Veel gemeenten hebben de afgelopen jaren bezuinigingen doorgevoerd op het gebied van sport. De subsidie voor sportverenigingen gaat omlaag, de gemeente zorgt niet meer voor het onderhoud of besteedt het beheer uit. Kleine sportverenigingen kunnen hiervan de dupe worden en moeten zichzelf mogelijk zelfs noodgedwongen opdoeken. Vaak zijn dit de verenigingen waar veel etnische groepen samen sporten.

De leden van die clubs die willen blijven sporten, kloppen volgens sportonderzoeker Niels Hermens (Verwey-Jonker Instituut) meestal aan bij andere verenigingen. Soms is er sprake van een fusie, maar vaker vinden de sporters een nieuwe vereniging. Deze sportclubs bestaan echter doorgaans voornamelijk uit autochtone Nederlanders. De vraag is: kunnen de sporters hun weg vinden binnen de nieuwe vereniging en wat kunnen andere partijen (vereniging, gemeente) doen om dit proces makkelijk te laten verlopen?

Toename etnische groepen bij grote clubs

Enkele sportverenigingen in Utrecht merkten een toename aan nieuwe leden met een niet-westerse achtergrond, als logisch gevolg van de teloorgang van de kleinere, etnisch meer diverse, sportclubs. Zij voelden de verantwoordelijkheid om hier serieus mee om te gaan en keerden zich tot Kennisplatform Integratie & Samenleving met het verzoek: zoek uit hoe het deze nieuwe leden vergaat en wat wij kunnen doen om hen welkom te laten voelen. Dit verzoek resulteerde in een nieuw onderzoeksproject.

‘Het klinkt misschien een beetje overdreven, maar in de praktijk zijn er altijd spanningen tussen sportverenigingen, verschillen kunnen daarbij een complicerende factor zijn,’ legt Hermens uit. De sportclubs die de vraag stelden bij het kennisplatform gaven aan dat de spanningen tussen etnische groepen in de sport de afgelopen jaren lijken te verminderen.

amateurvoetbal

Effect van samen sporten op interetnisch contact

Hermens onderzocht acht jaar geleden voor zijn masterscriptie de positieve of negatieve effecten van samen sporten op interetnisch contact. ‘In de sociologie heb je hierover twee theorieën: de contacttheorie en de conflicttheorie. Bij de één wordt er vanuit gegaan dat des te meer etnische groepen contact met elkaar hebben, des te positiever ze over elkaar geen denken. Bij de ander gebeurt het tegenovergestelde. Uit mijn onderzoek destijds bleek dat sporters in etnisch gemengde sportverbanden ook buiten de sport meer contact hadden met mensen van de andere groep. Misschien is dat ook wel logisch omdat mensen vaak sporten met de mensen met wie zij het goed kunnen vinden.’ Dit onderzoek gaat echter een stap verder. ‘Zo kijken we ook hoe nieuwe leden met een niet-westerse achtergrond op een hoger niveau participeren bij de vereniging. Zitten zij bijvoorbeeld ook in commissies of in het bestuur?’

Hermens hoopt tegen het einde van dit jaar inzichtelijk te hebben welke factoren de integratie van de ‘nieuwe’ leden positief dan wel negatief beïnvloeden. Maar misschien nog wel belangrijker: welke vormen van ondersteuning de vereniging nodig hebben om dit op te lossen. Mogelijk van welzijnsorganisaties of misschien van de gemeente zelf. Hij merkt echter wel dat het moeilijk is om sportverenigingen te vinden die willen meewerken aan dit onderzoek. ‘Sportverenigingen hebben het doorgaans razend druk, ze vinden het lastig om tijd vrij te maken voor deelname aan dit onderzoek.’

Sportverenigingen die ook te maken hebben met dergelijke ontwikkelingen en toch graag een gaatje vrij willen maken in agenda voor dit onderzoek, kunnen zich melden bij Niels Hermens.

Heeft u zelf een vraag over diversiteit of integratie? Stel uw vraag, wij geven graag antwoord. Hebben we geen antwoord, dan besluiten we soms om een onderzoeksproject op te starten.

Jouw bijdrage

7 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.