Elk jaar onderzoekt KIS samen met Divosa de stand van zaken rond de arbeidstoeleiding van vluchtelingen. Uit de vierde Monitor gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding vluchtelingen blijkt onder andere dat statushouders iets makkelijker werk vinden. Statushouders werken vaak wel onder hun niveau, in tijdelijke of kleine banen. Ook blijft de instroom van jonge statushouders naar het onderwijs laag. 

Sinds 2015 hebben gemeenten vanuit de Participatiewet statushouders op allerlei manieren ondersteund bij hun integratie en participatie, vooral bij het vinden van werk. Gemeenten zetten vaak dedicated klantmanagers in. Zij bieden maatwerk en begeleiden statushouders intensiever bij het zoeken naar werk.

Naar de monitor  

Vooral de kansrijkere statushouders lijken van de extra inzet van gemeenten te profiteren. De arbeidstoeleiding van statushouders met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt – zoals laaggeletterden en personen met ernstige gezondheidsproblemen - blijft lastig. Deze groep krijgt wel extra ondersteuning van gemeenten, maar dat leidt vooralsnog niet tot meer werk. De aandacht voor de arbeidstoeleiding van vrouwelijke statushouders blijft nog achter.

Er zijn meer paralelle trajecten nodig, waarin bijvoorbeeld het leren van de taal en het opdoen van werkervaring worden gecombineerd  -  KIS onderzoeker Marjan de Gruijter

Deze vierde monitor, die KIS en Divosa uitbrachten, laat de stand van zaken zien rond de arbeidstoeleiding van statushouders in 2018. Er zijn goede stappen gezet, maar extra inzet blijft nodig. “Gemeenten doen al veel, maar we zien dat nog lang niet alle statushouders de stap naar werk kunnen zetten. Hiervoor zijn meer parallelle trajecten nodig, waarin verschillende participatievormen worden gecombineerd, zoals het leren van de taal en het opdoen van werkervaring,” aldus onderzoeker Marjan de Gruijter.

 Uit de monitor
  • Zo’n 17% van de statushouders die in 2015 instroomden heeft nu een betaalde baan. Dat is een stijging van 4% ten opzichte van 2018.
  • Twee derde van deze statushouders werkt onder hun opleidingsniveau. Ook gaat het vaak om tijdelijke, of kleine banen.
  • De 286 gemeenten die aan de  jaarlijkse monitor van KIS meededen, schatten dat 63% van de statushouders een bijstandsuitkering krijgt. Vorig jaar was dat nog 72%. 
  • De instroom van jonge statushouders naar onderwijs blijft laag. 

 

Nieuwe Wet inburgering

In 2021 gaat de nieuwe Wet inburgering in. Naar verwachting zal deze een aantal knelpunten, die statushouders ondervinden bij hun inburgering, opheffen. Het huidige inburgeringsstelsel spreekt vooral de eigen verantwoordelijkheid van de nieuwkomer aan en staat te veel op zichzelf. Gemeenten gaven de afgelopen jaren massaal aan dat zij de regie op de inburgering terug willen, om statushouders een aanbod te kunnen doen waarin de taal leren en participeren hand in hand gaan. De nieuwe wet stelt gemeenten in staat om meer grip te krijgen op de samenhang tussen inburgering en participatie.

Onderzoeker Marjan de Gruijter: “We zien dat gemeenten in gesprek gaan met taalscholen en werkgevers om de inburgering en het vinden van werk beter op elkaar af te stemmen.”

In de monitor van 2016 zagen we dat er nog nauwelijks beleid was, in die van 2017 zag je beleid ontstaan en in 2018 werd het ook daadwerkelijk in praktijk gebracht  -  Lucienne Middelhof, projectleider Inburgering Divosa

Aanbevelingen

De onderzoekers bevelen gemeenten aan om werkervaringsplekken breder toegankelijk te maken. En om ook voor statushouders met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, trajecten te ontwikkelen met perspectief op betaald werk. Structurele contacten met werkgevers zijn daarvoor essentieel.  Kansen op werk en onderwijs voor statushouders verschillen nu nog sterk per gemeente. Marjan de Gruijter: “Vooral in kleinere gemeenten is veel te winnen bij regionale samenwerking, zodat een dekkend aanbod aan (gespecialiseerde) voorzieningen voor statushouders kan ontstaan.”

Vluchtelingen aan het werk

Dit is de vierde uitgave van de monitor ‘Vluchtelingen aan het Werk’ uitgevoerd door KIS in samenwerking met Divosa, de vereniging van gemeentelijke directeuren in het sociaal domein. Met een online vragenlijst aangevuld met interviews is in kaart gebracht wat gemeenten doen om statushouders naar werk te begeleiden en welke gevolgen dat heeft voor statushouders. 81% van de Nederlandse gemeenten is vertegenwoordigd in deze monitor, dat zijn 286 van de 355 gemeenten in Nederland. Daarmee zijn de uitkomsten representatief voor het beleid in heel Nederland. “In de monitor van 2016 zagen we dat er nog nauwelijks beleid was, in die van 2017 zag je beleid ontstaan en in 2018 werd het ook daadwerkelijk in praktijk gebracht,” aldus Lucienne Middelhof, projectleider Inburgering van Divosa.

Anderen bekeken ook

1 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Is er wel sprake van echte begeleiding naar werk? De theorie en praktijk lopen ver uit elkaar. Iedereen doet een beetje aan arbeidsmarkttoeleiding, er is sprake van veel overlap. Mijn advies? Gemeenten dienen de regie te nemen en te zorgen voor afstemming met de taalscholen. De verplichtte ONA-lessen voor inburgeraars op niveau A2 sluiten helemaal niet aan op de trajecten van de gemeente. Hier moet de cursist solliciteren, CV maken, vrijwilligerswerk zoeken en nog veel meer. Dan zijn daarnaast nog ingekochte trajecten en daarnaast nog de werkcoach van de gemeente. De inburgeraar weet het niet meer, moet wachten tot het inburgeringstraject is afgelopen? Hij weet niet meer wie zijn werkcoach is. Een maatwerktraject vanaf aanvang is mooi om de kans op werk te vergroten. Zo snel mogelijk werkervaring opdoen, dat vergroot ook de taalvaardigheid.

Jouw bijdrage

6 + 4 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.