Specifiek beleid voor migrantendoelgroepen is afgeschaft. Maar hoe werk je als gemeente, migrantenorganisatie en maatschappelijk organisatie dan samen in het nieuwe speelveld en kom je tot beleid dat werkt voor alle groepen? Die vraag stond centraal tijdens het kennisatelier - een denktankdag - van het Kennisplatform Integratie & Samenleving. Een groep betrokken professionals analyseerde het vraagstuk en kwam met verfrissende ideeën.

Een zonnige herfstdag. In een vergadercentrum op Landgoed de Horst in Driebergen komen achttien gemeenteprofessionals, professionals van maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van migrantenorganisaties bijeen. Er is een dag uitgetrokken om gezamenlijk het vergrootglas te zetten op dit vraagstuk. Een diepgaande analyse te maken en met verfrissende ideeën te komen die verder reiken dan quick fixes en de gebaande paden. Dit alles onder de bezielende leiding van dagvoorzitter Mohamed Baba, interim-manager met een rijke ervaring aan beleid en management van diversiteitvraagstukken.

'Een pregnant vraagstuk', schetst Hans Bellaart, coördinator van het portaal* van Kennisplatform Integratie & Samenleving, de probleemstelling bij aanvang van de bijeenkomst. 'Het kabinet heeft gezegd: we willen geen specifiek beleid meer want dan zet je mensen apart. We willen algemeen beleid dat werkt voor iedereen. Maar hoe kom je als gemeente tot sociaal beleid waarbij maatschappelijke organisaties en migrantenorganisaties hun stem en expertise doen gelden? Hoe werk je samen en kom je tot algemeen beleid dat voldoende rekening houdt met specifieke behoeften van groepen?' Een uitdaging waarvoor veel gemeenten nu staan.

Geen gelijkwaardigheid

'Vaak is er een negatieve aanleiding voor contact met de gemeente. Dat voelt alsof je op het matje wordt geroepen'

In de ochtend staat de knelpuntenanalyse van het vraagstuk centraal. Rode draad in de vragen waarover de deelnemers zich in groepen buigen, zijn de knelpunten rond samenwerking en specifiek beleid tussen gemeenten, maatschappelijke organisaties en migrantenorganisaties. Deelnemers, wederom in groepen werkend, benutten vervolgens de middag om, aansluitend op de analyse, tot oplossingen te komen die het gebruikelijke overstijgen.

'Het ontbreekt aan gelijkwaardigheid in contact met gemeenten', is een bezwaar dat Ahmed Sheikh (Stichting Somaliërs in Groningen) aan de orde stelt. 'Vaak is er een negatieve aanleiding, bijvoorbeeld de overlast die inwoners met een Somalische afkomst in een buurt veroorzaken. Dat voelt als op het matje te worden geroepen.' Beter zou het zijn om te investeren in continu contact', zegt Sheikh. Daarmee creëer je commitment en investeer je aan beide kanten in samenwerking en tegelijkertijd in de preventie van problemen.

Opvallend in de knelpuntenanalyse is verder de constatering dat het diverse geledingen ontbreekt aan benodigde competenties. Dat staat een goede samenwerking in de weg. Zo kennen migranten in veel gevallen bijvoorbeeld de wegen niet die je moet bewandelen om invloed in beleid uit te oefenen. Gangbare en effectieve lobby- en pressiemiddelen zijn hen onvoldoende bekend. Ook formele criteria van de gemeenten kunnen een belemmering zijn. 'Migrantenorganisaties lopen subsidies mis omdat ze afgewezen worden op formele gronden omdat er bijvoorbeeld geen jaarverslag van de stichting is geproduceerd', aldus Carola Dogan van de Rotterdamse kenniscentrum voor emancipatie Dona Daria. Ze bepleit een meer flexibele houding van de gemeente.

kennisatelier

Goede communicatie ontbreekt

Aan de zijde van de gemeente, zo komt in meerdere groepen naar voren, ontbreekt het vaak aan een goede communicatie met migrantenorganisaties. Laatstgenoemden krijgen vaak het gevoel niet serieus genomen te worden. Bovendien is er te weinig inzicht in de noodzaak om het lokale beleid beter toe te snijden op maatschappelijk kwetsbare migranten. Dat is nodig om deze burgers effectief te bereiken. De jeugdzorg is daar een goed voorbeeld van.

Lees de publicatie Grote verschillen gebruik jeugdzorg naar herkomst

Een ander competentieknelpunt: taal. Dit blijkt volgens deelnemers nog steeds een struikelblok in de communicatie tussen gemeenten en migrantenorganisaties. Bovendien hebben beleidsprofessionals van de gemeente soms moeite om afspraken te maken met vertegenwoordigers doordat ze een verkeerde inschatting maken van de bestuurscultuur van de betreffende organisatie. 'Dan is de voorzitter de formele leider maar heeft een informele leider het eigenlijk voor het zeggen.'

'Lokaal beleid is vaak niet toegesneden op kwetsbare groepen', stelt Fouad Sidali, wethouder in Culemborg, daarmee het kernvraagstuk van de dag weer op tafel brengend. 'En migrantengroepen zijn daarbinnen een subgroep.' De oplossing kan in eenvoudige maatregelen zitten, vervolgt Sidali. Maatwerk lijkt daarbij de sleutel. Hij neemt de thuiszorg als voorbeeld, creëer mogelijkheden om tegemoet te komen aan individuele wensen, bijvoorbeeld als die voort komen uit een culturele identiteit. 'Simpele oplossingen kunnen groot leed voorkomen.'

Wie is dé Hagenaar, wie is dé Nijmegenaar?

Volgens Bora Avrić (Kennisplatform Integratie & Samenleving/Movisie) dwingt het nieuwe beleid, waarin specifiek beleid voor doelgroepen is afgeschaft, gemeenten om scherp na te denken over wie hun inwoners zijn. 'Wie is dé Hagenaar, wie is dé Nijmegenaar? Je zult dan eerst in gesprek met elkaar moeten komen over wat gezamenlijke en gedeelde belangen zijn van burgers uit gemeenten. En daar kun je vervolgens je beleid op vaststellen.'

kennisatelier

Veranderde rol van gemeenten en burgers

Meerdere aanwezigen signaleren een ander knelpunt waarbij miscommunicatie de kern van het probleem lijkt te zijn. Bij veel migrantenorganisaties is nog niet helder wat de nieuwe verhoudingen tussen burgers en de gemeente zijn. Het sociale domein is veranderd, we leven in een participatiesamenleving. Van de burger wordt meer zelfredzaamheid verwacht, dus ook van migrantenorganisaties. Er is geen sprake meer van een overheid die enkel faciliteert en financiert. 'Communiceer dat als gemeente helder naar migrantenorganisaties', aldus een van de deelnemers.

Migrantenorganisatie: kom uit je slachtofferrol. En gemeente: help ze om nieuwe kracht en competenties te ontwikkelen.

Een bijkomend puzzelstuk is dat die veranderende democratische verhoudingen - van een representatieve democratie naar een doedemocratie waarbij we meer van de burgers verwachten - nieuwe drempels opwerpen voor kwetsbare groepen. Autochtone, hoogopgeleide burgers kennen doorgaans de regels van het nieuwe spel, burgers uit kwetsbare groepen vaak niet. Dit vraagstuk vereist inzet van beide geledingen. Daarom is de conclusie: migrantenorganisatie kom uit je slachtofferrol en gemeente help de organisaties om nieuwe kracht en competenties te ontwikkelen om deze huid af te werpen en sterker te worden. De veranderde rol van burgers en gemeenteprofessionals vereist ook van de laatstgenoemde een andere opstelling: die moet ook ruimte geven aan initiatieven die niet in het verlengde liggen van beleid van de gemeente. Als je dat niet doet, zoals nogal eens het geval is, stelt een deelnemer, 'dan slaat dat andere initiatieven dood'.

Hoe zorg je voor gevoelde urgentie?

Naarmate de dag vordert, lijkt steeds sterker het vraagstuk dat het probleem niet als urgent wordt ervaren, de oplossing in de weg te zitten. Latifa Bakrimi (gemeente Den Haag) verwoordt het zo: 'Als een zorgverzekeraar zijn klanten verliest, heeft hij direct een probleem. Dat gaat hier niet op.' Dit vraagstuk is veel complexer en de oplossing ervan wordt niet als urgent ervaren. Voor een migrantenorganisatie is het niet eenvoudig om duidelijk te maken welke verbeteringen nodig zijn. Zeker niet als je niet als gelijkwaardige partner beschouwd wordt. Deze constatering brengt de hypothese op tafel dat de sleutel tot de oplossing ligt in het creëren van empathie bij gemeenteprofessionals. Een van de deelnemers wijst, ter vergelijking, op een recent onderzoek van Movisie over interventies rond homo-emancipatie. Interventies waarbij discussie en dialoog een centrale rol spelen, werken niet en kunnen zelfs averechts werken, zo blijkt uit het onderzoek. Interventies waarbij wordt ingezet op empathie, hebben het meest gunstige effect. Niet 1-op-1 vergelijkbaar met het onderwerp van deze dag maar genoeg de moeite waard om te noemen.

Deze aanname inspireert deelnemers tot originele voorstellen om deze impasse te doorbreken. Een kleine greep uit de geventileerde out of the box-ideeën: laat de ambtenaar sociaal beleid zes maanden verplicht stage laten lopen bij een migrantenorganisatie, en laat de vertegenwoordiger van een migrantenorganisatie zes maanden stage lopen bij de gemeente. Zo ontstaat begrip voor elkaars leef- en denkwereld. In dezelfde categorie: verplicht een voor dit domein verantwoordelijke wethouder om de zes maanden te verhuizen naar een achterstandswijk.

Mohamed Baba destilleert aan het eind van de dag uit de discussies twee lijnen die voor alle betrokkenen in gemeenten leidraad kunnen zijn om het beleid rond diversiteit vorm te geven. De ene adresseert hij aan de gemeenten en instellingen: 'Zet diversiteit integraal in en laat het niet het bijproduct zijn van beleid. Integreer diversiteit in je hele denken, je afwegingen en je besluitvormingsprocessen. Neem je doelgroepen vroegtijdig mee in het beleidsproces. Zorg dat ze het beleid kunnen beïnvloeden'. De ander adresseert hij aan de migrantenorganisaties: 'Positioneer je op een andere manier. Dwing jezelf op een andere manier te handelen om je invloed te laten gelden.'

Tips voor een nieuwe impuls van de samenwerking

 

  • Ga als ambtenaar op stage bij een migrantenorganisatie. Goed luisteren levert effectiever beleid op.
  • Organiseer bijeenkomsten op een sociaal thema met gemeente, instellingen én migrantenorganisaties.
  • Zorg dat je gehoord wordt. Bied je diensten als migrantenorganisatie actief aan. Laat zien wat je in huis hebt om het lokale beleid te verbeteren.
  • Stel in de gemeente een ‘Autoriteit Sociaal Beleid’ in het leven. Deze onafhankelijke en gezaghebbende intermediair fungeert als 'waakhond' en toetst of het beleid ‘diversiteitsproof’ is.
  • Organiseer bijeenkomsten en campagnes die de sleutel vormen om burgers mede het beleid te laten bepalen. Voorbeelden: Het buurtbudget, De Club 100, De Burger Meester, Dromen Denken Doen. Laat per wijk burgers meebeslissen over beleid en zorg dat alle groepen daarbij evenredig zijn vertegenwoordigd.
  • Stel als gemeente eisen aan instellingen: hoe is het bereik? Is de instelling diversiteitsproof?

 

Kennisplatform Integratie & Samenleving heeft een publicatie uitgebracht over dit kennisatelier.

 

*Het portaal van het Kennisplatform heeft als taak kennisvragen rond diversiteit en integratie te signaleren in de samenleving en die te vertalen naar activiteiten. Deze activiteiten moeten leiden tot de beantwoording van deze vragen. Het Kennisatelier is zo'n activiteit.

Jouw bijdrage

2 + 10 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.