Jonge, alleenstaande vluchtelingen die achttien geworden zijn, zitten ineens zonder vangnet en begeleiding vanuit jeugdzorg. Hoe regel je je geldzaken in een land dat je net kent? KIS brengt in het nieuwe rapport ‘Desnoods eet ik twee weken brood met pindakaas’ het vraagstuk in kaart. Daarnaast biedt het – voor gemeenten en andere betrokken organisaties en professionals – tips en handreikingen voor oplossingen om de financiële zelfredzaamheid van deze jongeren te versterken.

Direct naar het rapport

Ga er maar aanstaan, zegt ze. De meeste van deze jongeren zijn op hun vijftiende, zestiende, zeventiende naar Nederland gekomen. ‘Ze worden wel getraind in het financieel zelfredzaam zijn vanaf hun achttiende maar die voorbereidingstijd is natuurlijk kort dan. En het is bovendien heel ingewikkeld als je hier niet bent opgegroeid, om de regels en het systeem te snappen.’

Maria Verkade werkt als projectleider bij SAMAH. SAMAH is een organisatie die onder meer amv’s (alleenstaande minderjarige vluchtelingen) begeleidt. Onder andere met het leren omgaan met financiën. SAMAH werkte mee aan het nieuwe KIS-rapport, onder andere door het gezamenlijk organiseren van een expertmeeting. Verkade: ‘Nederlandse jongeren groeien op in het financiële systeem dat we hier kennen. En de meesten van hen hebben bovendien, rond de tijd dat ze volwassen worden, de steun en begeleiding van hun ouders. Deze jongeren niet. Ze hebben vaak geen enkel netwerk.’

Verkade schetst hoe lastig het voor amv’s is. Nog maar kort in Nederland, onbekend met de “systeemwereld” waar geldzaken mee gepaard gaan hier. Wat moet je ineens met een brief over een boete die je moet betalen, of de premies voor je zorgverzekering (“waarom, ik ben nooit ziek?”) of je belastingformulieren?

Kopzorgen

En daarnaast kampen de alleenstaande jonge vluchtelingen vaak met grote kopzorgen. Vanwege hun eigen vluchtverleden of de onzekerheid hoe het met hun familie is. Niet zelden verblijft de rest van hun familie nog in een vluchtelingenkamp in het buitenland – in afwachting van gezinshereniging. En weet een alleenstaande jonge vluchteling niet hoe het hen vergaat. Ze voelen zich vaak verantwoordelijk voor die achtergeblevenen, ook financieel. Een deel van het geld waarover de jongeren hier beschikt – uit studiefinanciering, werk, bijstand of lening – gaat rechtstreeks naar de achtergebleven familie. Desnoods alleen maar twee weken boterhammen met pindakaas eten (zie titel rapport), de familie gaat voor. Verkade: ‘Doordat procedures voor gezinshereniging zolang duren is het bovendien een probleem dat ze niet zelf hebben gecreëerd.’ Het maken van schulden voor allerlei noodzakelijke en primaire uitgaven – zeker vanaf het moment dat ze achttien worden – ligt dan op de loer, leert de praktijk.

Achttien en dan?

Als een alleenstaande vluchteling achttien wordt, verdwijnen de beschermende vleugels van de jeugdzorg of Nidos – dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Nidos draagt de begeleiding dan over aan de gemeente. En die begeleiding, zo blijkt ook het nieuwe KIS-rapport, verschilt per gemeente.

Het nieuwe inburgeringsstelsel dat naar verwachting 1 januari 2022 in werking treedt, biedt gemeenten de mogelijkheid om het beleid voor deze specifieke groep jonge vluchtelingen beter in te richten. Zo is er binnen het financieel ontzorgen – wat ook voor een deel van de voormalig amv’s zal gelden – naast de verplichte ontzorging waarbij de gemeente het beheer van inkomsten en uitgaven geheel of gedeeltelijk uit handen neemt, ook ruimte om maatwerk te bieden bij de begeleiding naar financiële zelfredzaamheid.  

Je moet jongeren niet het recht ontnemen om fouten te maken

Verkade vindt die maatwerk cruciaal. ‘Geef jongeren in de praktijk de kans en de ruimte om te leren hoe ze met financiën moeten omgaan. Je moet ze niet het recht ontnemen om fouten te maken.’ Van de expertise van Verkade en SAMAH is bij de totstandkoming van het KIS-rapport dankbaar gebruik gemaakt. Wat hoopt ze dat de publicatie oplevert? ‘Ik hoop dat het voor onder andere gemeenten zichtbaar wordt dat het niet de schuld van deze jongeren is als ze in schulden terechtkomen maar dat we dat als systeem veroorzaken. En dat er oog voor is en ruimte voor komt om deze jongeren te laten leren zonder dat ze daarvoor afgestraft worden met boetes of beslag op geld. Ik gun het deze jongeren dat ze goede ondersteuning krijgen.’

Tips uit rapport

Voor gemeentelijk beleid om meer financiële ruimte te geven:

  • Het inrichtingskrediet als gift en niet als een lening.
  • Een noodfonds waardoor zaken eerder financieel worden opgepakt als er dingen mis gaan.
  • Huurtoeslag vergoeden voor jonge alleenstaande vluchtelingen onder de 23 jaar die zelfstandig wonen, maar geen recht hebben op huurtoeslag.
  • Voor jonge alleenstaande vluchtelingen die in de schuldhulpverlening terechtkomen: neem het geld dat ze naar familie sturen op als vasten lasten-post waardoor ze meewerken aan de schuldhulpverlening.
  • Eerste twee maanden huur: is dat in de gemeente een lening of een gift? Volgens sommige geraadpleegde experts is een lening beter omdat jonge vluchtelingen zo leren om een lening terug te betalen.
  • Voer met jongeren het gesprek hoe zij én voor zichzelf kunnen zorgen én hun familie geld kunnen sturen zodat ze geen schulden maken.
  • Financiële problemen kunnen een katalysator zijn voor problemen op andere leefgebieden, zoals schooluitval of het naar de oppervlakte komen van sluimerende trauma’s. Het is dan zinvoller om eerst te interveniëren opdat de stress en eventuele schulden worden aangepakt, dan het verwerken van het trauma.

 

Desnoods eet ik twee weken brood met pindakaas; handreiking over hoe de financiële zelfredzaamheid van jonge alleenstaande vluchtelingen in de overgang van 18- naar 18+ wordt vergroot.

Auteurs: Joline Verloove, Joey Poerwoatmodjo

Download het rapport (pdf)

 

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

6 + 5 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.