Hoogleraar Judi Mesman van de Universiteit Leiden verdiept zich in het wereldwijde onderzoek naar vooroordelen en discriminatie bij kinderen. Kort geleden verscheen haar boek Opgroeien in kleur. Haar belangrijkste advies voor ouders en professionele opvoeders: ‘Práát erover. Noem het beestje bij de naam. Zogenaamde “kleurenblindheid” bestaat niet.’

Waarom een boek over opvoeden zonder vooroordelen?

‘Racisme is steeds vaker onderwerp van gesprek. Veel ouders willen hun kinderen opvoeden zonder racistische vooroordelen. Maar dat kan helaas niet. Want iedereen heeft vooroordelen over vrijwel alles en iedereen. Veel mensen zijn zich daar niet van bewust en maken ook geen bewuste keuzes over de boodschappen die ze kinderen willen meegeven. Dat betekent dat ze wat dit betreft zonder plan, “per ongeluk” aan het opvoeden zijn. Want onbewust geven ouders en andere opvoeders toch allerlei signalen door, soms ook door wat ze juist niet zeggen. Als er één zwart jongetje in de klas zit bijvoorbeeld, en ze die heel omslachtig benoemen als die jongen op de achterste rij met de blauwe trui. De boodschap naar kinderen is dan: dat de jongen zwart is wordt niet benoemd, dus misschien is dat wel een heel eng onderwerp.’

Wat staat er in het boek, en waarom is dat goed om te weten?

‘Het boek geeft kennis en inzichten over hoe vooroordelen en racisme ontstaan en hoe dat speelt in de samenleving, en specifiek bij kinderen. Bewezen is bijvoorbeeld dat het niet benoemen van verschillen samenhangt met meer vooroordelen. Ik bespreek alle hoeken en gaten van het thema en laat de reikwijdte van de verschillende gezichtspunten zien. Dat helpt ouders en professionele opvoeders om te kijken naar de eigen opvattingen. Wat is het ideaalbeeld van de opvoeding die je wilt geven? Het helpt opvoeders ook om de schroom van zich af te gooien en het beestje bij de naam te noemen. Zogenaamde “kleurenblindheid” bestaat niet.’

Baby’s en peuters zien toch geen verschil tussen mensen met  verschillende huidskleuren?

‘Nou, baby’s zien zeker onderscheid tussen huidskleuren en etnische groepen. Uit testen blijkt dat kinderen al ruim voor de eerste verjaardag een duidelijk onderscheid zien tussen witte, zwarte en Aziatische gezichten. En wat ook blijkt: de verschillen binnen groepen die ze niet kennen, zien ze juist níet. De basis voor de gedachte “ze zijn allemaal hetzelfde”, als het gaat om onbekende groepen is dus al in het eerste levensjaar gelegd.’

Ook al bedenken ze niet actief dat ze niet met een zwart kind willen spelen, ze zijn toch aan het discrimineren

Vanaf welke leeftijd discrimineren kinderen?

‘Kleuters uit de meerderheidsgroep kiezen al het liefst kinderen die op henzelf lijken om mee te spelen of voor een kinderfeestje. Dat voelt vertrouwd. En het klinkt misschien onschuldig, maar dit is echt discriminatie. Want ze sluiten andere kinderen uit puur op uiterlijke kenmerken, en niet op basis van iets dat ze weten over die kinderen. Dus: ook al bedenken ze niet actief dat ze niet met een zwart kind willen spelen, ze zijn toch aan het discrimineren.’

‘De piek van vooroordelen tegen andere etnische groepen ligt tussen de vijf en zeven jaar. Kinderen hebben dan geleerd om categorieën te maken en het hokjesdenken is dan op het hoogtepunt: meisjes dragen roze, jongens houden van auto’s, witte mensen zijn beter dan bruine en zwarte mensen.’

Wat werkt tegen vooroordelen onder kinderen?

In het KIS-rapport Opgroeien zonder vooroordelen staat beschreven welke bewezen aanpakken er zijn om vooroordelen en discriminatie te verminderen onder kinderen in de basisschoolleeftijd. Contact tussen kinderen van verschillende achtergronden als een effectieve methode komt aan de orde, maar ook bijvoorbeeld oefeningen waarbij kinderen zich inbeelden dat zij spelen met een kind met een andere huidskleur en/of afkomst. Diverse experts zoals Judi Mesman hebben meegedacht in dit onderzoek. Op basis van onder meer dit onderzoek is er een stappenplan voor basisscholen ontwikkeld door KIS samen met stichting School & Veiligheid over hoe discriminatie op school aan te pakken.

 

Onbekend maakt onbemind, dus. Wat kunnen ouders en andere opvoeders daar tegen doen?

‘Zorgen dat onbekend niet onbekend blíjft. Stap één is dan: maak de verschillen minder groot. Het liefst door kinderen met verschillende etnische achtergronden meer met elkaar in contact te laten zijn. Dat maakt het makkelijker om mensen uit een andere groep als individuen te herkennen, in plaats van als ‘de ander’. Alleen is dat met de wijksegregatie en schoolsegregatie in Nederland makkelijker gezegd dan gedaan: verschillende groepen ontmoeten elkaar niet.’

‘Maar onderzoek laat ook zien dat contact via boeken of films al kan helpen om vooroordelen te verminderen. Zelfs digitaal contact helpt. Onderzoekers lieten kleuters in China met een app oefenen met het onderscheiden van verschillende gezichten van zwarte mensen. Als de kleuters vijf verschillende zwarte gezichten uit elkaar konden houden was de training klaar. Wat bleek: kleuters die de training hadden voltooid, hadden daarna veel minder vooroordelen. Het helpt dus om boeken voor te lezen en films te laten zien met mensen met verschillende huidskleuren en dat te benoemen en bespreekbaar te maken.’

Wat hebben leerkrachten en schoolleiders aan je boek?

‘Het zou fantastisch zijn als schoolleiders en team dit boek gezamenlijk lezen. En dat de school de voorkennis vervolgens gebruikt als startpunt om samen de visie vast te stellen en de rest van het stappenplan dat KIS en School & Veiligheid hebben gemaakt. Dat geldt zeker voor scholen die niet of nauwelijks divers zijn.’

‘Ik zie echt nog te veel handelingsverlegenheid op scholen. Terwijl het dus wetenschappelijk bewezen is dat het goed is om het thema kleur, cultuur, en racistische vooroordelen te bespreken. Je hoeft het echt niet met elkaar eens te zijn, maar je moet wel weten waar je het over hebt. Anders loop je het risico dat je met goede bedoelingen een “kleurenblinde” aanpak najaagt, maar dat is dus geen goede aanpak.’

Je kunt aansluiten bij het begrip eerlijkheid. Daar zijn ze heel jong al mee bezig: eerlijk delen, lief samen spelen

Tot slot: staan er ook praktische tips in je boek?

‘Het boek heeft geen lijstje met do’s en don’ts. Maar er staan wel veel situaties in beschreven met tips voor opvoeders. Bijvoorbeeld hoe je aan kleuters uit kunt leggen wat racisme is. Je kunt aansluiten bij het begrip eerlijkheid. Daar zijn ze heel jong al mee bezig: eerlijk delen, lief samen spelen. Racisme is ook niet eerlijk, want mensen mogen niet meedoen alleen omdat ze er anders uitzien of iets anders geloven. Als een groep kinderen gaat voetballen en Vince mag niet meedoen omdat hij zwart is, dan is het racisme. Maar als Vince niet tegen zijn verlies kan en daarom even niet mee mag doen, dan is het geen racisme.’

‘Een andere tip gaat over het benoemen van etnische kenmerken. Welke woorden mag je wel gebruiken en welke niet bij huidskleuren? De terminologie verandert nogal eens en bovendien zijn de meningen verdeeld over wat het beste is. Op dit moment zijn wit, bruin en zwart het meest gangbaar. Maar het kan helemaal geen kwaad om daar samen met kinderen de logica van te bespreken. Witte mensen zijn niet echt wit en zwarte mensen zijn niet zwart. Maar ja, zo hebben we het nu eenmaal afgesproken. Witte druiven zijn ook niet wit maar lichtgroen.’

Cover boek Opgroeien in kleur van Judi Mesman

Omslag boek Opgroeien in kleur - Uitgeverij Balans