Er wonen en werken 375.000 EU-arbeidsmigranten in Nederland, staat in de Jaarrapportage Arbeidsmigranten 2021. Arbeidsmigranten weten vaak niet de weg te vinden naar zorg en ondersteuning, en komen pas in beeld bij acute problemen. Dat blijkt uit onderzoek van Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) en Het PON & Telos. Daartoe is uitgebreid gesproken met 24 arbeidsmigranten uit Polen, Bulgarije en Roemenië, en online via een besloten online platform met evenzoveel professionals uit het brede zorg- en welzijnsdomein die werken met deze groep migranten.

‘We inventariseren waar EU-arbeidsmigranten en zorgprofessionals tegenaan lopen, vragen naar wat nodig is en halen goede voorbeelden op van wat werkt’, aldus de onderzoekers. ‘Zo komen we tot aanbevelingen richting professionals in zorg en welzijn en beleidmakers.’ Aanvullend op het onderzoek onder arbeidsmigranten zelf en professionals vond een expertmeeting plaats op 21 april 2022, met medewerkers van onder meer welzijns- en belangenorganisaties DOCK, IDHEM, FairWork, FNV en de gemeente Rotterdam. De aanwezigen willen EU-arbeidsmigranten beter ondersteunen, om hun zelfredzaamheid te vergroten en integratie te vergemakkelijken.

Belang van taal

Projectleider Bora Avrić is kind van arbeidsmigranten, die in de jaren zeventig uit het toenmalige Joegoslavië naar Nederland kwamen. ‘Mijn moeder woont hier inmiddels vijftig jaar; ik moet nog regelmatig voor haar tolken. Deze problematiek is van alle tijden, doordat er steeds nieuwe mensen komen. Zij verwachten na het opbouwen van een beter bestaan weer terug te gaan naar het land van herkomst, en zien daarom niet het belang van het leren van de Nederlandse taal. We moeten ze erop wijzen dat dit nodig is, ook voor de korte termijn, voor bijvoorbeeld het hebben van toegang tot zorg.’

De belangrijkste belemmeringen die de onderzoekers tegenkomen zijn de taalbarrière, onbekendheid met de zorg- en onderwijsstructuur, afhankelijkheid van de werkgever en BRP-registratie. Daar bovenop komt de vraagverlegenheid bij deze groep die toch al een kwetsbare sociaaleconomische positie heeft. De terughoudendheid onder EU-arbeidsmigranten om hulp te vragen en hun gebrek aan vertrouwen in instanties is groot. ‘Ze lossen problemen liever zelf op en proberen dat zo lang mogelijk vol te houden’, concludeert onderzoeker Martin van de Lustgraaf uit de gesprekken die hij met EU-arbeidsmigranten voerde. ‘Er is angst om de regie kwijt te raken; mensen zijn bang hun werk te verliezen en kennen spookverhalen over bijvoorbeeld uithuisplaatsing van kinderen.’

Werkgeverschap en opvoedingsondersteuning

Het onderzoek laat opnieuw zien dat werkgevers een belangrijke rol spelen bij de (on)toegankelijkheid van zorg voor EU-arbeidsmigranten. Volgens de deelnemers aan de expertmeeting moeten werkgevers zorgen voor een veilige omgeving, waarin arbeidsmigranten worden geïnformeerd, gestimuleerd de taal te leren en durven vrij te vragen voor school- of huisartsbezoek. Doordat daarvan nu vaak geen sprake is, wordt van arbeidsmigranten weinig betrokkenheid bij hun kinderen en op school ervaren.

Een medewerker van sociaalwerkorganisatie DOCK pleit in het geval van Bulgaarse arbeidsmigranten voor opvoedingsondersteuning, door middel van een spoedcursus. Met als onderdeel dat ze thuis investeren in de Nederlandse taal. ‘Wij werken met bijna alle basisscholen in Schiedam, waar ze allemaal tegen dezelfde problemen aanlopen. Dit moet je preventief aanpakken, anders zijn we komende jaren weer bezig met de kinderen van deze arbeidsmigranten.’

Voorlichting op maat

Een medewerker van de gemeente Rotterdam vertelt over de opvang van Oekraïners daar. Als zij hun leefgeld ophalen, krijgen ze alle nodige informatie en uitleg. In hun eigen taal. Ook werkgevers sluiten zich hierbij aan. ‘Zo hadden we het ook moeten doen met Poolse, Bulgaarse en Roemeense arbeidsmigranten, die nu pas na drie jaar komen voor voorlichting.’ De startpositie van arbeidsmigranten is anders, bevestigen onderzoekers Britte van Dalen en Marleen van der Haar: ‘Zij zijn onzichtbaar geweest, er is nauwelijks contact met de reguliere samenleving. Je zit afgelegen op een industrieterrein, werkt en slaapt, en plots is het vijf jaar later.’

Arbeidsmigranten moeten snel voorlichting krijgen over hoe het er in Nederland aan toe gaat

De aanbeveling van veel professionals is dat arbeidsmigranten snel voorlichting moeten krijgen over hoe het er in Nederland aan toe gaat, bijvoorbeeld op de eerste werkdag. Soms moet dat onder begeleiding, stelt een medewerker van belangenorganisatie FairWork, want het opvolgen van informatie lukt mensen lang niet altijd zelf. ‘Neem geavanceerde websites met veel keuzemogelijkheden, die zijn simpelweg complex. In sommige gevallen is echt een gemeentelijke coach nodig.’

Een medewerker van IDHEM oppert dat er meer contactmomenten en informatievoorzieningen moeten worden georganiseerd in de avonduren, in plaats van tijdens werktijd. De stichting biedt EU-arbeidsmigranten in Den Haag ambulante hulp, maar organiseert ook avondlijke spreekuren op gemeentelijke locaties zoals buurtcentra. Daar blijkt veel belangstelling voor. Maar als arbeidsmigranten zaken moeten regelen met de gemeente, moet dat onder werktijd. Vrijwilligers, die naast hun werk voor IDHEM vaak een betaalde baan hebben, zijn dan lastig beschikbaar, waardoor het hele traject onnodig lang duurt. ‘Een avonddienst van de gemeente zou uitkomst bieden.’

Mogelijkheden en regelingen

De experts, met name vanuit zelforganisaties en reguliere zorg- en welzijnsorganisaties, geven aan dat meer structurele financiering van hun werkzaamheden nodig is. Nu leunen organisaties vaak op vrijwilligers. Zij krijgen te maken met complexe problemen van EU-arbeidsmigranten, zoals een combinatie van ziekte, ontslag en het kwijtraken van een woning. Als het betaald werk zou zijn, zullen naar verwachting meer hulpverleners de mogelijkheid hebben zich hiermee bezig te houden. Ook voor het inzetten van een tolk is vaak geen geld, terwijl het een effectief hulpmiddel is.

Een andere beperking is dat arbeidsmigranten die niet staan ingeschreven of nog geen vijf jaar in Nederland zijn geen hulp krijgen. Doordat de regels rondom het hebben van een briefadres dit jaar zijn veranderd, hebben migranten die een arbeidsongeluk hebben gehad en daardoor ook hun werk en huis zijn verloren, inmiddels wel recht op nachtopvang en algemene bijstand. Maar veel sociaal professionals zijn daarvan niet op de hoogte. De aanwezige professionals willen dat de mogelijkheden en regelingen beter bekend zijn binnen gemeenten, zodat op maat kan worden gewerkt en arbeidsmigranten die ziek zijn en/of andere ondersteuning nodig hebben adequate hulp krijgen.

Blijvend investeren

De aanwezige experts noemen arbeidsmigratie een blijvend fenomeen. Toegankelijke voorzieningen zijn nodig. Je moet blijvend investeren: goede gesprekken voeren, brede interesse tonen, cliënten begeleiden naar instanties, vragen verduidelijken, mogelijkheden verkennen. Een medewerker van FNV stelt dat de opvang van Oekraïners door Nederlandse gemeenten laat zien dat er snel veel mogelijk is. De vakbond wil deze aanpak ook voor andere vluchtelingen én EU-arbeidsmigranten. Volgens de medewerker van de gemeente Rotterdam is het een kwestie van bewustwording onder beleidsmakers: ‘Laat je niet leiden door lokale spanningen, laat je verleiden door succesverhalen.’

Anderen bekeken ook