Een realistisch integratiebeleid maakt het mogelijk soepel in te spelen op de verkleurende samenleving. Dat is misschien wel de belangrijkste conclusie van de bijeenkomst waar Kennisplatform Integratie & Samenleving zijn eerste jaarbericht presenteert. Iedere inwoner van ons land, vluchteling of niet, heeft daar baat bij en draagt er verantwoordelijkheid voor.

De Haagse Hogeschool is gevestigd in een van de vele moderne gebouwen achter het klassieke treinstation Hollands Spoor. De school heeft een imposante ontvangsthal die gedomineerd wordt door een constructie die associaties oproept met een commandotoren van een onderzeeboot. In die ‘toren’ presenteert het Kennisplatform Integratie & Samenleving op maandag 4 april zijn eerste jaarbericht.

Integratiebeleid moet anders

Bij de opening van de bijeenkomst vertelt de dagvoorzitter, PvdA-Tweede Kamerlid Tanja Jadnanansing, aan de deelnemers dat ze net uit Amsterdam Zuidoost komt waar ze elke maandag lesgeeft op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer. Een waarschuwing is dan ook op zijn plaats. ‘Ik zit dan zo in een flow, dat ik misschien juffrouw-achtig overkom. Laat het me bijtijds weten als het zo is.’

De mededeling over haar parttimedocentschap is een bruggetje naar de door velen vermeende politieke desinteresse van jongeren. ’Vanuit mijn ervaringen kan ik zeggen dat die indruk onjuist is. De jongens en meisjes in mijn klas, met heel veel verschillende nationaliteiten, zijn bijvoorbeeld heel bezorgd over de integratie van nieuwkomers die zo veel moeilijker verloopt dan pakweg tien jaar geleden.’

Marijke Steenbergen, lid van de Raad van Bestuur van Movisie, snapt de zorg van de scholieren heel goed. ‘De aanslagen in Brussel en Parijs galmen nog steeds na, en polarisatie ligt voortdurend op de loer. Tegenover mensen die het extremisme van een klein aantal verbinden aan de boodschap dat wij geen nieuwkomers meer moeten toelaten, staan anderen die vluchtelingen met open armen verwelkomen. De vraag is hoe we de tegenstellingen tussen de twee groepen kunnen verminderen.’

Pleidooi voor multicultureel realisme

Historicus en NRC-columnist Zihni Özdil is er niet zo zeker van dat we de tegenstellingen kunnen overbruggen. Althans niet met het huidige beleid, dat hij in zijn gesproken column betitelt als ‘volkomen achterlijk’ omdat het migranten en vluchtelingen ‘ertoe dwingt om zich op een bepaalde manier te gedragen tegenover de “echte” Nederlanders’. Zijn oplossing? ‘We zijn allen Nederlanders, dus weg met termen als allochtoon, kap met het beleid dat mensen van elkaar scheidt, en begin met vermenging.’

Özdils collega Harriet Duurvoort, columniste van de Volkskrant, ziet een mogelijke oplossing in ‘multicultureel realisme’. Ze omschrijft dat als ‘een houding gekant tegen cultuurrelativisme dat wegkijkt van misstanden door religieuze orthodoxie of politiek extremisme. ‘Als multicultureel realisme gekoppeld wordt aan kosmopolitisme, zoals gedefinieerd door de GhaneesBritse auteur Kwame Akroma-Ampim Kusi Anthony Appiah, biedt het handvatten voor een oplossing voor de huidige integratievraagstukken.’

zihni ozdil bijeenkomst kis

Zelf verantwoordelijk, maar niet zonder begeleiding

Realisme is een terugkerende term tijdens de bijeenkomst. Ook Dorine Manson (VluchtelingenWerk Nederland), Fatma Özgümüs (Vluchtelingen-Organisaties Nederland), Sjoerd Potters (Tweede Kamerlid VVD) en Gina Jongma (Divosa) gebruiken het woord veelvuldig in een paneldebat over de vraag wie er aan zet is als het gaat om integratie van vluchtelingen. Volgens de panelleden is een beleid dat vluchtelingen zelf verantwoordelijk maakt voor hun integratie realistisch. Tweede Kamerlid Sjoerd Potters vindt het zelfs ‘raar als we zouden zeggen dat een vluchteling níet zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen inburgering’.

Gina Jongma (Divosa) nuanceert Potters’ nadruk op de eigen verantwoordelijkheid. ‘Het moet natuurlijk niet betekenen dat mensen het bos in worden gestuurd. Zo van: u hebt een status, zoek het nu maar zelf maar uit. Eigen verantwoordelijkheid is prima, maar niet zonder begeleiding.’

Vanuit de zaal laat Mohamed Said van de Federatie van Somalische Associaties Nederland (FSAN) weten dat vluchtelingen het principe van de eigen verantwoordelijkheid onderschrijven. Hij waarschuwt echter wel dat we ‘vluchtelingen niet moeten overvragen. Een aanvraag indienen bij bijvoorbeeld de Dienst Uitvoering Onderwijs is voor de Nederlander die hier geboren en getogen is al geen gemakkelijke opgave, laat staan voor mensen die er nog maar kort zijn.’

Ter onderstreping van Saids bewering wijst Dorine Manson erop dat het aantal mensen dat slaagt voor het inburgeringsexamen erg laag is. ‘Dat kan beter, maar dat bereik je niet door én te hameren op eigen verantwoordelijkheid én te bezuinigen op maatschappelijke begeleiding.’

Potters erkent het nut van begeleiding, maar zelfredzaamheid is volgens hem vooral een kwestie van ‘mindset’. ‘Als het beeld gaat ontstaan van “wij komen wel bij u thuis als er iets moet gebeuren”, dan gaat het gewoon niet goed met de inburgering.’

Parallelle inzet op taalverwerving, inburgering en werk

Bestaat er over de eigen verantwoordelijkheid van de vluchteling nog een redelijke mate van overeenstemming tussen de panelleden, over de stelling dat werk dé poort is naar participatie in de samenleving lopen de meningen sterk uiteen.

'Er is te weinig geïnvesteerd in het sociaal-culturele component van integratie

Potters veronderstelt dat de integratie gemakkelijker verloopt wanneer de statushouders werk vinden. Volgens Jongma vergeet het VVD-Kamerlid dat vluchtelingen niet zomaar aan het werk komen. ‘Het rapport Geen tijd verliezen laat zien dat heel veel vluchtelingen uit de jaren negentig niet aan het werk zijn gekomen. En dat zal nu, vrees ik, niet veel anders zijn. Het gros van de vluchtelingen zal werk- en taalstages nodig hebben om ten minste enige kans te maken op de arbeidsmarkt.’

Het panel is het erover eens dat integratie ook een sociaal-culturele component heeft, en dat daar de afgelopen jaren te weinig in is geïnvesteerd. Ook hier legt Potters de verantwoordelijkheid vooral bij de vluchteling neer. ‘Hij zou goed moeten bedenken in wat voor samenleving hij terecht is gekomen, welke normen en waarden wij hier hanteren, en of hij zich die eigen kan en wil maken.’

In een repliek op die opmerking van het Kamerlid wijst Manson op een onderzoek van het Sociaal-Cultureel Planbureau naar het wedervaren van de grootste vluchtelingengroepen uit de jaren negentig. ‘Uit dat onderzoek blijkt dat die groepen sociaal-cultureel prima zijn geïntegreerd, maar desondanks nauwelijks werk hebben gevonden.’

We hebben specifiek beleid nodig

Voordat hij het eerste jaarbericht van Kennisplatform Integratie & Samenleving overhandigt aan minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, houdt Hans Boutellier, directeur van het Verwey-Jonker Instituut, een boeiend betoog waarin hij, net als Zihni Özdil eerder, diversiteit de nieuwe norm in ons land noemt.

Het ideaalbeeld is dat het gevoerde beleid ruimte biedt aan de ontstane veelkleurigheid en veelvormigheid. Dat is nog niet geval, aldus Boutellier. In het maatschappelijk debat ziet hij vooral een groot verlangen naar een gelijkheid van normen en waarden. Dat het debat soms ruw verloopt, is een teken dat ons land verschillende snelheden kent. ‘Sommige gemeenten trekken het gewoon niet, al die vreemdelingen en vluchtelingen. Daar komt nog bij dat niet alle vluchtelingen en migranten kosmopolitische wereldburgers zijn. En er zijn inderdaad reële problemen van sociaal isolement, patriarchale dominantie, homofobie, geloofsdwang en fundamentalisme.’

Het huidige antwoord van de politiek op die uitdaging is generiek beleid: in de trant van gelijke monniken, gelijke kappen. Maar waar heb je het dan over, vraagt Boutellier. ‘Gelijke kansen, gelijke behandeling, normalisering? En moet je gelijkheid afdwingen?’ Die vraag heeft een principiële maar ook zeker een praktische kant, nu bestaande organisaties en instituties grote moeite hebben om doelgroepen te bereiken. ‘Om de noodzakelijke verbinding tussen informele migranteninitiatieven en reguliere instellingen te kunnen maken, is specifiek beleid gewenst. Dat is geen pleidooi voor de terugkeer van het oude doelgroepenbeleid, maar een verkleurende samenleving vraagt nu eenmaal om verkleurende instituties.’

Boutellier concludeert dat het samenleven met verschillen ware stuurmanskunst van de bestuurders vereist. ‘Maar de beloning is navenant, immers: een land dat zijn diversiteit productief weet te maken, heeft de beste papieren voor de toekomst.’

diversiteit en integratie

Lessen uit het verleden

Nadat minister Asscher het jaarbericht van Kennisplatform Integratie & Samenleving heeft ontvangen, zegt hij dat we uit de integratie aan het eind van de vorige eeuw lessen hebben geleerd. Kort samengevat: ‘we moeten vluchtelingen niet te lang laten wachten, we moeten voorkomen dat ze tot passiviteit gedwongen worden, en we moeten expliciet zijn over wat we van nieuwkomers verwachten.’

Een andere les is volgens de minister dat we duidelijkheid moeten betrachten over rechten en plichten. ‘De universele aanspraak van ieder mens op veiligheid, stelt ons voor de verplichting om bij te dragen aan veiligheid waar ook ter wereld, maar uit dat universele recht vloeien niet automatisch territoriale burgerschapsrechten voort. Het is niet zo dat iemand die veiligheid geboden wordt, daarmee ook meteen toegang heeft tot de burgerschapsrechten van een bepaald land.’

‘Je kunt ervoor kiezen om veel migranten of vluchtelingen toe te laten, maar niet dezelfde burgerschapsrechten toe te kennen. Het nadeel is dat er dan een samenleving ontstaat van eerste- en tweederangsburgers.’ Asscher is daar geen voorstander van.

Gelijke behandeling kan niet zonder controle

Minister Asscher: 'Als we vluchtelingen toelaten, moeten ze ook volwaardig mee kunnen doen'

Het alternatief is, aldus de bewindsman, ‘dat we mensen gelijk behandelen. Dus als we vluchtelingen toelaten, moeten ze ook volwaardig mee kunnen doen, en recht hebben op sociale zekerheid en onderwijs en wat dies meer zij. Dat kan echter alleen als we controle hebben over het aantal nieuwkomers, en dat we weten wie ze zijn.’

‘Het is goed om te beseffen dat er ook mensen zijn die om economische redenen aan de wandel gaan. Ook dan moet er een onderscheid worden gemaakt tussen universeel veiligheidsrecht en het territoriaal burgerschapsrecht. Met andere woorden, we zijn moreel verplicht om de mondiale ongelijkheid terug te dringen, via ontwikkelingshulp en buitenlandse investeringen, maar dat betekent niet dat we iedere migrant toegang tot ons land moeten verlenen.’

Realisme, daar is het woord weer, ‘gebiedt ons dat we mensen opvangen omdat ze voor oorlog en geweld op de vlucht zijn geslagen, maar vluchtelingenbeleid is geen arbeidsmarktbeleid. Daar moeten we eerlijk over zijn.’

Tot slot zegt minister Asscher dat ‘vluchtelingen ons een spiegel voorhouden. Als wij zeggen “dit zijn onze waarden”, dan zijn we verplicht ons er zelf ook aan te houden. Ergo: wie discrimineert, ontkent de waarden en spelregels waarvoor hij anderen laat tekenen.’

Foto's: Bert Spiertz
Cartoon: Loko Cartoons

Anderen bekeken ook

1 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Zoland inclusie geen onderdeel is van het beleid, zal er geen sprake zijn van succesvolle integratie.

Jouw bijdrage

5 + 3 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.