tentoonstelling zijn allerlei activiteiten, lezingen en theaterproducties georganiseerd

Anderen bekeken ook

  • In dit rapport doen we verslag van verdiepend onderzoek in drie gemeenten naar het bevorderen van arbeidsparticipatie van vrouwelijke...

    Bekijk

Jouw bijdrage

19 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.