Effectieve antidiscriminatie-interventies: waarom een intersectionele aanpak werkt
Discriminatie is complex: mensen ervaren vaak meerdere vormen van uitsluiting tegelijk. Hoe ontwikkel je effectieve interventies met oog voor intersectionaliteit? In dit artikel vatten we de belangrijkste tips samen uit twee nieuwe KIS-onderzoeken. Ontwikkelaars van antidiscriminatie-interventies vinden hier concrete handvatten om verschil te maken.
Mensen ervaren vaak meerdere vormen van uitsluiting tegelijk. Bijvoorbeeld op basis van gender, afkomst, religie, beperking of/en seksuele oriëntatie. Interventies die zich op één grond richten zoals seksisme of racisme, zijn niet voldoende. Het is voor ontwikkelaars van antidiscriminatie-interventies belangrijk om een intersectionele benadering te hebben.
Intersectionaliteit betekent dat ongelijkheid niet simpelweg een optelsom van identiteitskenmerken is: ongelijkheid is ingebed in sociale en institutionele structuren. Machtsverhoudingen kruisen elkaar en versterken uitsluiting. Een interventie die deze verwevenheid negeert, kan soms onbedoeld nieuwe barrières creëren. Denk aan een scholenprogramma dat pesten per thema behandelt, zoals pesten vanwege overgewicht, pesten vanwege huidskleur en pesten op basis van gendernormen. Terwijl een leerling juist geraakt wordt door de combinatie van bijvoorbeeld seksistische en racistische normen. Door aandacht te besteden aan deze wisselwerking tussen gronden van pesten en uitsluiting (bijvoorbeeld door voorbeelden die worden gebruikt en de interventies die worden voorgesteld) zichtbaar te maken, ontstaat een effectieve aanpak.
Twee online publicaties
KIS onderzocht intersectionaliteit in de aanpak van discriminatie en schreef daarover twee nieuwe online publicaties.
Intersectionele aanpak in interventies
De eerste is Antidiscriminatie-interventies: hoe een intersectionele aanpak werkt. Deze is voortgekomen uit een verkennend onderzoek van KIS. Onderzoekers voerden negen observaties uit bij vier antidiscriminatie-interventies. Vervolgens is geanalyseerd hoe interventies omgaan met meervoudige vormen van discriminatie. Deze praktijkinzichten zijn gekoppeld aan wetenschappelijke literatuur over intersectionaliteit. Het artikel vertaalt deze inzichten naar concrete tips voor interventie-ontwikkelaars om interventies intersectioneler en effectiever te maken.
Meerdere vormen van discriminatie
Het tweede artikel is Meerdere vormen van discriminatie tegelijkertijd verminderen: hoe doe je dat? Dit bouwt voort op het eerdere KIS-rapport Meerdere vliegen in één klap (2018). Het geeft een update met recente wetenschappelijke inzichten. De focus ligt in dit artikel op mechanismen en strategieën om verschillende vormen van discriminatie gelijktijdig te verminderen.
Vijf praktische tips voor interventie-ontwikkelaars
Intersectionaliteit is niet alleen een theoretisch begrip. Voor ontwikkelaars van antidiscriminatie-interventies is het belangrijk om het als praktische leidraad te gebruiken. Onder andere door in elkaar hakende machtsstructuren onder de aandacht te brengenn en meerdere vormen van discriminatie tegelijk aan te pakken. Intersectionaliteit als leidraad in een interventie vergroot de kans op echte verandering.
Vijf kerntips voor interventies op basis van observaties en literatuur.
1. Benoem intersectionaliteit expliciet
Leg uit dat het gaat om kruisingen van machtsstructuren, niet om het optellen van individuele identiteitskenmerken. Gebruik voorbeelden die deze verwevenheid zichtbaar maken. Zoals casussen waarin religie, gender en seksuele oriëntatie samen specifieke vormen van discriminatie veroorzaken. Ook als je zelf een ervaringsverhaal over discriminatie deelt. Maak daarin duidelijk hoe je eigen intersectionele positie in elkaar steekt en hoe verschillende vormen van discriminatie zich in jouw leven met elkaar combineren.
2. Integreer een social-justice perspectief
Social justice is kort gezegd: actief inzetten voor het aanpakken van discriminatie en ongelijkheid. Dat gaat verder dan het erkennen van verschillen: bespreek machtsstructuren en privileges. Laat deelnemers reflecteren op hun positie. Bijvoorbeeld wat het betekent om wit, vrouw en theoretisch opgeleid te zijn.
3. Stel duidelijke (taal)normen
Taal beïnvloedt sociale normen. Bespreek hoe woordkeuze uitsluiting kan versterken of doorbreken. Zoals: kies ‘wit’ in plaats van ‘blank’, of ‘nieuwe collega’ in plaats van ‘nieuwkomer’. En stel ook duidelijk de sociale norm dat discriminatie op alle gronden – en de combinaties daarvan – verboden is. Noem concrete voorbeelden van intersectionele discriminatie om dit toe te lichten.
4. Creëer ruimte voor reflectie en nabespreking
Maak tijd om inzichten uit de interventies te vertalen naar actie en te relateren aan de eigen context van de deelnemers. Een zorgvuldige afsluiting van interventies voorkomt misvattingen en versterkt dat de opgedane kennis en ervaringen in de praktijk kunnen worden toegepast. Zo zorg je ervoor dat de juiste boodschap over is gekomen en kan je, waar nodig, corrigeren als dat niet zo is.
5. Evalueer interventies intersectioneel
Ga verder dan algemene tevredenheid of bewustwording van deelnemers. Als mensen tevreden zijn, betekent het niet direct dat de interventie effect heeft gehad en andersom; soms vonden mensen een interventie helemaal niet leuk om te doen maar hebben ze wel nieuwe inzichten gekregen. Analyseer ook hoe interventies uitpakken voor groepen die met meerdere vormen van achterstelling te maken hebben. Sta stil bij mogelijk onbedoelde effecten, zoals werkvormen of voorbeelden die vooral deelnemers bereiken die al relatief veel ruimte ervaren. Gebruik daarbij ook kwalitatieve feedback, en bekijk deze vanuit de specifieke context van de deelnemers van waar de feedback vandaan komt. Let daarbij op wie je bereikt en wie mogelijk minder wordt meegenomen, onder meer door aandacht te hebben voor taal en toegankelijkheid van de evaluatie.
Extra aandachtspunten
- Betrek doelgroepen actief bij het ontwikkelen van interventies
Voorkom een one-size-fits-all-aanpak. Laat mensen uit de doelgroep meedenken over de inhoud en vorm van de interventie. Hun perspectief en ervaringen zorgen dat de interventies beter aansluiten bij de realiteit. Dat vergroot de effectiviteit.
- Zorg voor praktische én psychologische toegankelijkheid
Een interventie werkt alleen als deelnemers zich veilig en comfortabel voelen. Denk aan duidelijke incheckmomenten en voldoende pauzes. Zorg ook dat deelnemers zich af en toe kunnen terugtrekken. Deelnemers zijn dan eerder bereid om open te reflecteren en leertaken serieus te nemen.
- Speel in op wat zich in de groep voordoet
Blijf flexibel tijdens de uitvoering van een interventie. Reageer op vragen, emoties en dynamiek in de groep. Zorg voor maatwerk en benut actuele situaties. Dat versterkt de impact van de interventie: het maakt de leerervaring relevanter.
Meer informatie?Neem contact op met:
Serena Does
Marit Verstappen