Handelingsperspectief: omgaan met affectieve polarisatie bij jongeren
Als docent, jongerenwerker, opbouwwerker of sociaal werker in de wijk kun je te maken krijgen met heftige emoties bij jongeren over politieke of maatschappelijke thema’s. Denk bijvoorbeeld aan de situatie in Gaza. Emotionele discussies kunnen ontstaan tussen jongeren onderling, maar kunnen ook jou zelf raken als professional. Hoe ga je om met polarisatie tussen jongeren? Hoe zorg je ervoor dat discussies respectvol blijven en niet uit de hand lopen en hoe draag je bij aan meer verbinding tussen jongeren?
Gewenste en ongewenste polarisatie
Polarisatie is de verscherping van tegenstellingen tussen groepen in de samenleving die kan resulteren in spanningen tussen deze groepen. Polarisatie wordt vaak als iets negatiefs en bedreigends afgeschilderd, maar kan ook gewenst zijn. Het (tijdelijk) aanscherpen van tegenstellingen maakt sluimerend onrecht of ongenoegen in de samenleving zichtbaar. Polarisatie kan een aanzet geven tot sociale veranderingen zoals de emancipatie van groepen in achtergestelde posities. Jongeren die zich luid en duidelijk uitspreken tegen onrecht tonen maatschappelijke betrokkenheid. Polarisatie wordt ongewenst of problematisch als deze destructief uitpakt. Groepen komen steeds meer tegenover elkaar te staan, bestaande verschillen worden vergroot en de dialoog verdwijnt en de hoeveelheid (negatieve) ideeën over elkaar neemt toe. Tegenstellingen worden ook gevoelsmatig sterker: men wordt positiever over mensen met dezelfde opvattingen en mensen met andere opvattingen worden sterker afgewezen, gevoelsmatig en ook moreel. Dit noemen we affectieve polarisatie. In het debat over de situatie in Gaza is duidelijk sprake van affectieve polarisatie. Lees meer over de oorzaken van polarisatie op de pagina’s wat is polarisatie (KIS), en affectieve polarisatie (Hannah Arendt Instituut).
Parallelle waarheden
In het debat over Gaza spelen identiteiten een grote rol, ook bij jongeren. Sommige jongeren identificeren zich met de Palestijnen en anderen meer met Israël. Affectieve polarisatie wordt ook aangewakkerd doordat jongeren verschillende offline en (vooral) online nieuwsbronnen raadplegen. De gemeenschappelijkheid aan nieuwsbronnen is afgenomen; jongeren kijken minder vaak naar het nieuws maar halen hun informatie van een grote diversiteit aan sociale media. Hierdoor ontstaan tussen jongeren steeds meer onderlinge verschillen in de nieuwsfeiten, interpretaties en emoties die ze meekrijgen. Er ontstaan dan verschillende waarheden, zoals over de oorzaken en het verloop van de gebeurtenissen in Gaza. Dit ontstaan van uiteenlopende opvattingen over wat waar is kan zich manifesteren bij jongeren met verschillende achtergronden, maar ook bij jongeren die zich begeven in verschillende online subculturen en ‘internetfuiken’ van sociale media algoritmes en online echokamers. Dit maakt het gesprek moeilijker in de klas of in de wijk. Als sprake zou zijn van dezelfde feiten waarop jongeren zich baseren dan kun je in ieder geval een gesprek voeren over hoe je informatie interpreteert en weegt. Maar als de feiten en wat waar of niet waar is niet meer worden gedeeld, dan ontstaan er onbegrip en frustraties naar elkaar toe. Naast het raadplegen van verschillende (online) nieuwsbronnen kan ook de verspreiding van nepnieuws, mis- en desinformatie bijdragen aan ‘parallelle waarheden’. Dit kan leerlingen ook ontvankelijker maken voor complotdenken. Lees meer over complotdenken in de richtlijn radicalisering van het Nederlands Jeugdinstituut.
Tips en tools voor het omgaan met affectieve polarisatie bij jongeren
Om affectieve polarisatie te kunnen doorbreken gaat het er niet in de eerste plaats om dat jongeren het met elkaar eens worden, maar wel dat discussies op meer respectvolle wijze gevoerd kunnen worden. Op deze pagina geven we hiervoor een aantal tips en tools.
Dialoog en empathie
Het voeren van gesprekken over moeilijke onderwerpen vereist van de betrokkenen een zekere mate van empathie naar elkaar. Emotionele empathie gaat over het meevoelen van de emoties van anderen. Cognitieve empathie gaat over de mate waarin iemand zich kan verplaatsen in het perspectief van de ander. Het gaat hier om het begrijpen van de gedachtes en overtuigingen van de ander, door zijn of haar invalshoek in te nemen. Sociale empathie bestaat uit vaardigheden zoals actief luisteren. Waarom werkt empathie? KIS heeft een wetenschappelijke literatuurstudie hiernaar gedaan. Daaruit kwam naar voren dat op het moment dat je je inleeft in een ander, je ook een positievere associatie krijgt met de ander. ‘De ‘ander’ wordt door inleving eigenlijk minder anders, maar meer als jijzelf.’ In deze animatievideo van KIS leggen we uit hoe dat werkt. Inleving en empathie kan op verschillende manieren tot stand komen. Bijvoorbeeld door te luisteren naar een ervaringsverhaal van iemand, of naar een film of theaterstuk te kijken waarin perspectieven vanuit meerdere kanten worden belicht. Om te komen tot inleving en empathie moet er voldaan worden aan een reeks van voorwaarden. Deze voorwaarden staan beschreven in het KIS dossier Wat werkt bij het verminderen van discriminatie. Er zijn diverse methoden en interventies beschikbaar voor scholen, gericht op het versterken van inleving en empathie onder leerlingen ten aanzien van onder meer joden en moslims. Het doel van deze interventies is onder meer om discriminatie te verminderen waaronder antisemitisme en antimoslimracisme. Verschillende van deze interventies staan ook in de database van KIS met antidiscriminatie-interventies.
Meer informatie?Neem contact op met:
Ron van Wonderen