Nieuwkomers in de omgeving van Leiden leren sinds 2016 in een trainingsprogramma genaamd Het Gesprek meer over de Nederlandse cultuur. Het Verwey-Jonker Instituut werkte mee aan de ontwikkeling van dit programma, dat nu ook beschikbaar is voor andere gemeenten en partijen die nieuwkomers begeleiden. Marieke Oudshoorn, werkzaam bij gemeente Leiden en betrokken bij Project JA Statushouders, geeft antwoord op vier vragen over Het Gesprek.

Wat is Het Gesprek?
Het Gesprek is een trainingsprogramma waarin nieuwkomers meer leren over de Nederlandse cultuur. De deelnemers, nu veelal mensen uit Syrië en Eritrea, voeren samen met trainers die ervaringsdeskundigen zijn, een gestructureerd gesprek over de Nederlandse cultuur en de Nederlandse kernwaarden. Ze gaan in op de verschillen en overeenkomsten tussen de culturen en leren waar de verschillen vandaan komen. Begrijpen waarom we in Nederland anders omgaan met bijvoorbeeld tijd, onze ouderen en kinderen en vrijheden is essentieel om aansluiting te vinden, om je zelfverzekerder te kunnen bewegen in de samenleving, in contacten. Deelnemers leren hoe ze zich verhouden tot de verschillen, maar zeker ook welke overeenkomsten er zijn. Er is gelegenheid om alledaagse situaties en ervaringen te delen. De ontwikkeling van deze training is mogelijk gemaakt door de subsidie Sociale Innovatie van het Europees Sociaal Fonds en is nu ook beschikbaar voor andere gemeenten en partijen die nieuwkomers begeleiden.’

Begrijpen waarom we in Nederland anders omgaan met bijvoorbeeld tijd, vrijheden en onze ouderen en kinderen is essentieel om aansluiting te vinden.

Waarom richten jullie je vooral op cultuur?
Bij de inburgering is geregeld dat nieuwkomers zichzelf verstaanbaar leren maken. Maar we weten dat taal alleen onvoldoende is om te kunnen integreren en dat we nieuwkomers moeten begeleiden in het opbouwen van nieuwe referentiekaders. Om meer te begrijpen, leren nieuwkomers in Het Gesprek hoe ze cultuurverschillen moeten interpreteren. We beantwoorden hun vragen en geven betekenis aan de ervaringen die ze op doen. Een nieuwkomer zal vanuit zijn eigen referentiekaders ten aanzien van respect een oudere graag willen helpen, ook als dat een onbekende is. Daarentegen is een Nederlandse oudere snel geneigd om alleen hulp te aanvaarden als het echt niet anders kan. Zelfstandigheid en zelfredzaamheid zit in onze cultuur en in ons gedrag. In Het Gesprek praten we met nieuwkomers over het waarom van zo’n reactie. Dat helpt om misinterpretaties en om gevoelens van afwijzing te duiden en mee om te gaan.

Deelnemers leren hoe ze zich verhouden tot de cultuurverschillen, maar ook welke overeenkomsten er zijn.

Hoe ziet de training eruit?
De training wordt gegeven in de eigen taal van de deelnemers, met tolken. Het gaat over verschillende onderwerpen, van zwaardere thema’s als euthanasie en eerwraak tot praktische zaken als op tijd komen en de gedachte daar achter. Naast theorie over de cultuur, wordt het ook in de praktijk gebracht door middel van een rollenspel. Je eigen mening geven, in plaats van te praten voor het collectief en omgaan met feedback en autoriteit bijvoorbeeld. Dat zijn belangrijke vaardigheden met het oog op werk en onderwijs, en participatie in zijn algemeenheid.’

Je eigen mening geven in plaats van te praten voor het collectief, en omgaan met feedback en autoriteit zijn belangrijke vaardigheden.

Hoe reageren de deelnemers op het programma?
Het wordt over het algemeen als prettig en goed ervaren. We horen positieve geluiden. Maar het is ook belangrijk om in de gaten te houden dat sommige mensen, gezien hun achtergrond, het spannend vinden om zich te uiten. Achttien bijeenkomsten zijn niet voor iedereen genoeg. Deelnemers geven veelvuldig aan dat de abstracte waarden betekenis hebben gekregen. De waarde gelijkheid bijvoorbeeld, is na het volgen van Het Gesprek voor veel vrouwen een aanmoediging om zichzelf te durven ontwikkelen.’

Verder lezen? Ga voor een beschrijving van de training naar de site van het Verwey-Jonker Instituut.

 

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

11 + 4 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.