Mbo-studenten, die een studie hebben gekozen die niet bij ze past, vallen vaker uit. Het is daarom belangrijk om aan het einde van de vmbo-opleiding tijd te nemen voor het maken van de studiekeuze. KIS keek met vmbo’ers en mbo’ers terug op hun studiekeuze: wie is daarbij van invloed geweest en wat hebben ze gemist bij het maken van hun keuze? We spreken met onderzoeker Maaike van Rooijen.

Wat hebben jullie onderzocht, waarom en hoe?

Het doel van het project was om te kijken hoe we vmbo’ers beter kunnen ondersteunen bij het maken van hun studiekeuze voor een vervolg opleiding. We hebben dit gedaan omdat het beeld leeft dat mbo’ers die uitvallen in het onderwijs vaak een verkeerde studiekeuze hebben gemaakt. We hebben vooral met jongeren gesproken omdat we hun mening centraal wilde stellen. Zowel met vmbo-leerlingen als met mbo-studenten hebben we gesproken over hun studiekeuze: hoe maken ze die keuze en in hoeverre worden ze ondersteund door hun sociale omgeving en vanuit school. Daarnaast hebben we een aantal experts en initiatieven gesproken die jongeren kunnen helpen bij het maken van hun keuze doordat ze allerlei activiteiten organiseren, zoals stages.

Ga naar de publicatie  

Hoe komt het dat VMBO-ers zoveel moeite hebben met het maken van hun studiekeuze? 

Vmbo’ers zijn vaak aan het einde van hun opleiding nog niet bezig met hun studiekeuze voor een vervolg opleiding. Daarnaast zijn ze in vergelijking met havo en vwo-leerlingen natuurlijk relatief jong als ze een keuze moeten maken. Uit eerdere studies weten we dat mbo-studenten vaak wisselen van opleiding en soms uitvallen in het onderwijs omdat ze gekozen hebben voor een opleiding die niet bij ze past. Ze komen er dus vaak tijdens hun mbo-opleiding achter dat ze de opleiding niet leuk vinden, dat de opleiding niet bij ze past of dat ze niet in het vakgebied willen gaan werken.

Wat kunnen docenten en studiekeuze initiatieven voor deze jongeren doen?

Uit ons onderzoek blijkt dat jongeren de gesprekken met docenten over hun studiekeuze heel erg waarderen. Ze vinden het echter lastig om op een docent af te stappen, zeker als ze geen goede relatie met een docent hebben. Wij vinden dat docenten daar een meer pro-actieve houding in kunnen aannemen en aan hun leerlingen vragen kunnen stellen over hun toekomstige studie. De initiatieven worden bijvoorbeeld als onderdeel van het Loopbaan Oriëntatie-en Begeleiding-programma door vo-scholen ingezet. We zien dat de initiatieven aan leerlingen meer praktijkervaring kunnen bieden, door bijvoorbeeld meerdere stages naar bedrijven te organiseren. Uit de literatuur weten we dat leerlingen juist van praktijkervaring kunnen leren. De leerlingen in ons onderzoek waren daar ook vaak enthousiast over.

Wat is de rol van de ouders? Hoe belangrijk vinden jongeren het dat hun ouders achter de studiekeuze staan?

Vanuit de literatuur is bekend dat ouders een positieve rol kunnen spelen door met hun kinderen te praten over hun studiekeuze. Bijvoorbeeld door samen met hun kind te reflecteren op activiteiten die kunnen helpen bij een geïnformeerde studiekeuze, zoals een bezoek aan een open dag of een stage. De jongeren die wij gesproken hebben, vinden het vooral belangrijk dat hun ouders hun studiekeuze goedkeuren. Aangezien de meeste vmbo’ers rond de 16 jaar oud zijn als ze hun studiekeuze maken voor het mbo, lijkt me dit ook heel logisch.

Meer weten? Lees de publicatie die bij dit onderzoek hoort. 

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

8 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.