Er blijft extra aandacht nodig om de positie van vrouwen met een migratieachtergrond te versterken. De vandaag uitgebrachte Emancipatiemonitor van het SCP en CBS laat zien dat vrouwen met een migratieachtergrond minder vaak werken en economisch zelfstandig zijn dan vrouwen met een Nederlandse achtergrond. Het verschil is ook groter geworden.

Voor vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond – een zeer diverse groep – leidt generiek beleid tot onvoldoende resultaat. Een specifieke inzet is gerechtvaardigd, zo stelt ook minister Van Engelshoven in haar brief aan de Tweede Kamer. De gemeenten zijn hierbij aan zet.

Verschil groeit

Uit de Emancipatiemonitor 2018 blijkt dat in de economische crisisjaren de arbeidsdeelname van vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond daalde en daarmee ook hun economische zelfstandigheid. Vanaf 2015 zijn meer niet-westerse vrouwen gaan werken, maar het verschil in arbeidsdeelname met vrouwen van Nederlandse komaf is nu groter dan in 2007. Wel is het verschil in arbeidsduur afgenomen. De arbeidsduur van niet-westerse vrouwen is al jaren hoger, maar doordat vrouwen zonder migratieachtergrond meer uren zijn gaan werken, is het verschil sinds 2007 kleiner geworden.

Met 54% is de arbeidsparticipatie van vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond relatief laag, aldus de monitor. 42% van deze vrouwen is economisch zelfstandig en daarmee blijven deze vrouwen achter bij vrouwen met een Nederlandse achtergrond (64% economisch zelfstandig). De vrouwen zijn relatief ook laagopgeleid. Vooral vrouwen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond hebben een laag onderwijsniveau.

Vluchtelingenvrouwen

Een recente verkenning van KIS zoomt binnen de groep vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond verder in op de arbeidsparticipatie van vrouwelijke statushouders. Ook hier wordt een link gelegd tussen de relatief lage arbeidsparticipatie en een lagere opleiding. Daarnaast worden in het rapport andere barières voor arbeidsparticipatie genoemd zoals een traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen, weinig werkervaring en een gebrek aan een netwerk. Het onderzoek wijst op het gevaar dat bij de Participatiewet de nadruk vaak ligt op het toeleiden van ten minste een van de partners richting de arbeidsmarkt, zodat het gezin niet meer uitkeringsafhankelijk is. In de praktijk is dat vaak de man. Als het gezin uit de uitkering is, is de vrouw niet meer in beeld bij de gemeente. De onderzoekers pleiten net als de minister voor een specifieke inzet en een genderspecifieke aanpak gericht op arbeidsparticipatie van deze vrouwen. In 2019 gaat KIS drie gemeenten ondersteunen bij het ontwikkelen van emancipatiesensitief beleid en praktijk.

Wat kan de gemeente doen?

Aandacht voor verbeteren van de (arbeids)participatie van vrouwen met een vlucht- of migratieachtergrond is niet nieuw. Gemeenten kunnen daarbij dan ook gebruik maken van eerdere kennis, tools en ervaringen met de inzet daarvan. Al in 2005 adviseerde de Commissie Participatie van Vrouwen uit Etnische Minderheidsgroepen (PaVEM) om te investeren in deelname van vrouwen met een migratieachtergrond aan het maatschappelijk verkeer en op de arbeidsmarkt. Daarvoor werden diverse acties opgezet, onder andere het opzetten van een Participatieteam, Taalles aan huis en het programma Duizend en één Kracht. Dit programma had tot doel om maatschappelijke participatie en vrijwillige inzet te bevorderen, als doel op zich of als stap op weg naar betaald werk. In de 25 gemeenten die deelnamen zijn van 2006 tot 2011 diverse nuttige aanpakken ontwikkeld die nu nog steeds bruikbaar zijn. Een mooi voorbeeld is de Kansenbeurs die in Amsterdam-West nog steeds jaarlijks georganiseerd wordt als Talentenbeurs. Of het Participatiewiel dat helpt om beter zicht te krijgen op wensen en (on)mogelijkheden van de vrouwen zelf, beschikbaar aanbod binnen gemeenten, beleidsinstrumenten en wetgeving en de onderlinge afstemming hiervan.

Verschillende moeder-kindcentra investeren in de economische zelfstandigheid van vrouwen

En niet alleen het verleden biedt houvast. Er zijn anno 2018 diverse programma’s die aanknopingspunten bieden. Zo investeren diverse moeder-kindcentra ook in de economische zelfstandigheid van vrouwen. Daarnaast bieden specifieke programma’s mogelijkheden om mee te liften. Zo beoogt de pilot Educatie voor Vrouwen met Ambitie (EVA) lokale organisaties te ondersteunen met een aanpak om vrouwen met lage basisvaardigheden te motiveren een opleiding te gaan volgen of (vrijwilligers)werk te zoeken. En ook de Alliantie Samen Werkt Het werkt op verschillende niveaus aan verbetering van de positie van vrouwen in een financieel kwetsbare situatie.

Hernieuwde inzet

Met de afloop van programma’s als Duizend en één Kracht en het plaatsmaken van specifiek beleid voor generiek beleid, is ook de aandacht en de inzet voor vrouwen met een migratieachtergrond en subsidies voor migrantenvrouwenorganisaties verdwenen. De Emancipatiemonitior vraagt om hernieuwde inzet voor deze vrouwen. Primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de gemeente. Als die de handschoen oppakt, kan geput worden uit de expertise en goede voorbeelden die hun voorgangers afgelopen decennia hebben opgebouwd en aansluiten bij nieuwe initiatieven als EVA en de Alliantie Samen Werkt Het.

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

11 + 2 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.