Met de groeiende aandacht voor de schaduwkanten van het Nederlands koloniaal en slavernijverleden in het maatschappelijk debat, wordt in diverse steden en regio’s in Nederland de urgentie gevoeld om onderzoek te doen naar de eigen rol in deze geschiedenis. Zo zet ook gemeente Den Haag stappen in een uitgebreid onderzoeksproject - met specifieke aandacht voor herdenken.

In navolging van de drie andere grote steden Rotterdam, Amsterdam en Utrecht (zie kader), onderzoekt ook Den Haag de eigen rol in het koloniaal en slavernijverleden. Het Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde (KITLV) voert in opdracht van het college van burgemeester en wethouders wetenschappelijk onderzoek uit, waarvan de resultaten eind 2022 worden verwacht. Ook wordt er in opdracht van de gemeente gewerkt aan een monument voor de slavernijgeschiedenis en voor de koloniale geschiedenis, en is er een educatief programma in de maak. Daarnaast gaat de gemeente actief op zoek naar alle gemeenschappen in de stad met een koloniale of slavernijgeschiedenis om te onderzoeken wat de gemeente kan doen om herdenkingen meer aan het licht te brengen en te versterken.

Hoewel Lionel Martijn, directeur van Stichting Ocan, de organisatie voor en door Caribische Nederlanders, liever had gezien dat dit onderzoek twintig jaar geleden was uitgevoerd, is hij van mening dat elke gemeente die nu bereid is de eigen rol in het koloniaal en slavernijverleden te onderzoeken, een compliment verdient. Meer kennis en historische bewustwording acht Martijn noodzakelijk. ‘Men is zich er nog onvoldoende van bewust dat Caribische Nederlanders al veel langer deel uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden dan meestal wordt gedacht,’ zo legt hij uit. ‘Door het eerlijke verhaal te vertellen, dus ook de zwarte bladzijden, wordt het koloniaal en slavernijverleden onze gezamenlijke geschiedenis.’

Slavernij is een misdaad tegen de menselijkheid en verdient erkenning

Amar Soekhlal van het Sarnámihuis, de online community voor de Hindostaanse identiteit, wijst voor de volledigheid op de contractarbeid, een periode uit de geschiedenis na de afschaffing van de slavernij waar weinig over bekend is: ‘Slavernij is een misdaad tegen de menselijkheid en verdient erkenning, daarnaast wens ik ook erkenning voor de contractarbeid, dit deel van de geschiedenis mag niet in een voetnoot terecht komen.’ Tussen 1853 en 1939 verscheepte de Surinaamse regering (Het Koninkrijk der Nederlanden) contractarbeiders uit China, Brits-Indië en Nederlands-Indië (Java) naar Suriname om het werk op de plantages over te nemen. Nazaten hebben zich onder andere in Den Haag gevestigd.

Herdenkingscomité

Mercedes Zandwijken, oprichter van de Keti Koti dialoogtafel is aangesteld als kwartiermaker Herdenking Haags slavernij en koloniaal verleden en sprak met 40 personen uit een groot deel van de gemeenschappen in Den Haag bestaande uit nazaten die ooit gekoloniseerd of tot slaaf gemaakt zijn geweest door de Nederlandse staat. ‘Terwijl oudere vertegenwoordigers van 70-plussers weinig uitgesproken opvattingen hebben over de wijze waarop hun manier van herdenken kan worden versterkt en verbreed, bestaat er onder de nieuwe generatie een tendens om alle geschiedenissen in plaats van langs etnische lijnen juist gezamenlijk te herdenken, bijvoorbeeld door hiervoor een nieuwe dag uit te roepen: de Dag van Erkenning,’ vertelt Zandwijken. De nieuwe generatie geeft echter ook aan dat herdenken meer is dan bij wijze van spreken een kaars aansteken, een krans leggen of een stille tocht houden. ‘Herdenken alléén is onvoldoende, we moeten ook helen en herstellen; het is én-én. Herdenken is hard werken aan het verbeteren van de onderlinge sociale relaties tussen wit en mensen van kleur en het wegwerken van de systemische ongelijkheid. In die zin zou de herdenkingscultuur ten aanzien van het koloniaal en slavernijverleden veel meer betekenis moeten krijgen in de vorm van het helen van trauma’s, terugwinnen van vertrouwen en een meer inclusief gebruik van alle voorzieningen in de stad’, vindt Zandwijken.  

Inclusiviteit begint bij erkenning; dat wij geen plek hebben in de stad is géén uiting van erkenning

Werk aan de winkel

Tot op de dag van vandaag zijn er namelijk mensen die schade ondervinden aan het koloniaal en slavernijverleden, meent Zandwijken: ‘Denk aan racisme en discriminatie, uitsluiting, onderwaardering in het onderwijs, geen stageplaats kunnen vinden, problemen met huisvesting en werkgelegenheid, noem maar op. Daar ligt de pijn, bovenop het trauma dat van generatie op generatie wordt doorgegeven.’ Wat zijn de effecten hiervan? Als concreet voorbeeld noemt Zandwijken het ontbreken van een sociale infrastructuur van deze gemeenschappen in Den Haag: ‘Deze gemeenschappen hebben na decennia van aanwezigheid in de stad geen eigen ruimte om bijvoorbeeld samen te komen om te herdenken. Letterlijk. Er is geen locatie in de stad die van hun is.’ Volgens Soekhlal worden de culturele uitingen van de Hindostaanse Surinamers in Den Haag steeds meer verbannen naar de wijken buiten het centrum. Met meer dan 50.000 Hindostaanse-Surinamers in Den Haag is deze marginalisatie betreurenswaardig, aldus Soekhlal: ‘Inclusiviteit begint bij erkenning; dat wij geen plek hebben in de stad is géén uiting van erkenning.’

Het advies aan de Gemeente Den Haag is dan ook om een inclusieve manier van herdenken op gang te brengen en daarbij te werken aan heling en herstel. ‘Een proces waar iedereen bij betrokken moet worden,’ bepleit Zandwijken, ‘en waarbij diegenen die het meest beschadigd zijn door die geschiedenis een stem krijgen. Gelet op de vele herdenkingen van diverse gemeenschappen met wortels in het koloniaal en slavernijverleden kunnen we in Den Haag met een beetje goede wil het hele jaar door herdenken, wat ook de intentie is.’  

Uit de gesprekken kwam bovendien naar voren dat er een herdenkingskalender moet komen met informatie over wie, wat, wanneer herdenkt en waarom. Het Haags Gemeentearchief heeft al aangeboden om daar dan een tentoonstelling van te maken. Daarnaast spreekt het de grootse gemeenschappen aan om een eigen dialoogtafel te ontwikkelen, vergelijkbaar met de Keti Koti dialoogtafel, waaraan ze mensen kunnen uitnodigen om belangrijke thema’s te bespreken.

Men is zich bewust geworden van de omvang van die pijnlijke geschiedenis, de rol van Nederland daarin en van de consequenties in het heden

Slavernijverleden als trend

Behalve met vertegenwoordigers van gemeenschappen sprak Zandwijken ook met twintig directeuren van culturele en maatschappelijke instellingen in Den Haag, waaronder het Museumkwartier, het Filmhuis, het Gemeentearchief, het Koninklijk Conservatorium en Humanity Hub. Door aan hen te vragen wat zij kunnen betekenen om de impact van dit comité te versterken, verbindt zij gemeenschappen en instellingen met elkaar. Zandwijken kan niet anders zeggen dan dat de reacties van grote culturele en maatschappelijke instellingen in Den Haag hartverwarmend waren. ‘Men is zich bewust geworden van de omvang van die pijnlijke geschiedenis, de rol van Nederland daarin en van de consequenties in het heden, zoals institutioneel racisme bijvoorbeeld. Dat dit moet worden aangekaart, daar is binnen deze organisaties geen twijfel over,’ legt Zandwijken uit. ‘Waar we echter voor moeten oppassen,’ vervolgt zij, ‘is dat het slavernijverleden binnen witte culturele instellingen met voldoende menskracht en goede fondswervers zich ontwikkelt tot een trend en vervolgens geheel toegeëigend wordt, waarbij nazaten van totslaafgemaakten die er decennialang voor hebben gestreden om deze pijnlijke geschiedenis op de agenda te krijgen, het nakijken hebben.’

Systemische ongelijkheid

Sommige vertegenwoordigers van de nieuwe generatie die zij sprak zijn daarom niet onterecht sceptisch over het initiatief van een herdenkingscomité, aldus Zandwijken. ‘De systemische ongelijkheid in Nederland waar dus ook in de stad Den Haag sprake van is, kan bijvoorbeeld in de samenwerking zomaar weer leiden tot frustraties. Hertraumatisering, vervreemding van elkaar en opnieuw wantrouwen in de gemeenschap moeten we te allen tijde voorkomen.’ Desalniettemin is het belangrijk om de schaduwkanten van de geschiedenis en de erfenis van dat verleden waar we vandaag de dag mee te maken hebben aan te kaarten. Volgens Zandwijken begint heling door naast het hoofd ook het hart in te zetten, en bijvoorbeeld door voorafgaand aan bijeenkomsten helende interventies en rituelen in te voeren. Verder zouden professionele organisaties moeten toewerken naar een personeelsbestand dat een afspiegeling is van de bewoners van de stad - een stap in de goede richting van het doorbreken van systemische ongelijkheid.  

Excuses Slavernijverleden Rotterdam, Amsterdam, Utrecht – de feiten op een rijtje

 

Rotterdam

  • In 2017 nam de gemeenteraad van Rotterdam de motie Wijntuin aan en begon daarmee in 2018 een uitgebreid onderzoek naar het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam. Het onderzoek duurde twee jaar en werd uitgevoerd door het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV). De resultaten werden in oktober 2020 gepresenteerd.
  • Op 10 december 2021 op de Internationale Dag van de Rechten van de Mens bood burgemeester Aboutaleb namens het college van burgemeester en wethouders excuses aan voor de rol van het collegebestuur aan kolonialisme en slavernij.
  • Publicatie: een bundel artikelen over de koloniale geschiedenis van de stad, een boek over het slavernijverleden van Rotterdam en een bundel met reflecties op de erfenissen van deze geschiedenis.

Meer informatie

Amsterdam

  • Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) voerde het onderzoek uit naar de betrokkenheid van het toenmalige stadsbestuur bij de slavenhandel en slavernij in opdracht van de gemeente Amsterdam.
  • Op 1 juli 2021 bood burgemeester Femke Halsema tijdens de jaarlijkse nationale herdenking van het slavernijverleden in het Oosterpark, Keti Koti, namens het stadsbestuur excuses aan voor de betrokkenheid van het toenmalige stadsbestuur bij de wereldwijde slavenhandel en slavernij.
  • Publicatie: De Slavernij in Oost en West: Het Amsterdams onderzoek (red. Pepijn Brandon, 2020)

Meer informatie

Utrecht

  • Cultuurhistoricus Nancy Jouwe heeft samen met onderzoekers van de Universiteit Utrecht in opdracht van de gemeente Utrecht onderzoek uitgevoerd naar het Utrechtse slavernijverleden. Het onderzoek werd gedaan in opdracht van de gemeenteraad van Utrecht.
  • Op woensdag 23 februari 2022 bood burgemeester Sharon Dijksma namens het college van Utrecht excuses aan voor de rol van hun voorgangers in het koloniale en slavernijverleden van de stad.
  • Publicatie: Slavernij en de stad Utrecht (red. Nancy Jouwe, 2021)  

Meer informatie

 

Op de foto: actrice Maria Toko die tijdens de Keti Koti wandeling in Den Haag in 2021 verhalen vertelde over het Koloniale- en Slavernijverleden van de Residentie
Fotograaf: Branko de Lang