Kennisplatform Integratie & Samenleving deed dit jaar een viertal onderzoeken naar wat wel en niet werkt om discriminatie op basis van etniciteit, religie of huidskleur te verminderen. Honderden wetenschappelijke onderzoeken werden hiervoor uitgeplozen. In dit artikel zetten de onderzoekers de stappen op een rij bij het ontwikkelen van een effectieve aanpak tegen discriminatie.

Stap 1: inzetten op vooroordelen, stereotypen of de sociale norm?

In de discussie over discriminatie en racisme worden de termen stereotiep en vooroordeel door elkaar gebruikt. Maar het is net wat anders. Stereotiepen zijn: ‘alle Marokkaans-Nederlandse jongens rijden op scooters’ of ‘mensen met een donkere huidskleur kunnen allemaal goed dansen’. Een stereotiep is een overdrijving; een ongenuanceerde opvatting over een groep mensen. De inhoud kan zowel positief, negatief als neutraal zijn. Een vooroordeel is altijd negatief. Het gaat over een negatieve houding ten opzichte van een bepaalde groep. Bijvoorbeeld als iemand vindt dat Surinaamse Nederlanders lui zijn. Of dat Marokkaans-Nederlandse jongens niet te vertrouwen zijn omdat zij vaak crimineel zijn.

We spreken van discriminatie als er onterecht onderscheid tussen groepen wordt gemaakt. Bijvoorbeeld dat een werkgever iemand geen stageplek aanbiedt omdat zijn ouders uit Marokko komen, een verhuurder een woning weigert te verhuren vanwege iemands huidskleur of iemand het lidmaatschap tot een sportclub ontzegt vanwege zijn of haar geloofsovertuiging. Vooroordelen en stereotypen zijn belangrijke voorspellers van discriminatie: als je sterke vooroordelen hebt of stereotiepe opvattingen dan is de kans groter dat je ook zult discrimineren.

Een minder bekende voorspeller van discriminatie is niet wat je zelf vindt of voelt, maar wat jij denkt dat anderen denken. Als jij verwacht dat anderen discriminatie zullen afkeuren, zal je waarschijnlijk harder je best doen om het niet te doen. Maar ook andersom: als je verwacht dat het door de vingers wordt gezien of zelfs wordt aangemoedigd, is de kans groter dat je zelf discrimineert, ongeacht je eigen vooroordelen of stereotypen. Dit heet je gedragen naar de ‘sociale norm’.

U kunt dus kiezen waarop u inzet:

  • Het verminderen van vooroordelen
  • Het verminderen van stereotypen
  • Het beïnvloeden van de sociale norm

Iedere voorspeller vraagt net weer een andere aanpak.

Stap 2: expliciete of impliciete houding veranderen? (of beide?)

Mensen zijn zich niet altijd bewust van hun vooroordelen en stereotypen. Bewuste, wel overwogen vooroordelen en stereotypen noemen we expliciet. De meer onbewuste houding noemen we impliciet. Bij impliciete vooroordelen en stereotypen gaat het om associaties die direct actief worden in je brein zonder dat je zelf het in de gaten hebt. De expliciete en impliciete houding komen niet altijd overeen. Zo kan het zijn dat iemand discriminatie en vooroordelen afwijst maar toch een ‘niet pluis’-gevoel krijgt ten aanzien van een donkere man in een dure auto.

man in dure auto

Wanneer u zelf aan de slag gaat met antidiscriminatie-interventies, bedenk dan van te voren wat u wilt veranderen bij mensen: hun impliciete houding, expliciete houding of allebei? Een andere mogelijkheid is ook om niet zozeer hun impliciete houding te veranderen maar wel om hen te leren hier alert op te zijn en op bij te sturen. U leert dan mensen het ‘niet pluis’-gevoel te herkennen als een vooroordeel en de donkere man in de dure auto niet als verdacht aan te merken. Dit werkt echter alleen bij mensen die hiertoe zelf al gemotiveerd zijn. En dat brengt ons bij de derde stap: op welke doelgroep richt je interventie zich?

Stap 3: welke doelgroep?

Wat werkt in de aanpak van discriminatie, hangt af van de doelgroep. Grofweg is het zinvol om een onderscheid te maken tussen twee doelgroepen. Allereerst zijn er de mensen die expliciet discriminatie goedkeuren (groep 1). Dit zijn mensen die zich niet schamen voor hun opvattingen en zich hier ook niet vervelend over voelen. Denk bijvoorbeeld aan mensen die openlijk zeggen dat moslims of mensen met een donkere huidskleur het land uit moeten  ‘omdat ze hier niet horen’. De tweede doelgroep zijn mensen die onbewust vooroordelen hebben maar deze vooroordelen afkeuren en willen verminderen (groep 2).

Binnen deze groepen zijn wel verschillen. Bij de eerste groep zijn er mensen die hun nieuwe buren uit een ander herkomstland bedreigen en wegpesten, maar ook mensen die ‘alleen’ hun mening uiten op sociale media. En bij de tweede groep zijn er mensen die zich erg schamen als ze zichzelf op hun vooroordeel betrappen en dit willen verminderen, maar er zijn ook mensen die ervan overtuigd zijn dat zijzelf nooit vooroordelen hebben.

Kies daarom heel gericht uw doelgroep. Wat werkt voor de ene doelgroep werkt namelijk niet voor de andere.

discriminatie social media

Stap 4: wat zijn uw doelen?

Wanneer u weet wie uw doelgroep is en wat u wilt aanpakken, kunt u doelen gaan stellen. Een doel omschrijft de gewenste eindsituatie. Hoe nauwkeuriger de doelen, hoe beter u weet waar u vervolgens aan moet werken. Een valkuil is echter om een doel te formuleren over wat u gaat doen. Bijvoorbeeld: ‘het doel is het thema discriminatie bespreekbaar te maken en ons in te leven in elkaars leefwereld’. Zowel ‘bespreekbaar maken’ als ‘inleven’ zijn geen doelen, maar zijn een beschrijving van de aanpak om het doel te bereiken. Een goed deel geeft antwoord op de vraag: wat moet wie wanneer en waar welk gewenst gedrag laten zien?

Stap 5: aan de slag!

Bij heldere doelen, kan een aanpak worden ontwikkeld. Maak hierbij gebruik van beschikbare kennis. Bekijk bijvoorbeeld de vier onderzoeksrapporten over discriminatie van Kennisplatform Integratie & Samenleving op dit terrein. Of bekijk dit artikel met tips die voortkomen uit deze onderzoeken of het schematisch overzicht aan werkwijzen en voorwaarden (pdf) waaronder deze werken.

Hoe doordracht een aanpak ook is, pas na een evaluatie in de praktijk kan met zekerheid vastgesteld worden of deze echt werkt. Bekijk daarom de tips voor evaluatie. Mocht er uitkomen dat de aapak niet werkt zoals gewenst, dan is belangrijk om niet bij de pakken neer te zitten. Discriminatie bestrijden is een taaie klus zo weten we uit wetenschappelijk onderzoek. De aanpak van discriminatie is gebaat bij een ‘lange adem’. Want hoe complex ook, verschillende onderzoeken laten zien dat, ook op de lange termijn, discriminatie effectief verminderd kan worden.

 

Deze discriminatie-aanpakken onderzocht Kennisplatform Integratie & Samenleving:

 

Een sociale media-campagne tegen discriminatie
Een campagne via sociale media waarin wordt uitgedragen dat discriminatie niet door de beugel kan, kan effect hebben op bij beide doelgroepen (zie stap 3) maar de kans in kleiner dat de campagneberichten in sociale netwerken komen met mensen uit groep 1. De campagne maakt meer kans bij mensen die onbewust vooroordelen hebben maar deze vooroordelen afkeuren en willen verminderen (groep 2 dus) die de boodschap zullen delen, verspreiden en daardoor zelf deze ook nog eens sterker gaan onderschrijven.

Een training gericht op bewustwording van eigen vooroordelen en stereotypen
Een cursus of training waarin mensen geconfronteerd worden met hun eigen vooroordelen en vervolgens geleerd wordt om deze onder controle te krijgen, is een kansrijke aanpak bij de tweede doelgroep. En dan in het bijzonder de groep die het erg vindt als ze merken zelf vooroordelen te hebben.

Een dialoogbijeenkomst met empathie
Het gaat om een dialoog waarin mensen van verschillende herkomst elkaar ontmoeten en ervaringen uitwisselen. Wanneer de deelnemers zich in elkaar gaan inleven, kan er empathie over en weer ontstaan waardoor vooroordelen verminderen. Dit kan werken bij zowel groep 1 als 2, al bestaat er bij groep 1 het risico dat zij zich weigeren in te leven in de ander.

Rolmodellen die het goede voorbeeld geven
Als een rolmodel uit de eigen groep laat zien goed overweg te kunnen met iemand uit een andere etnische, culturele of religieuze groep waar vooroordelen tegenover bestaan, kan hierdoor de houding veranderen. Dit heeft vooral effect bij mensen die de andere groep nog weinig hebben ontmoet en er dus onbekend mee zijn. Ook zijn er aanwijzingen dat het voornamelijk werkt bij groep 1: mensen die openlijk vooroordelen hebben.

Anderen bekeken ook

  • De studie spitst zich toe op de relatie tussen de politie en jongeren met een niet-westerse afkomst. In de verkennende studie is een aantal...

    Bekijk

Jouw bijdrage

3 + 0 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.