De vraag naar de verhouding tussen samen werken en samen leven, staat centraal in dit derde jaarbericht van KIS. Ons uitgangspunt is dat de samenleving, die haar diversiteit productief weet te maken, uiteindelijk de beste papieren heeft voor de toekomst. Maar zo eenvoudig is dat niet, diversiteit productief maken. De ontvankelijkheid van de samenleving lijkt vaak toch tekort te schieten, wat kan leiden tot demotivering en afhaken. 

In onze KIS-projecten hebben we een scala van initiatieven, projecten en programma’s beschreven, onderzocht of ondersteund. Daar zijn hoopgevende en teleurstellende projecten bij, of iets daartussen in. Zoals de arbeidstoeleiding van vluchtelingen, dat gaat nog steeds moeizaam, maar in veel gemeenten wel iets beter, omdat er steeds meer ervaring mee wordt opgedaan.

Tegelijkertijd blijft het zelfs voor Nederlanders met een migratie-achtergrond, die hier zijn geboren en getogen, moeilijk om werk te vinden en hun dromen te verwezenlijken. Toch lukt dat velen – soms na langdurig ‘invechten’ op de arbeidsmarkt – goed. 

Wat is normaal?

In politiek en samenleving domineert momenteel een houding van ‘een baan zoeken en verder normaal doen’. Dat blijkt niet erg realistisch, gezien de hogere werkloosheidscijfers voor mensen met een migratieachtergrond. Maar het is vooral beledigend vanwege de grote culturele diversiteit van onze samenleving en de verschillende identiteiten die daarin opgaan. Want wat is normaal? Is juist niet een kenmerk van diversiteit dat de opvattingen daarover sterk verschillen? Hoe kom ik aan een baan als ik klaarblijkelijk afwijk van de dominante beelden? Kan ik eigenlijk mijzelf wel zijn? 

Er wordt soms wel erg gemakkelijk gedacht dat identiteit een kwestie van kiezen is. Het is het postmoderne idee van een ‘zelf’ dat scenario’s kiest, heroverweegt en een levensstijl ontwikkelt die als authentiek wordt gepresenteerd. Als dat zo is dan kun je die dus ook aanpassen, en dan is het nog maar een kleine stap om te zeggen dat iedereen normaal moet doen.

De dwang tot het inleveren van de eigen identiteit, zien we alleen in totalitaire staten. Of is dat ook in de Westerse democratieën steeds meer het geval? ‘Normaal doen’ is vooral een machtsuitspraak: anderen behoren zich te gedragen zoals ik dat gewend ben. 

De strijd om identiteit

Het gevecht om wie we zijn is in volle gang. Dat varieert van white power tot salafisme, en van white privilige tot lhbt-emancipatie. Er is identiteitspolitiek in goede en in kwade zin, met de beste bedoelingen of regelrecht ondermijnend - inclusief de reacties daarop. Pick your choice. Maar de strijd om identiteit is niet zonder risico’s.

Identiteit ontstaat vooral in het anders zijn dan anderen. Dat is op zichzelf geen probleem, het is zelfs een groot goed: verschil, variatie, diversiteit. Maar identiteitspolitiek kan al gauw leiden tot de verabsolutering van de eigen identiteit – of misschien beter, het eigen gelijk. We zien allerlei vormen van orthodoxie en radicalisering, zowel religieus als seculier. Dan leiden verschillen tot tegenstellingen en conflicten, die kunnen escaleren tot strijd en daadwerkelijke vijandschap.

Een wereld die steeds meer in het teken komt te staan van identiteit, is een slechte voedingsbodem voor het productief maken van diversiteit. Maar de realiteit ontkennen heeft geen zin. Het zal er op aankomen om praktijken zo te organiseren dat zij identiteit tegelijk erkennen en er overstijgend aan zijn.

Het gaat om méér dan normaal

Als we al willen spreken van ‘normaal’, dan zou het moeten gaan om evenwicht, om wederkerigheid, over respect voor elkaars identiteit en over hoe we met elkaar een toekomst creëren zonder aanziens des persoons. We hebben de democratische rechtsstaat die de verhoudingen regelt, en we hebben wetgeving die de arbeidsmarkt faciliteert en begrenst. Daarbinnen zijn veel identiteiten mogelijk. Ieder kan bij wijze van spreken zijn eigen God kiezen, of denken het zelf te zijn. Een samenleving die zijn diversiteit productief wil maken, heeft baat bij een zekere sociale cohesie, die eerst en vooral inclusief is. Het gaat om méér dan normaal. 

In de huidige samenleving bestaan meerdere werkelijkheden naast elkaar: expliciete toenadering tussen mensen, parallelle onverschilligheid, betrokkenheid en kernen van vijandschap. Dat is niet erg. Een pluriforme rechtsstaat kan tegen een stootje. Zij is een veelkleurig palet van praktijken en projecten, een groot gebied waarin we met elkaar door de modder ploeteren. 

Werken aan samenleven

Maar als je geen doel hebt, weet je niet waar je naartoe moet modderen. Er is de noodzaak van de continuïteit, van duurzaamheid, we moeten door, met inbegrip van iedereen. Daarin schuilt het publieke belang van diversiteit productief maken. Werken is een van de beste vehikels voor het ontwikkelen en onderhouden van de wil tot samenleven. 

Samen werken gaat verder dan een ‘baan zoeken en normaal doen’. Identiteitspolitiek mag niet in de weg staan van diversiteit in arbeidsparticipatie. Het doet er wel degelijk toe wie je bent, en in het werken overstijgen we dat in een gezamenlijke toekomst. Dat is waar KIS aan wil en kan bijdragen. Samen werken betekent vooral ook werken aan samenleven.

Dit is een verkorte versie van het essay 'Samen werken en samen leven'. Het volledige essay is hier te lezen

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

17 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.