Excuses slavernijverleden: inzichten voor gemeenten

Eind 2021 organiseerde KIS een kennisatelier over excuses voor het slavernijverleden. Een belangrijke vraag die daarbij aan bod kwam: doen gemeenten er goed aan onderzoek te doen en/of excuses aan nazaten van tot slaaf gemaakten aan te bieden (in navolging van de vier grote steden)? Dit artikel geeft een impressie van de bijdragen die aan bod kwamen tijdens het kennisatelier.

Artikel
Discriminatie

Door de aanhoudende inzet vanuit de samenleving, wetenschap en organisaties van mensen van Afrikaanse komaf is het thema slavernijverleden en excuses actueler dan ooit. Op 1 juli 2021 vond de herdenking van de afschaffing van slavernij op 1 juli 1863 plaats. De Nederlandse regering spreekt gedurende enkele jaren bij de herdenking diepe spijt uit voor het slavernijverleden, maar tot excuses is het nooit gekomen, terwijl in de samenleving wel een behoefte is aan excuses. Wetenschappers als Philomena Essed en Alex Van Stipriaan hebben de betekenis en noodzaak van excuses uiteengezet via publicaties. Inmiddels hebben gemeenten als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht onderzoek gedaan en heeft de gemeente Amsterdam tijdens de 1 juli herdenking in het Oosterpark namens het gemeentebestuur excuses aangeboden.

Vanwege de maatschappelijke urgentie en behoefte aan meer kennis onder beleidsambtenaren organiseerde KIS een kennisatelier over het slavernijverleden. Doel hiervan was om beleidsmakers van kennis te voorzien en in staat te stellen om met experts en elkaar van gedachten te wisselen over het slavernijverleden en excuses. Als sprekers waren aanwezig: Alex van Stipriaan, emeritus professor Caribbean History aan de Erasmus Universiteit, Peggy Wijntuin, voormalig raadslid Rotterdam, Linda Nooitmeer, voorzitter NiNsee en Jerry Afriyie, oprichter Stichting Nederland wordt Beter.

Helaas is het slavernijverleden nog steeds onzichtbaar, is er weinig kennis, en blijft het nog steeds een zwarte pagina die afwijkt in het witte boek

Erfenissen en doorwerkingen

Er zijn doorwerkingen van het slavernijverleden die het goed functioneren van deze samenleving belemmeren en dus moeten worden aangepakt, stelde Alex van Stipriaan in zijn lezing. Helaas is het slavernijverleden nog steeds onzichtbaar, is er weinig kennis, past het niet in het zelfbeeld van nationale trots en blijft het nog steeds een zwarte pagina die afwijkt in het witte boek. Erfenissen en doorwerkingen van het slavernijverleden zijn volgens van Stipriaan onder andere te vinden op economisch, politiek, medisch, psychisch, sociaal, cultureel, institutioneel, juridisch en religieus terrein. De belangrijkste zijn te vinden op het gebied van:

  1. geïnternaliseerd (dus veelal onbewust) inferioriteit/superioriteits-denken op basis van fenotype, dat wil zeggen ideeën van ‘de ander’ op basis van diens uiterlijke kenmerken, waarover niet wordt nagedacht omdat ze als natuurlijk worden ervaren.
  2. structurele ongelijkheid (op basis van fenotype).
  3. structurele uitsluiting. Het is belangrijk om in dit kader niet alleen te horen maar vooral te luisteren. Want er wordt nog te weinig geluisterd.

Begrijpen van de impact van je handelen op de ander

De noodzaak om niet alleen te horen maar ook te luisteren werd door de persoonlijke bijdrage van Peggy Wijntuin bekrachtigd. Ze vertelde over haar kleinzoon van drie die nu op een leeftijd is dat hij dingen grappig vindt, zoals de grap om anderen omver te duwen. Soms duwt hij en zegt hij direct sorry om het vervolgens weer te doen, waarna zijn moeder hem bestraffend toespreekt en uitlegt dat hij excuses moet maken met het accent op wat hij verkeerd heeft gedaan. Wijntuin: ‘Nu echter, probeert mijn dochter hem te leren niet alleen zijn excuses aan te bieden maar ook de betekenis van excuses duidelijk te maken. Dat een simpel sorry niet volstaat. Dat je moet begrijpen wat de impact is van jouw handelen op de ander. En dat je in gesprek moet met de ander om die impact te begrijpen en luisteren naar wat iemand te zeggen heeft.’ Dit gesprek dient ook in Nederland plaats te vinden met de nazaten van tot slaaf gemaakten, stelde Wijntuin: ‘Hun verhalen, hun zijn, kun je onmogelijk wegvlakken. Zij zijn hier omdat Nederland daar was. Sterker nog: wie goed kijkt ziet die vermenging tussen heden, verleden ook in dat alledaagse woord geschiedenis. Het lijkt één woord, maar in feite zijn het er drie: Geschied-en-is. Het verleden werkt altijd in het heden door.’

Belangrijke lessen voor gemeenten  

  1. Erken dat het verleden samenhangt met het heden en doorwerking heeft. ‘Geschied-en-is’.
  2. Dat dit leidt tot het disfunctioneren van de samenleving omdat het ongelijkheid tot stand heeft gebracht.
  3. Dat het gesprek hierover nodig is en daarbij ook weer kennis onontbeerlijk is.
  4. Ga het gesprek aan, begin klein en breid uit naar de hele stad.
  5. Maak de activiteiten en de opbrengsten tastbaar voor de stad.
  6. Wees niet bang voor wrijving, dat hoort erbij. Dat is een kenmerk van emancipatiebewegingen.
  7. Betrek de stad, zoals voor- en tegenstanders van excuses maar met name nazaten van tot slaaf gemaakten en burgerorganisaties, kennisinstituten en wetenschappers.
  8. Realiseer dat op lokaal niveau de impact voelbaar is, omdat het over mensen gaat. Dus op lokaal niveau zullen de excuses en het herstel tot stand moeten komen.

Voer het gesprek op basis van kennis

Niet alleen praten maar ook beschikken over kennis van het verleden is een noodzaak om als samenleving een stap verder te maken met het slavernijverleden en excuses. Linda Nooitmeer, bestuursvoorzitter van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NINSEE), hield een pleidooi voor het voeren van het gesprek op basis van kennis. Opdat we daarmee de juiste vragen kunnen stellen. Weinig Nederlanders, stelde ze, weten dat het Trans-Atlantisch Slavernijverleden en slavenhandel niet het resultaat waren van avonturisme, maar van zorgvuldige bedrijfsplanning. Een ingericht systeem, zorgvuldig uitgevoerd door de West Indische Compagnie, de voorloper van de Staten-Generaal die het monopolie kreeg op de handel en daarmee de onderdrukker werd van de tot slaaf gemaakten. Een masterplan dat tot doel had om de ontwikkeling van de economie van Nederland te stimuleren. Een succesvol masterplan, dat onder andere leidde tot de opkomst van de scheepvaart in Europa en in Nederland in het bijzonder, de opkomst van het bank- en verzekeringswezen en de opkomst van de verwerkingsindustrie die gebaseerd is op landbouwproducten als suiker, koffie en cacao.

Het gesprek over het slavernijverleden, de helende werking van excuses, zal vooral op lokaal niveau zijn uitwerking moeten hebben omdat het uiteindelijk gaat om impact op mensen, stelde Nooitmeer. Het bouwen van nieuwe structuren is al ingezet door gemeentebesturen die zelfstandig hun eigen slavernijgeschiedenis onderzoeken, of excuses aanbieden voor hun aandeel in dit aspect van de Nederlandse geschiedenis. En hierin speelt NINSEE een belangrijke rol.

Schuw het debat niet; debat, strijd en wrijving horen bij alle emancipatiebewegingen

Wrijving is onontkoombaar

Tijdens het kennisatelier zijn we met de sprekers ingegaan op de alledaagse realiteit van beleidsmakers bij gemeenten en op welke wijze zij dit vraagstuk kunnen aanpakken. Uit deze gesprekken kwam vooral naar voren dat het belangrijk is om klein te beginnen met een intern debat tussen collega’s van diverse beleidsdomeinen. Vanuit daar kan het gesprek met de stad plaatsvinden op basis van tastbare sporen van het slavernijverleden. Omdat de slavenhandel diepgeworteld was in de Nederlandse samenleving, zijn in iedere gemeente sporen hiervan te vinden. Het organiseren van wandelingen langs deze sporen is een begin.

Uit de gesprekken kwam ook naar voren dat het belangrijk is om het debat niet te schuwen. En dat je je als stad niet moet laten afschrikken door de wrijving die kan ontstaan tussen mensen. Deze wrijving is namelijk onontkoombaar. Debat, strijd en wrijving horen bij alle emancipatiebewegingen. Of het nu om de boeren, arbeiders of om de vrouwenbeweging gaat of om een beweging van de nazaten van tot slaaf gemaakten voor erkenning, gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid en representatie.  

Voorzichtig hoopvol

Het kennisatelier werd afgesloten door Jerry Afriyie, dichter en voorzitter van Nederland wordt beter. Hij sprak een boodschap van hoop uit. Hoop dat op een dag excuses zullen worden gemaakt door de Nederlandse regering, er een nationale herdenking komt en 1 juli een nationale feestdag wordt. ‘We zijn voorzichtig hoopvol.’

Meer informatie?Neem contact op met:

Amma Asante

icon_chevron Stuur een e-mail
icon_chevron 030 789 2067
Afbeelding