Leerwerkbedrijven zeggen nog wel eens tegen studenten en stagebegeleiders dat studenten met een hoofddoek niet welkom zijn. Dat ze liever Anouk dan Ayse hebben. Ook reageren werkgevers voorzichtiger op stagiairs die zij als ‘risicovol’ bestempelen. ‘Die zullen wel altijd te laat komen of iets stelen’, is de gedachte. Deze heldere signalen van discriminatie, leiden toch niet altijd tot een reactie of officiële meldingen vanuit het onderwijs. Dat blijkt uit een verkenning van Kennisplatform Integratie & Samenleving.

Jongeren van niet-westerse herkomst moeten meer moeite doen om een stage te vinden. Ze zoeken bijvoorbeeld langer naar een stageplek dan jongeren van Nederlandse herkomst. De daadwerkelijke confrontatie met discriminatie is echter lager dan men zou verwachten op basis van eerdere onderzoeken, zo blijkt uit de verkenning van het kennisplatform. Onderzoeker Eva Klooster: 'Discriminatie wordt vaak niet herkend door de scholen. Een voorbeeld is dat sommige kleinere commerciële bedrijven met veel klantcontact liever geen stagiairs met een hoofddoek willen. Als we daarop doorvroegen, werd ons vaak de wedervraag gesteld: is dat discriminatie dan? Sommige stagebegeleiders stellen bovendien dat ‘studenten snel de discriminatiekaart trekken’. Ze vinden discriminatie ook moeilijk te bewijzen. Want ligt het nu aan afkomst of aan de houding of kledingkeuze van de stagiair?'

 

jonge moslima

Tekort aan stages

Het gevolg van discriminatie niet herkennen, is dat het ook niet wordt gemeld. Dat komt ook omdat de belangen in het onderwijs groot zijn. Alle mbo-studenten moeten immers stage lopen om hun diploma te halen. Het plaatsen van studenten staat daarom voorop, volgens Klooster. 'Er is een tekort aan stageplaatsen, zeker voor de mbo-niveaus 1 en 2. De stagebegeleiders en -coördinatoren zijn gewoon ontzettend blij als er een plaatsing is. Want waar bij de één de hoofddoek beperkend werkt, heeft een ander student last van gedragsproblemen. Zowel studenten als onderwijsprofessionals zoeken daarom niet snel de confrontatie met leerwerkbedrijven op uit angst het contact te verliezen.'

Etnische matching

Een jongere van Marokkaanse herkomst die alleen bij kleine Marokkaanse modewinkels stage loopt, komt later misschien moeilijker aan een baan

Behalve dat er sterke aanwijzingen zijn dat mbo-studenten niet geplaatst worden door vooroordelen van de werkgevers, anticiperen onderwijs en studenten zelf ook op de vermeende voorkeuren van bedrijven door ze te vermijden. Klooster kan het nog niet hard maken, maar het lijkt erop dat scholen deze jongeren vaker koppelen aan leerwerkbedrijven die openstaan of juist blij zijn met studenten van niet-westerse herkomst. Vaak zijn dit de overheid, maatschappelijke organisaties en kleurrijke ondernemingen. De studenten kiezen sneller voor een organisatie uit hun eigen netwerk. 'Dit kan gevolgen hebben voor de arbeidskansen van deze jongeren. Het is een signaal dat de uitzendbranche ook afgeeft: een jongere van Marokkaanse herkomst die alleen bij kleine Marokkaanse modewinkels stage liep, komt later wellicht moeilijker aan een baan dan iemand die bij een bekende modeketen heeft gewerkt of ervaring heeft met verschillende type bedrijven.' De onderzoeker benadrukt dat dit nader onderzocht moet worden: ‘Misschien is etnische matching een minder groot probleem voor de arbeidsmarktkansen van deze jongeren dan we nu kunnen voorzien. Maar dergelijke signalen moeten we serieus nemen. Want eigenlijk ga je dan impliciet akkoord met segregatie op de stagemarkt.’

Wat kunnen we met dit onderzoek?

Uit de verkenning blijkt dat er qua bewustwording nog vele stappen gezet kunnen worden. Klooster: ‘Momenteel wordt er nog te weinig stilgestaan bij het feit dat bepaalde groepen studenten minder gewenst zijn. En wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. Stagebegeleiders die zich druk maken om discriminatie opereren binnen teams vaak nog alleen.’ Weinig opleidingen hebben een duidelijke en integrale visie op hoe om te gaan met discriminatie, zowel op het niveau van studenten als professionals. ‘Het wordt weinig besproken, niet in de teams en niet met de studenten. Dat moet veranderen. Bovendien moet geleerd worden hoe signalen van discriminatie te herkennen zijn en hoe daarmee vervolgens om te gaan’, vult Klooster aan.

Tools voor aanpak stagediscriminatie
Om stagediscriminatie tegen te gaan, kunnen naast overheid, werkgevers en studenten ook scholen iets doen. Op Discriminatie.nl staat een aantal tools die onderwijsinstellingen, docenten en stagebegeleiders kunnen helpen om de invloed van stagediscriminatie in het onderwijs tegen te gaan. Discriminatie.nl is ook een postercampagne gestart om deze toolbox onder de aandacht te brengen. Verspreid deze poster via mail of social media.

Anderen bekeken ook

17 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Wat een briljante manier om onaangepast gedrag nog maar een keertje te framen als zou het de schuld van alle anderen zijn. Inderdaad, dat ies koeltoer. Koeltoer die een generatie binnengesleept heeft en vervolgens tot een ontzettende pustule heeft laten dooretteren maar zorgvuldig nooit integratieresultaten heeft weten te boeken. Zo kun je mooi subsidie blijven slurpen zonder ook maar ooit iets constructiefs aan te hoeven dragen. Met andere woorden, u is onderdeel van het probleem. Maargoed, dat is ook goed te zien gezien de profilering als "denk tank" van de zieligmensenindustrie. De baantjescarrousel moet doorrrrrdrrrrraaijen. Voor de rest van Nederland is het wachten tot de verlepte bloemenkinderen eindelijk ophoepelen dan kunnen we deze bende ook weer gaan opruimen. Maar hoe langer u allen blijft kleven en jengelen, hoe groter de bende, en hoe intensiever de schoonmaak zal moeten zijn.
Joh, geen enkel volk is ooit blij is geweest met een kolonisatie, en al helemaal niet met de (noodzakelijke) collaborateurs die het mogelijk gemaakt hebben. De marxistische 'bloemenkinderen' gaan -als het aan mij ligt- nog veel interessantere tijden meemaken dan die waarin ze opgegroeid zijn.
Uit uw reactie maken we op dat u vindt dat dit onderzoek niet bijdraagt aan een oplossing voor het integratievraagstuk. Wij denken dat ons onderzoek de problemen inzichtelijk maakt waar veel Nederlandse mbo-studenten met een niet-westerse achtergrond tegenaan lopen. Er zijn signalen dat zij gediscrimineerd worden, wij willen dergelijke problemen agenderen. Daarbij voldoet het niet om de verantwoordelijkheid voor hun participatie en integratie in zijn geheel bij de jongeren neer te leggen. Dit is een gezamenlijk probleem in onze maatschappij. Anouk Sulter, woordvoerder Kennisplatform Integratie & Samenleving
U vindt dat u met uw onderzoek bijdraagt een gezamenlijk maatschappelijk probleem met betrekking tot integratie op te lossen. In Nederland geldt dat een ieder zich onder dezelfde voorwaarden onder gelijke voorwaarden behandeld dient te worden. Zo niet dan is er sprake van discriminatie. MBO studenten met een niet Westerse achtergrond geven signalen af dat zij gediscrimeerd worden. U doelt op studenten die expliciet uitdrukking geven aan hun geloof door afwijking in gedrag en kleding (hoofddoekje, niet schudden van handen en nog meer niet-westerse gebruiken) vanuit het islamitisch geloof. Dat kunnen derhalve ook studenten met een Nederlandse afkomst dan wel wel-westerse afkomst zijn die zich vanuit hun (Islamitische) geloof afwijkend opstellen. Als werkgevers, aanbieders van stageplaatsen dan aangeven op zoek te zijn naar werknemers die zich in het dagelijks leven, tijdens uitvoering van hun beroep professioneel opstellen zonder in kleding en gedrag af te wijken van wat in het bedrijf de norm is en zonder uiting te geven aan een privé zaak als het geloof, wordt de discriminatiekaart getrokken. Tevens wordt geroepen dat de Nederlandse bedrijven zich niet richten op integratie. Terwijl juist de MBO studenten zichzelf door kleding en gedrag afkeren van de gangbare westerse norm. Hoeveel MBO studenten met niet-westerse achtergrond zonder hoofddoek (lees niet-islamitiche achtergrond), bijvoorbeeld ZuidAfrikanen, Thai, Chinezen en Japanse studenten geven het signaal gediscrimineerd te worden. Waarschijnlijk heel weinig. U verwacht integratie en tolerantie vanuit de Nederlandse samenleving richting studenten met niet-westese-islamitische achtegrond maar geen enkele beweging andersom! Dat is nu exact de oorzaak van het probleem dat u zou moeten onderzoeken.
Beste Eric, op de website van het Kennisplatform Integratie en Samenleving kunt u een literatuur onderzoek vinden. In dit onderzoek staat samengevat wat er op basis van onderzoek bekend is over mogelijke discriminatie op de stagemarkt. Ik denk dat het literatuuronderzoek deels uw vragen beantwoord, als ook het lezen van de volledige rapportage van ons verkennende onderzoek waarop u heeft gereageerd. De grootste impact op de kans tijdens de selectieprocedure bij stages is de achternaam en de bemoeienis van scholen. Wat betreft de naam; verschillende onderzoeken wijzen erop dat sollicitanten met sollicitatie brieven die ondertekend zijn met een niet-Nederlandse achternaam een kleinere kans maken om uitgenodigd te worden. Dit heeft niets met het al dan niet dragen van een hoofdbedekking en geldt bijvoorbeeld ook voor sollicitanten met een Surinaams-Hindoestaanse achternaam (zie onderzoek Pantaie 2014). Of sollicitanten met een Thaise, Zuid-Afrikaanse of Chinese achternaam eveneens minder kansen maken dan degenen met een Nederlandse achternaam is nog niet onderzocht. Ik hoop dat u hiermee iets meer inzicht heeft in dit vraagstuk. Met vriendelijke groet
Een stagiair met religieuze klederdracht weigeren, mag dat? Als iemand publiekelijk uitdraagt, dat mensen die een andere mening hebben over het ontstaan, werking en doel van het universum, tot in de eeuwigheid in een vuur moet branden, lijkt mij dat geen enkel probleem.
In de kop van uw artikel stelt u de vraag "Een stagiair met hoofddoek weigeren, is dat discriminatie?" Daarna volgt er geen duidelijk antwoord. Mijn reactie; ik zou een autochtone stagiair met een demonstratief afwijkende kledingstijl ook niet aannemen.
Het geloof in een god is een hobby. Een privé zaak. Dat hoef je buitenshuis niet uit te dragen. Met het uitdragen van je hobby of favoriete club geef je gelijk je weerstand weer jegens de andere varianten van die hobby. Net als het supporter zijn van een voetbalclub of lid zijn van een motorclub. Nu heb ik ook een onderzoek gedaan. En de uitkomst zal u wellicht verbazen. Weet u wie ook moeilijk aan een stageplek kunnen komen? Jongeren van Nederlandse afkomst die op hun sollicitatiegesprek verschijnen in het uit- dan wel thuistenue van hun voetbalvereniging. Al dan niet met duidelijk zichtbaar een tattoo dragend onder hun oor met het netnummer van de plaats van die voetbalvereniging. Ook de jongeren gehuld in het jack met een afbeelding van de plaatselijke Chapter van de mototclub is niet altijd even welkom. Het heft dus helemaal niks te maken met discriminatie maar met de vraag hoe graag je onderdeel wilt uitmaken van de samenleving. Een samenleving die best tolerant is maar niet op elke moment van de dag geconfronteerd hoeft te worden met andermans hobby's, voorkeuren en afkeuringen. En des te meer en vaker de discriminatiekaart wordt getrokken door zichzelf benadeelde partijen of bevooroordeelde onderzoekers, des te minder heb ik (en hopenlijk de samenleving) een boodschap aan!
Ik lees in dit artikel dat jongeren van niet-westerse afkomst moeite hebben met het vinden van een stageplek. Geldt dat voor alle niet-Westerse jongeren (dus bijv. ook Vietnamezen, Chinezen e.d.) of alleen voor islamitische, niet-westerse jongeren?
Dag Frank, Via ons onderzoek kunnen we de vraag niet beantwoorden, omdat wij nu alleen verkennend onderzoek hebben gedaan via interviews ,specifiek over de toegang tot de stagemarkt . Ik kan je wel verwijzen naar onderzoek van het SCP uit o.a. 2010 en 2012. Zij hebben via kwantitatief landelijk onderzoek een breder beeld van dit vraagstuk. Zie o.a. discriminatiemonitor niet-westerse migranten op de arbeidsmarkt. Met vriendelijke groet
Dag Frank, Via ons onderzoek kunnen we de vraag niet beantwoorden, omdat wij nu alleen verkennend onderzoek hebben gedaan . Ik kan je wel verwijzen naar onderzoek van het SCP uit o.a. 2010 en 2012. Zij hebben via kwantitatief landelijk onderzoek een breder beeld van dit vraagstuk. Zie o.a. discriminatiemonitor niet-westerse migranten op de arbeidsmarkt. Met vriendelijke groet
Het onderzoek toont voor mij aan dat veel organisaties en bedrijven het nog lastig vinden om met de veranderingen in de samenleving om te gaan. Veranderingen die door zullen gaan en waardoor ieder zijn / haar referentiepunten, als het gaat om wat huidskleur of kleding zegt over iemand, zal moeten aanpassen.
Het onderzoek toont voor mij aan dat veel moslima's die per definitie vasthouden aan hun hoofddoek het lastig vinden om in niet-islamitische samenlevingen om te gaan. Ze nemen hun eigen normen als referentiepunt en iedereen (de grote meerderheid) moet zich daar maar in vinden. Het is duidelijk dat het vasthouden hieraan leidt tot falende integratie en verdere isolatie tot gevolg. Discriminatie wordt verward met onaangepaste vesticulaire cultuur.
Beste Jan. Graag wil ik verwijzen naar het literatuuronderzoek. U kunt daar lezen discriminatie op de arbeidsmarkt plaatsvindt op basis van achternaam. Dat er ook werkgevers zijn die moeite hebben met de uitstraling van hoofddoek, krijgt op dit moment veel aandacht, maar is niet de enige of belangrijkste factor die gelijke kansen bepaalt. Met vriendelijke groet
Beste Eva, als een achternaam 'slecht' ligt op de arbeidsmarkt; pas hem dan wat aan. Ik heb ooit de gelegenheid gehad om te spreken met de Amerikaanse Lakota Indiaan 'Black Horse' maar in de Amerikaanse realiteit noemt deze man zich John Rawling. Het zelfde ook met een chinees die ik in Antwerpen ontmoette en zijn naam had verwesterd. De naam was nogal moeilijk uitspreekbaar, vandaar dat hij zichzelf een andere naam gaf. Arabisch klinkende namen hebben (helaas) een negatieve connotatie. Ik heb daar geen oordeel over maar het is een realiteit. Hoe dichter men aansluit bij de dominante culturele omgeving hoe gemakkelijker het wordt om ook opgenomen te worden. Daar is m.i. totaal niks fout aan en hoeft ook geen culturele verloochening te zijn van jezelf. Het is gewoon pragmatisch omgaan met de realiteit. Zelf heb ik veel gereisd ook in Islamitische landen. Daar werden bepaalde kleding vereisten opgelegd. Door dat te doen heb ik in die landen het nodige respect gekregen en was het gemakkelijker om er te reizen.
Beste Jan, de vraag die mij bezighoudt is in hoeverre we nog kunnen vasthouden aan het idee van een dominante witte culturele omgeving. Als je nu in Amsterdam rondloopt dan is het een realiteit dat meer dan de helft van de mensen kleurrijk is. Op basis van berekeningen kunnen we verwachten dat tussen 2030 en 2040 circa 30 % van de inwoners van Nederland kleurrijk zijn. In deze context krijgen je adviezen een ander gezicht. Het vasthouden aan de dominante witte cultuur door bedrijven leidt onvermijdelijk tot discriminatie. Dit voelt ongemakkelijk en dat is het ook.
Welke champagne drink je? champagne gepresenteerd in een soepkom of dezelfde champagne gepresenteerd in een kristallen glas? Ik alvast uit een kristallen glas! Voor de duidelijkheid: ik heb niets tegen soepkommen want daar drink ik lekkere soep uit.

Jouw bijdrage

11 + 5 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.