Discriminatie verminderen is allesbehalve simpel, want het is een hardnekkig probleem. Gelukkig zijn er allerlei professionals en vele vrijwilligers die methodes ontwikkelen om discriminatie tegen te gaan. Denk aan gastlessen op scholen, campagnes of trainingen op de arbeidsmarkt. Maar hierbij lopen zij soms tegen dilemma’s aan, zo hebben de onderzoekers van KIS gemerkt. Vanuit de wetenschappelijke onderzoeken die deze onderzoekers hebben gedaan, geven zij een aantal mogelijke invalshoeken om hiermee om te gaan.

Dilemma 1: Stereotypen niet herhalen, maar wat dan wel?

Uit de wetenschappelijke literatuur is bekend dat stereotypen herhalen onbewust leidt tot een versterking van een stereotiep beeld. Ook al weerleg je daarna het stereotype en leg je uit dat het niet klopt, iedere keer dat je een stereotype hoort, wordt het onbewust versterkt. Dus hoe vaker, hoe erger. Een bekend onderzoek liet deelnemers iedere keer op de ‘nee’-knop drukken als ze een stereotype in beeld zagen, met de bedoeling stereotypen te verminderen. Maar na afloop bleek dat de deelnemers juist meer stereotypen hadden gekregen in plaats van minder. Want als je niet aan een roze olifant mag denken, dan doe je dat vaak juist wel. Zo werkt dat dus ook met stereotypen: als je vertelt dat je niet moet denken dat alle Amsterdammers op bakfietsen rijden en vegan eten, versterk je juist deze associatie. Lees meer over waarom stereotypen niet herhaald moeten worden op pagina 24 van het Wat werkt dossier Verminderen van discriminatie. Want juist deze onbewuste associaties hebben veel invloed op ons gedrag. Lees meer over hoe ons gedrag onbewust beïnvloed wordt in het rapport over priming.

Het is een pittig proces om stereotiepe beelden onder de duim te leren houden; het vraagt het nodige onderhoud en een stimulerende omgeving die je daarbij helpt

Maar wat kan je dan wel doen als je het wil hebben over stereotypen? Wat zijn de alternatieven? Dat ligt eraan wat je doel is:

  • Als je doel is om stereotypen te verminderen, dan is het zinvol om in te zetten op ‘counter stereotypes’; het oefenen met juist het níét denken aan stereotypen. Dit stimuleert het ‘out of the box’ denken en vermindert het gebruik van stereotypen. Lees daar meer over in hoofdstuk 3 van het rapport over hoe verschillende vormen van discriminatie tegelijkertijd te verminderen zijn.
  • Als je doel is om bewustwording te creëren van stereotypen, dan is het goed te beseffen dat dit alleen zinvol is in deze situaties:
    • als er behalve aan bewustwording ook gewerkt wordt aan gedragsverandering; het leren controleren van stereotypen. Dat je je bewust bent geworden van dat je stereotype beelden hebt, verandert namelijk niets aan je gedrag, tenzij je vervolgens je best gaat doen om die stereotypen minder te uiten. Dat vraagt dus een behoorlijke zelfcontrole: je moet jezelf goed in de gaten houden en terugfluiten als je merkt dat je een stereotiep beeld hebt. Lees hier meer over in paragraaf 3.3. van het Wat werkt dossier Verminderen van discriminatie.
    • als mensen intrinsiek gemotiveerd zijn om deze stereotypen bij zichzelf onder de duim te houden. Mensen die dat niet zijn, worden zich ook niet bewust van hun eigen stereotypen, maar ervaren vaak weerstand. Bij hen werkt inzetten op bewustwording juist vaak averechts.
    • bij mensen die daadwerkelijk ook in staat zijn om deze stereotypen vervolgens onder de duim te houden. Dat betekent dat mensen goed in staat moeten zijn om zelfcontrole uit te oefenen. Pubers bijvoorbeeld zijn dat niet: lees hier meer over in het artikel over vooroordelen en stereotypen op school.
    • als er regelmatig geoefend wordt met het controleren van stereotypen. Het is een pittig proces om stereotiepe beelden onder de duim te leren houden; het vraagt het nodige onderhoud en een stimulerende omgeving die je daarbij helpt.
    • als het bewustzijn van stereotypen ontstaat door het doen van (bijvoorbeeld) een testje dat je invult (bijvoorbeeld de IAT) of door persoonlijke feedback. Het groepsgewijs herhalen van stereotypen (‘noem maar op!’ of ‘welke stereotypen ken jij over deze groep?’) kan juist averechts werken omdat stereotypen dan herhaald worden en ieders stereotiepe beelden anderen weer beïnvloeden.

Dilemma 2: Inzetten op empathie, maar tegen welke prijs?

Uit diverse onderzoeken komt naar voren dat wanneer mensen zich gaan inleven in iemand die gediscrimineerd wordt en empathie gaat ervaren, dit zowel vooroordelen als stereotypen (bewuste en onbewuste) kan verminderen. Zeker ervaringsverhalen die ‘live’ verteld worden, waarin de onrechtvaardigheid van discriminatie naar voren komt, zijn een krachtig middel om mensen die zelf niet gediscrimineerd worden, van houding te doen veranderen. In de animatievideo over vooroordelen verminderen wordt dit uitgelegd. Maar dit betekent wel dat er mensen nodig zijn die gediscrimineerd worden en hun ervaringsverhaal willen delen. En het is moeilijk om dit van mensen te vragen die juist het slachtoffer zijn van discriminatie.

Zet waar mogelijk film en theater in: dit kan gedaan worden door professionele acteurs

Om hiermee om te gaan, kan gedacht worden aan het volgende:

  • maak er een professionele baan van voor degenen die daar toe bereid zijn: je ervaringsverhaal delen is niet makkelijk en vraagt veel van mensen. Mensen die bereid zijn dit te doen en dit goed kunnen, zouden hiervoor dan ook betaald moeten worden. Het is immers een professionele klus: niet iedereen kan dit en niet iedereen wil dit doen. Mensen die deze taak op zich nemen, moeten hiervoor beloond worden zoals dit ook het geval is bij ander werk dat de samenleving nodig heeft en waar de samenleving niet zonder kan (denk aan de zorg, het onderwijs etc.). 
  • vraag dit nooit aan mensen in de persoonlijke sfeer; mensen die tot gediscrimineerde groepen behoren, hoeven uiteraard niet gratis en in hun vrije tijd hun verhalen te delen zodat anderen wat kunnen leren. Educatie geven en mensen leren van hun vooroordelen af te komen is een serieus vak en niet iets wat mensen in hun vrije tijd hoeven doen.
  • zet waar mogelijk film en theater in: dit kan gedaan worden door professionele acteurs. In dat geval hoeven mensen niet hun eigen verhaal te vertellen, maar kunnen acteurs het verhaal van een ander vertellen.

Dilemma 3: Vertellen dat discriminatie veel voorkomt, maar voorkomen dat het normaal wordt?

Dat discriminatie veel voorkomt en een ernstig probleem vormt, staat niet bij iedereen goed op het netvlies. In methoden in de klas, op het werk of in een campagne wil je dit dan duidelijk maken zodat mensen gaan begrijpen dat dit een probleem is waar wat aan gedaan moet worden. Maar als je communiceert: ‘de meeste mensen discrimineren wel eens’, ‘iedereen heeft vooroordelen’ of ‘bijna iedereen denkt in stereotypen’, dan kan je onbedoeld een verkeerde sociale norm stellen. Want als mensen denken dat veel mensen iets denken of doen, dan denken ze vaak dat dit dus normaal is en dus juist géén probleem is. Vergelijk het met door het rode licht rijden als fietser: als je ziet of hoort dat veel mensen dit doen, is de kans groter dat je het zelf ook gaat doen. Ook al weet je dat het niet mag of dat het gevaarlijk is. Mensen doen nu eenmaal vaak wat anderen mensen doen. Lees in het Wat werkt dossier Verminderen van discriminatie bij paragraaf 3.2. meer over hoe sociale normen werken.

Het zichtbaar maken van het feit dat mensen zich inzetten tegen discriminatie, is dus zelf ook weer een manier om discriminatie te verminderen

Maar hoe kun je dan discriminatie aankaarten en juist een sociale norm tegen discriminatie stellen? Dat kan door wel te benoemen dat (a) discriminatie vaak voorkomt en mensen zich er vaak aan schuldig maken, maar όόk te benoemen (b) dat veel mensen (of steeds meer mensen) dit een probleem vinden en hier iets aan doen. Bijvoorbeeld: ‘Iedereen heeft vooroordelen, maar steeds meer mensen willen hiervan af’. Of: ‘De meeste hebben zich wel eens schuldig gemaakt aan discriminatie, maar veel mensen voelen zich daar vervelend over en willen dit voorkomen in de toekomst’. Uit diverse studies blijkt namelijk dat als mensen horen hoe anderen uit hun omgeving racisme of homofobie afkeuren, zij dit zelf ook meer gaan afkeuren. En dat biedt perspectief: het zichtbaar maken van het feit dat mensen zich inzetten tegen discriminatie, is dus zelf ook weer een manier om discriminatie te verminderen.

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

15 + 3 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.