Eenzaamheid is een groot probleem onder ouderen en al helemaal onder ouderen met een migratieachtergrond. Wat ligt daaraan ten grondslag en wat werkt bij het ondersteunen van deze ouderen bij het vormgeven van een goede oude dag? Deze en andere vragen leverden tijdens een kennisatelier met sociaal professionals, gemeenteprofessionals en onderzoekers, georganiseerd door KIS op 29 november, veel discussiestof op.

Over één ding zijn de aanwezige hulpprofessionals het eens: naar migrantenouderen wordt steeds meer onderzoek gedaan, maar bij het vertalen van de resultaten daarvan naar succesvolle interventies bij de doelgroep, schort het nogal eens. Bovendien gaat onderzoek vooral over de zorg voor migrantenouderen, maar niet over hun welbevinden. Dat onderzoek wel nodig is, betwist niemand. Tineke Fokkema, bijzonder hoogleraar Ageing, Families en Migration aan de Erasmus Universiteit Rotterdam trapt het kennisatelier af met de resultaten van een kwantitatief onderzoek naar eenzaamheid onder migrantenouderen. Turkse (67 procent) en Marokkaanse ouderen (55 procent), gevolgd door Hindoestaanse Surinamers (52 procent) en Creoolse Surinamers (42 procent), voelen zich beduidend eenzamer dan ouderen zonder migratieachtergrond (38 procent). Gezien het aantal ouderen met een migratieachtergrond de komende decennia alleen maar zal stijgen, zijn het alarmerende cijfers.

Marokkaanse ouderen

Wellicht een open deur: wie hoog opgeleid en gezond is, een sociaal netwerk, een goed inkomen en de regie in eigen handen heeft, is minder kwetsbaar voor eenzaamheid. Maar voor de meeste migrantenouderen gelden lagere inkomens, taalbarrières, onvoldoende toegankelijkheid tot de reguliere zorg, sociale uitsluiting en etnische discriminatie; allemaal factoren die bijdragen aan eenzaamheid. Meer cultuurspecifieke oorzaken zijn er ook. Bij Marokkaanse ouderen is een remigratie(wens) duidelijk verweven met eenzaamheid, laat onderzoeker Hanan Nhass zien aan de hand van een onderzoek, uitgevoerd door haar en Joline Verloove namens KIS naar eenzaamheid onder de eerste generatie Marokkaanse ouderen. Ze hebben het gevoel een rijker sociaal leven in hun eigen land mis te lopen, en vooral onder vrouwen wiens mannen zijn teruggegaan naar Marokko is eenzaamheid schrijnend.

Uiteindelijk is eenzaamheid wel bespreekbaar, maar vertrouwen is heel belangrijk

Ook het geloof speelt een rol, en daaraan gekoppeld verwachtingen, zoals dat de kinderen de zorg voor hun ouders helemaal overnemen. Hanan Nhass: 'Maar voor de samenleving is God geen argument (meer) en dus is een morele opgave om mantelzorg te combineren met een baan als kostwinner geen gemakkelijke combinatie. De ouders zitten vaak met het dilemma dat ze de kinderen niet willen belasten, maar ook niet willen sterven tussen niet-moslims in een instelling waar de leefwijze hen vreemd is.' Eenzaamheid is bovendien een taboe, dat ze eerder aan ‘el kant’ - verveling - koppelen dan dat ze erover praten. Ook over waar ze behoefte aan hebben, bijvoorbeeld qua activiteiten, spreken ze zich moeilijk uit, ook omdat ze niet gewend zijn zelf keuzes te maken. ‘Bereik ouderen via hun kinderen of mantelzorgers,’ zegt Nhass. ‘Uiteindelijk is eenzaamheid wel bespreekbaar, maar vertrouwen is heel belangrijk. Een eenmalige activiteit is dus niet passend of effectief voor deze doelgroep.’  

Vertrouwen

Gebruik het woord eenzaamheid liever niet als je het daar met ouderen over wilt hebben, vinden de panelleden tijdens de paneldiscussie. ‘Het komt vanzelf ter sprake tijdens iets wat plezierig is, als er vertrouwen is,’ zegt Radj Ramcharan van de stichting Asha en de Stichting Lezen en Schrijven. Lucia Lameiro Garcias van het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM) vraagt zich af of je het überhaupt met ouderen over eenzaamheid moet hebben. ‘Ze maken zich zorgen over zaken als hun lage inkomens en praten over eenzaamheid lost dat niet op. Wanneer ze daar wat verlichting in ervaren, komt het wel ter sprake.’ Cultuursensitieve interventies om mensen te bereiken en eenzaamheid op te lossen, zijn niet altijd toereikend, vindt het panel. ‘Het gaat niet om het vinden van de mensen’, zegt Lameiro Garcias, ‘maar om het binden. Het probleem is vaak dat een project na drie maanden stopt omdat het geld op is. Dan ben je meteen het vertrouwen kwijt.’

Betrek de ouderen en hun mantelzorgers zoveel mogelijk, doe het dichtbij in de buurt, het liefst gratis en laat het aansluiten op cultuurgerichte elementen

Sleutelfiguren hebben het gevoel dat ze gebruikt worden om subsidies te krijgen, klinkt het in de zaal. ‘Onze ouderen worden van project naar project geschoven,’ vindt Fatos Ipek-Demir, oprichter en coördinator van OMAZ (Oudere Migranten Aan Zet), ‘Ze zijn niet zichtbaar en er wordt veel ingevuld over hun hoofden. De overheid heeft geen visie. We moeten eisen aan de tafels te zitten waar de beslissingen worden genomen.’ ‘Maak interventies persoonlijk en laagdrempelig’, raadt Roshnie Kolste van Pharos aan. ‘Betrek de ouderen en hun mantelzorgers zoveel mogelijk, doe het dichtbij in de buurt, het liefst gratis en laat het aansluiten op cultuurgerichte elementen.’

Kennisatelier eenzaamheid migrantenouderen

Aan vijf thematafels discussiëren de deelnemers over onderstaande stellingen. Het levert aandachtspunten en tips op.  

Tafel 1. Hoe kun je vertrouwen winnen om openlijk over een gevoelig onderwerp als eenzaamheid te praten?

Wees niet cultuursensitief maar menselijk sensitief. Handel vanuit je hart en pas daarna met je hoofd. Als mensen het idee hebben dat je ze mag, is er al veel gewonnen. Ga naar de mensen toe of werf mensen via bekenden en sleutelfiguren. Maak het laagdrempelig, dus in de buurt en overdag. Begin bij de sleutelfiguren en vrijwilligers en wees oprecht in hen geïnteresseerd. Herken de culturele aspecten en weet wat belangrijk is. Neem kleine stapjes, zeg geen nee, maar zoek samen met ouderen naar oplossingen. Win bovendien vertrouwen door continuïteit en laagdrempeligheid. Zorg ervoor dat de begeleiders een continue en vertrouwde factor zijn.

Tafel 2. Welke rol kunnen mantelzorgers spelen in de aanpak van eenzaamheid van migrantenouderen?

Mantelzorgers zijn van belang bij het bereiken van ouderen die thuis vereenzamen. Zorg dat je een klik hebt om dingen bespreekbaar te maken. Geef goede informatie om de mantelzorger te ondersteunen. Realiseer je dat de mantelzorger – als het bijvoorbeeld de partner is - zich ook heel eenzaam kan voelen in zijn rol of overbelast kan raken. Praat daar over of organiseer voor mantelzorgers onderling een lunch waarin ze ook worden voorgelicht over eenzaamheid.

Tafel 3. Cultuursensitieve zorg voor thuiswonende migrantenouderen met beginnende dementie, hoe doe je dat?

Dementie is onder deze doelgroep vaak taboe. Dus vroegsignalering en preventie zijn heel belangrijk. Neem dat op als vast onderdeel in het pakket van een professional voor migrantenouderen. Ga in gesprek met huisarts en familie, en betrek waar mogelijk het informele netwerk. Peil de behoefte van de oudere zelf en van de mantelzorgers, geef informatie en vraag waar je cultureel gezien rekening mee moet houden. Werken aan deskundigheidsbevordering bij (zorg)professionals rondom cultuursensitiviteit is aan te bevelen, maar houd er tegelijkertijd rekening mee dat de ene (migranten)oudere de andere niet is. Elk mens verschilt. Wees er ook waakzaam op dat bij sommige mensen de (vroege) symptomen van dementie worden toegeschreven aan ouderdom.

Kennisatelier eenzaamheid migrantenouderen

Tafel 4. Welke ideeën hebben migrantenouderen zelf over eenzaamheid en active ageing en hoe sluit je daarop aan?

Zonder aanwezige ouderen is het moeilijk om daar antwoord op te geven, volgens enkele aanwezigen. De eerste stap is dus je oor te luister leggen bij ouderen. Omdat ouderen het zelf soms lastig vinden om te verwoorden welke activiteiten ze leuk vinden, vooral wanneer ze vroeger weinig hobby’s hadden, helpt het om ouderen eerst nieuwe activiteiten te laten ervaren. Een andere deelnemer geeft de tip om een inhoudelijke activiteit, bijvoorbeeld voorlichting over zorgverzekeringen, te combineren met een leuke activiteit. Vraag ook ouderen om een vriend(in) of een buur mee te nemen, zo bereik je meer mensen en is de drempel om te komen voor sommige ouderen lager.

Tafel 5. Wat is de rol van het geloof in het begeleiden van ouderen met vraagstukken rondom ouder worden en eenzaamheid?

Zoek samenwerking met de moskee, maar kijk wel welke moskee zich voor welke activiteit leent, maatwerk dus. Houd rekening met de rol van het geloof in iemands leven, bijvoorbeeld met het middaggebed tijdens een activiteit. Voor de eerste generatie is geloof vaak verweven met de cultuur. Pas als iemand ziek is, komt het geloof naar boven, maar voor sommigen is het moeilijk woorden te geven aan zingevingsvraagstukken die op dat moment spelen. Dat is een aandachtspunt. Hoewel cultuur kan veranderen, merken aanwezigen op dat religie een constante factor is in het leven: een bron van kracht. Dit wordt bevestigd in verschillende studies. Mensen die religie en spiritualiteit een duidelijke plek geven in hun leven rapporteren een betere gezondheid, doordat ze hoopvoller, optimistischer en een doel en betekenis geven aan hun leven. Verder kan geloof en een gerichtheid op het hiernamaals ook een hindernis zijn, omdat ouderen dan mogelijk minder openstaan voor wereldse interventies. Denk aan het inzetten van dagbesteding of het inschakelen van psychische hulp om (ernstige) eenzaamheidsgevoelens te verlichten.  

Wat is nog meer nodig?

‘We gaan de goede kant op met onze kennis over deze ouderen,’ besluit Fokkema de middag, ‘hoewel die kennis wel versnipperd en verspreid is. Daarom moeten we de krachten bundelen.’ Onderzoek moet nog gedaan worden naar de verschillen in eenzaamheid tussen man en vrouw, tussen stad en platteland en andere etnische groeperingen, zoals Chinese ouderen. En vanuit de praktijk moeten de ‘witte plekken’ naar boven komen die nader onderzoek vereisen.

Dit artikel is geschreven door Edith Tulp

Meer weten over dit onderwerp? Houd de pagina www.kis.nl/ouderen in de gaten.
Thema: 

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

1 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.