FeedBlack. Dat is de intrigerende titel van de voorstelling die op 5 juli staat geprogrammeerd in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Paul Mbikayi gaat in gesprek met het publiek. Hij deelt zijn ervaringen met hen over 25 jaar wonen, werken, leven in Nederland. Mbikayi kwam als vluchteling uit Congo. ‘Ik wil aanzetten tot een individuele zoektocht in de poging tot verbinding met de ander.’  

KIS voert een gesprek met Paul Mbikayi in de aanloop naar 5 juli. Hij formuleert bedachtzaam, in weloverwogen bewoordingen, vaak geladen met filosofische bespiegelingen.

‘FeedBlack! Geen wetenschap, geen Bijbelse waarheid. Simpelweg wat Paul Mbikayi in een kwart eeuw met verwondering heeft waargenomen als nieuwkomer in de Nederlandse samenleving. Of nog bescheidener, een selectie daarvan. Paul, een Nederlander van Congolese origine, kwam 25 jaar geleden als vluchteling naar Nederland. In 25 jaar heeft Paul de maatschappij van dichterbij meegemaakt. Politieke en maatschappelijke discussie zijn hem niet vreemd. Ambtenaar, adviseur of directeur, Paul heeft altijd met zijn vinger aan of in de dijk gestaan. Na een kwart eeuw kennen Paul en Nederland elkaar inmiddels wat beter. Tijd voor feedback, tijd voor FeedBlack’ (Aankondiging op de website van Pakhuis de Zwijger)

Wat is de aanleiding voor de avond?

‘Ik woon nu 25 jaar in Nederland. Ik heb in de tijd dat ik hier ben zaken waargenomen waarvan ik mag veronderstellen dat medelanders er niet altijd van op de hoogte zijn, bewust of onbewust. En mensen vertellen hoe ze overkomen – wat ze doen, goed of minder goed – behoort voor mij tot een mensenrecht. Als mensen elkaar ontmoeten, dan gebeurt er iets in de interactie. En dan is de keus: “geef ik iets terug, of hou ik mijn mond?” Ik kies voor dat eerste want degene die je ontmoet, heeft daar recht op.’

Mbikayi geeft twee voorbeelden. ‘Ik ben een voorstander van talentmanagement in tegenstelling tot het vaker toegepaste deficietmanagement. Als ik iemand ontmoet die een bepaald talent heeft waardoor ik word geraakt, dan geef ik er een compliment over. “Ben je je er bewust van dat je dit talent hebt?”’

Een minder positief voorbeeld gaat over zijn waarneming over hoe Nederland met nieuwkomers omgaat. Begrijp me niet verkeerd, stelt hij, we zijn over het algemeen een genereus land dat zich open opstelt voor nieuwkomers, hulpvaardig is. Tegelijkertijd meent Mbikayi dat we de nieuwkomer in de regel niet bevragen op wat hij of zij nodig heeft. Dat we als samenleving te weinig oog hebben voor nieuwkomers die zich niet naar de bestaande huidige sociale orde schikken. Neem de Syrische vluchteling die de uitgestoken hand van bijvoorbeeld VluchtelingenWerk weigert omdat hij op zijn eigen manier zijn weg wil vinden in Nederland. ‘Dan ontstaat wrijving. Mensen spreken dan snel over ondankbaarheid. Dat is funest omdat dankbaarheid door nieuwkomers vaak wordt gezien als sleutel tot succes in de samenleving.’ Ongemakkelijk misschien, maar laten we het over dat soort misverstanden hebben, is zijn motto. 

De avond bestaat uit drie onderdelen. Mbikayi vertelt allereerst in verhaalvorm over zijn ervaringen en observaties als vluchteling in Nederland. Vervolgens gaat hij in gesprek met moderator Bahram Sadeghi, om het vraagstuk verder te ontleden. Tot slot nodigen beiden het publiek uit om op hun beurt te reflecteren op FeedBlack.

‘We gaan een aantal thema’s bespreken. Een ervan is de behulpzaamheid van Nederlanders, waar ik net al over sprak. Toen ik de generositeit van Nederlanders leerde kennen toen ik hier net was dacht ik: “Dit is het land waar ik wil leven”. Toen ik hier langer was, leerde ik de keerzijde ervan kennen. Generositeit heeft een beperkende werking. Zo heb ik meegemaakt dat ik als adviseur een bijdrage wilde leveren aan het oplossen van een vraagstuk maar dat men niet geïnteresseerd was in mijn mening. Het voelde aan als dat iemand anders bepaalt waar ik moet staan. Maar inclusiviteit eenzijdig bepaald door de dominante groep, die zal nooit lukken.’ 

Hoe moet het anders om hierin verandering te brengen?

‘Ik heb niet de pretentie om de oplossing te hebben. Ik schets hoe ik het ervaar. Anderen doen hetzelfde. Als we uiteindelijk een patroon ontdekken, kunnen we samen bekijken wat we ermee kunnen doen. Als ik te snel overga tot een conclusie over wat er moet gebeuren, maak ik dezelfde fout als degenen van wie ik beweer dat zij voor anderen bepalen hoe zij in het spel moeten staan.’

Wat hoop je dat de avond teweeg brengt?

‘Stiekem hoop ik op een feest der herkenning. Dat mensen zeggen: “ik heb me nooit gerealiseerd dat dit het effect van mijn handelen is.” Dat is immers de kracht van feedback. Dat is een eerste stap om verder te willen praten. Ik hoop met de avond aan te zetten tot een individuele zoektocht in de poging tot verbinding met de ander.’ 

Wie hoop je dat er komen?

'Iedereen is natuurlijk welkom, jong en oud. Maar ik hoop vooral dat er linkse mensen komen. Omdat zij geloven dat zij aan de goede kant van de geschiedenis staan. Het zal voor hen best moeilijk zijn dat je hun goedheid in twijfel trekt, hun goede bedoelingen ter discussie stelt. Maar uit de moeilijkste gesprekken komen de mooiste vriendschappen tot stand.’

Jouw bijdrage

7 + 9 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.