De Arubaan Mitch Henriquez overleed in Den Haag nadat hij door de politie was aangehouden. Het noodlottige incident en de rellen die daarop volgden, roepen vragen op over de praktijk van etnisch profileren en de aanpak van spanningen in de wijk. We vroegen de korpsleiding van de Nationale Politie en Verwey-Jonker onderzoeker Ron van Wonderen om te reflecteren op deze twee kwesties.

De mensen die tegen het politieoptreden in Den Haag demonstreerden, hebben weinig vertrouwen in de politie. Dat heeft al vaker tot spanningen geleid. Niet alleen in de Hofstad, ook in andere grote steden. De vraag is of enkel het politieoptreden oorzaak van het wantrouwen is. Interessant in dat verband is een methodiek die het Verwey-Jonker Instituut en het Bureau Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam op basis van onderzoek ontwikkelden Daarmee kun je per locatie bepalen of er sprake is van spanningen en hoe die kunnen worden weggenomen.

Van irritaties tot rellen

Ron van Wonderen, een van de onderzoekers, vertelt dat spanningen een breed begrip vormen dat het beste kan worden gezien als ´een continuüm tussen een negatief gevoel enerzijds en rellen anderzijds’. Hij legt uit: ‘Wanneer je door een hondsbrutaal jongetje van tien of twaalf jaar oud voortdurend allerlei verwensingen naar je hoofd krijgt geslingerd omdat je hem ooit vriendelijk verzocht hebt ergens anders te gaan voetballen, dan gaat dat op den duur aan je vreten. De spanning die dat teweeg brengt, is echter van een andere orde dan de rellen in de Schilderswijk onlangs.’

Van Wonderen wijst erop dat er in de afgelopen jaren heel wat projecten zijn geweest om de sociale cohesie in vooral de grote steden van ons land te verbeteren. Het idee was wijkbewoners uit verschillende bevolkingsgroepen met elkaar in contact te brengenen, waardoor de spanningen tussen hen idealiter zouden afnemen. ´De resultaten waren zacht gezegd niet om over naar huis te schrijven. Dat kwam omdat deze projecten uitgingen van de wijk als eenheid, ze leverden daardoor niet meer op dan vluchtige contacten tussen mensen die niet per definitie in hetzelfde portiek woonden. Maar spanningen ontstaan vooral tussen mensen die naast, onder en boven elkaar wonen en die elkaar dagelijks tegenkomen.’

Woonwijk Den Haag

Creëer publieke familiariteit

Een veel betere manier om de spanningen tussen mensen te voorkomen of weg te nemen, is, volgens Van Wonderen, het creëren van publieke familiariteit: ‘Dat moet vooral kleinschalig gebeuren. Hier ligt bijvoorbeeld een taak voor woningcorporaties, zij kunnen ervoor zorgen dat elke nieuwe bewoner van een portiek kennismaakt met zijn buren. Zo’n introductie heeft blijvende waarde, buren krijgen een beeld van elkaar en weten daardoor wie ze kunnen aanspreken bij eventuele overlast.’

'Spanningen kunnen alleen worden bestreden als de handhavers samen met de sociale professionals hun inzet focussen op de locatie waar de overlast zich voordoet'

‘Bij rellen, jongeren- en drugsoverlast daarentegen moet de oplossing vooral gezocht worden in handhaving. Maar daar kan het niet bij blijven. In het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes is daarom geëxperimenteerd met een Buurtpraktijkteam. In het team dat de overlast door jongeren moet indammen, werken sportbuurtwerker, wijkagent en sociale professionals nauw met elkaar samen. Periodiek komen ze bij elkaar om te kijken hoe de wijk er voorstaat en of de prioriteiten nog de juiste zijn. Het team werkt niet met een vast jaarprogramma, maar kijkt voortdurend naar wat er speelt en wat er nú aangepakt moet worden. De focus is niet op de hele wijk gericht, maar op het plein of de straat waar de overlast is geconcentreerd.’

‘Dus hoe breed spanningen ook kunnen worden gedefinieerd, van irritaties tussen bewoners van een portiek tot rellende jongeren, ze kunnen alleen worden bestreden als de handhavers samen met de sociale professionals hun inzet focussen op de locatie waar de overlast zich voordoet. In deze “acupuncturele aanpak” is de professional als eerste aan zet om het portiek of het plein te heroveren. Maar zodra dit gebeurd is, is het aan de bewoners om het heft in handen te nemen. Waarbij ze uiteraard wel ondersteund worden door de professionals’.

Selectie op etnische kenmerken is moreel verwerpelijk

Het klinkt logisch deze aanpak, maar dan blijft er altijd nog de kwestie van vertrouwen in de politie. Zou dat vertrouwen toenemen en spanningen in de wijken van grote steden afnemen als de politie voortaan mensen niet langer op grond van hun etniciteit of ander kenmerken aanhoudt?

Zolang het onderzoek van de rijksrecherche naar de dood van Mitch Henriquez nog gaande is, wil de politie niets zeggen over het noodlottige gebeuren in Den Haag. Voor vragen over etnisch profileren wordt steevast verwezen naar de korpsleiding van de Nationale Politie. Via haar woordvoerder, Remco Gerretsen, laat de korpsleiding weten dat ze ‘het selecteren van burgers op etnische kenmerken juridisch en moreel gezien volstrekt verwerpelijk vindt. Het is integer noch professioneel en bovendien contraproductief’. Tegelijkertijd erkent de politieleiding dat het gevaar van ‘etnisch profileren in onze multiculturele samenleving vrijwel dagelijks op de loer ligt. Dat komt doordat de politie voortdurend op het scherpst van de snede keuzes moet maken. En daarbij spelen etnische aspecten regelmatig een rol’.

Mobiele eenheid politie

Politie moet stevig optreden én betrouwbaar zijn

'Iedereen bij de politie heeft de verantwoordelijkheid om zijn of haar collega op foutief of ongewenst gedrag aan te spreken'

Gerretsen legt uit dat het vakmanschap van de politie eruit bestaat ‘dat wij bij elk delict zorgvuldig naar mogelijke daders en dus ook dadergroepen kijken. Dat doet de politie uitsluitend in het belang van waarheidsvinding, dus niet om bevolkingsgroepen te stigmatiseren of te criminaliseren. De maatschappij verwacht van ons dat we waar nodig doortastend optreden, maar ook dat we voor iedereen een betrouwbare en onpartijdige partij zijn. We moeten onszelf dus altijd bewust zijn van de effecten van ons optreden en kritisch naar onszelf blijven kijken. Iedereen bij de politie heeft de verantwoordelijkheid om zijn of haar collega op foutief of ongewenst gedrag aan te spreken’.

De korpsleiding begrijpt dat er burgers zijn, vooral jongeren uit minderheidsgroepen, die de door de politie gepredikte zorgvuldigheid en professionaliteit net even iets anders ervaren. ‘Maar’, zegt Gerretsen, ‘Agenten werken vaak onder moeilijke omstandigheden en ze moeten in een fractie van een seconde lastige en complexe afwegingen maken. Afwegingen die pas achteraf op hun merites kunnen worden beoordeeld. Ons uitgangspunt is dat alle burgers, ongeacht hun achtergrond, geloof, overtuiging of geaardheid, erop moeten kunnen vertrouwen dat politieagenten situaties zo neutraal en professioneel mogelijk bekijken en beoordelen. Ook moeten burgers ervan kunnen uitgaan dat ze correct worden aangesproken en behandeld. Zo dienen agenten altijd duidelijk te maken waarom zij iemand aanhouden.’

Agenten leren omgaan met ethische dilemma’s

Gerretsen wijst erop dat de opleiding een module bevat waarin de toekomstige politieagenten leren omgaan met ethische dilemma’s. ‘In die module wordt veel aandacht besteed aan het bespreken van problemen waarmee een politieagent in de dagelijkse praktijk kan worden geconfronteerd. Bijvoorbeeld, hoe ga je als politieagent om met huiselijk geweld, moet je daarbij wel of niet rekening houden met andere culturele opvattingen over de rol van de vrouw? Een ander voorbeeld: wat doe je als agent wanneer een homoseksuele buurtbewoner wordt gepest door jongeren in wier cultuur homoseksualiteit hoegenaamd verboden of zelfs niet bestaand is? In de module over ethische dilemma’s worden agenten uitgenodigd om voorbeelden uit de praktijk te bespreken waarin zij met ethische dilemma’s te maken kregen, en daarop gezamenlijk te reflecteren. Die bespiegeling is er óók om te voorkomen dat politiemensen zich wellicht onbewust schuldig maken aan discriminatie of ander gedrag dat tot onnodige spanningen kan leiden’.

Als studenten later in de praktijk toch dit soort fouten maken dan kan de burger er volgens Gerretsen op rekenen dat de leiding gepaste maatregelen neemt. ‘En dat beleid geldt voor álle politiemedewerkers’, benadrukt Gerretsen.

Jouw bijdrage

6 + 3 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.