Journalist en presentator Naeeda Aurangzeb schreef een boek met een bundeling discriminerende opmerkingen van collega’s tot en met passanten. De redacties in Hilversum, zowel radio als tv, blijken een bron van racisme. ‘Maar dit geldt voor alle sectoren in Nederland’, zegt ze. ‘Toevallig ken ik de journalistieke wereld, maar in de gezondheidszorg, het onderwijs of het bedrijfsleven is het niet beter.’ Het boek is kortom een aanklacht tegen ‘de superioriteit’ van witte Nederlanders.

Ze is de nuance voorbij. Mocht dit nog niet blijken uit haar nieuwste boek ‘365 dagen Nederlander’, dan wel uit de toelichtende interviews en lezingen die ze geeft. Naeeda Aurangzeb noteerde elke dag een racistische, discriminerende of antireligieuze opmerking en rondt na 365 pagina’s af met de mededeling: ‘Het einde. Maar niet echt. Het gaat morgen gewoon weer door ;-)’

Tijdens de zomerzondaglezing in de Arminiuskerk in Rotterdam zegt ze: ‘We hebben heel veel geduld. Misschien wel teveel.’ Ze zegt ook: ‘Kijk eens in de spiegel. Kijk in gelaagdheid naar een ander, zoals je ook naar jezelf kijkt en de mensen die op je lijken.’ En ze zegt: ‘Ik wil dat je met ongemak gaat zitten. Hou in je achterhoofd dat het ook niet gemakkelijk voor mij is om je deze spiegel voor te houden. Maar zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Het geduld is op.’

Portretfoto Naeeda Aurangzeb door Merlijn Doomernik

Op de dag van deze lezing vertelt Aurangzeb in de ochtend aan de telefoon over haar beweegredenen om dit boek te schrijven. De Black Lives Matter-beweging heeft haar zeker ook een zetje gegeven. ‘Het werd tijd om op te tekenen wat ik iedere dag aan gif binnen krijg. Niet alleen ik, want ik weet heel goed dat dit verhaal het verhaal van gekleurd Nederland is. Die overtuiging werd versterkt doordat ik door mijn werk als journalist veel jongeren spreek, maar ook mijn eigen nichtjes en neefjes die hier geboren zijn. Die bijna dertig jaar jonger zijn dan ik. Toen ik hun verhalen hoorde, dacht ik: ‘Ja maar wacht nou even. Dit heb ik ook meegemaakt toen ik tien was, en vijftien en twintig.’ Hoe kan het dat wit Nederland nu nog steeds het wit Nederland is van mijn jeugd? En in vele gevallen nog erger is geworden? Dat het racisme nog harder en nog rauwer en nog meer doordrongen is in alle lagen van de Nederlandse samenleving. Ik wilde dit in alle naaktheid tonen, dus vandaar deze vorm.’

[Dag 103]
Op een terras
Ik:
‘Mensen die niet snappen dat Pakistan in Azië ligt en dat niet alle moslims Arabieren zijn… ik word daar zo moe van.’
Vera:
‘Je kan niet verwachten dat wij álles weten.’

 

Je spaart niemand, ook je witte vriendinnen niet. Daar heb je best heftige voorbeelden van. Hoe staat het nu met deze vriendschappen?

‘De meeste namen zijn fictief, van zowel collega’s als vriendinnen. Tenzij het een functie heeft, zoals bij Bolkenstein. De meeste mensen hebben zichzelf wel herkend, ook de leidinggevenden in de journalistiek. En ook vriendinnen, waarvan de ene er heel goed mee is omgegaan. Ze heeft de spiegel gepakt die ik haar voorhield en is daar in gaan kijken. Zij verkiest de vriendschap met mij boven alles. Een andere vriendin niet. Zij legt alles bij mij, haar reactie is één grote jij-bak. Ze erkent wel dat haar antireligieuze houding vanuit haar opvoeding komt, maar gaat daar niet verder mee aan de slag.’

[Dag 179]
Vergadering NTR, Hilversum
Leidinggevende:
‘De islam is een primitieve religie.
Meer kan ik er niet van maken.’

 

‘Ik heb nog niet gezien dat collega’s uit Hilversum hun excuses aanbieden voor hun stereotiepe beelden over de islam. Wel belde de leidinggevende die had gezegd dat je als radiopresentator een autonome persoonlijkheid moet hebben en dat ik dat vanuit mijn cultuur niet geleerd zou hebben. Ze belde mij met een algemene mededeling. Toen heb ik gezegd: ik vind dit een raar gesprek. Je hebt de interviews gelezen, ik quote dit, en jij weet denk ik dat jij dit bent? Toen zei ze: ja dat weet ik. Het had haar gesierd als ze het gesprek daarmee was begonnen. Ook daar gebeurt dan iets dubbels. Zo van: ‘Ik weet dat het over mij gaat, maar ik ga nu net doen alsof m’n neus bloedt.’ Daar ga ik niet meer mee akkoord.’

Hoe kan het dat er zo weinig begrip is in Hilversum ten opzichte van de islam?

Scherp: ‘Die vraag zou jij moeten beantwoorden, dat weet ik niet. Hoe is het mogelijk dat dit in wit Nederland gebeurt? Ik ben niet hun. Al die ‘hoe’-vragen die steeds aan mij worden gesteld, die moet wit Nederland aan zichzelf stellen. Waarom heeft het land zo’n anti-islamgevoel? Dat weet ik niet. Wat heb jij thuis geleerd over de islam? Wat is er tegen jou gezegd zonder dat je het door hebt? Dat zijn de vragen die gesteld moeten worden. Wat is er gezegd over joden? Sterker nog: wat is er niet gezegd? Want in wat er niet gezegd wordt, zit alles wat er wel wordt gezegd.’

Je bent nu gestopt in Hilversum. Ben je definitief klaar met de Nederlandse journalistiek?

‘Het programma stopte en ik wilde heel graag schrijven. Ik ben niet gestopt omdat ik niet meer in Hilversum wilde zijn.’

Een jaar geleden pleitten 331 mediamakers en journalisten in een manifest voor een Media Meldpunt Racisme & Discriminatie. Je naam stond hier niet bij.

‘Ik wist er van, maar met de verspreiding is iets mis gegaan. Ik heb het manifest niet gekregen, en heel veel mensen niet. Dat is de enige reden. Wat ze in het manifest zeggen, klopt. Maar soortgelijke initiatieven hebben we acht jaar daarvoor ook al gedaan. Ik loop al langer mee in Hilversum dan de mensen van het manifest. Bij mij veroorzaakte het een enorm vermoeidheidsgevoel. Dit heb ik allang geroepen, en mensen voor mij ook al, en het heeft niks uitgehaald. Alles is al gezegd en gedaan. Nederland is nu aan zet. Ik wil het van de daken gillen. Laat ons met rust en ga lekker met elkaar praten.’
‘Iedereen die met dit onderwerp bezig is, moet even nadenken: hoe vaak heb ik dit met mijn witte collega’s besproken? Hoe vaak heb ik het met mijn eigen mensen over mijn eigen doen en laten gehad? Wat heb je zelf gedaan? Welk verschil heb je zelf gemaakt in je eigen omgeving?’

Het gaat, benadrukt Aurangzeb, niet alleen om de journalistiek, of om het Mediapark in Hilversum. ‘Toevallig staan er veel voorbeelden uit de journalistiek in mijn boek, omdat ik hier werk. Maar als ik had gewerkt op een ministerie of in een ziekenhuis, dan had ik het boek daarmee gevuld. Het is op geen enkele plek beter, op geen enkele. Op universiteiten is het eigenlijk nog erger. Binnen het Erasmus MC waar veel jonge mensen van kleur arts in opleiding zijn… het is verschrikkelijk, wat zij iedere dag moeten meemaken. Op de Haagse Hogeschool is het ontzettend onveilig, voor zowel de gekleurde studenten als de gekleurde docenten.’
‘Ik zeg dit omdat krantenredacties de neiging hebben om te zeggen: ja, die journalistiek in Hilversum is verschrikkelijk. Want dan kunnen we net doen of het alleen maar daar plaatsvindt, maar het is overal een probleem. De verhalen over het bedrijfsleven van vriendinnen zijn net zo erg. De KMPG’s, de KPN’en, de marketing- en reclamebureaus, de Eneco’s, in al dat soort grote instellingen. Het is overal verschrikkelijk.’

Auteur: Astrid van Unen
Foto: Merlijn Doomernik

Omslag boek 365 Nederlander, door Naeeda Aurangzeb

‘365 dagen Nederlander’, door Naeeda Aurangzeb, uitgeverij Pluim, ISBN 979-90-831421-1-1

Naeeda Aurangzeb is niet de eerste die (het ontbreken van) diversiteit op de werkvloer van de media aankaart. En ze zal ook niet de laatste zijn.

  • Onderzoeksjournalist Zoë Papaikonomou van Diversity Media is ook al een tijd met het onderwerp bezig. Ze schreef in 2018 samen met organisatie-antropoloog Annebrecht Dijkman het boek ‘Heb je een boze moslim voor mij?’ waarin ze uitzoeken waarom het (actualiteiten)media nog steeds niet lukt om diverser te worden, zowel in de afspiegeling van redacties als in hun manier van werken. Samen met meer dan 50 journalisten, opiniemakers en deskundigen nemen de auteurs de redactiecultuur onder de loep. Samen met One’sy Muller maakt ze de podcast Bonte Was – hét wasprogramma tegen blinde vlekken in de media.
  • Cultureel antropoloog Sinan Cankaya – bekend van het boek ‘Mijn ontelbare identiteiten’ – neemt ook stelling in het debat over de (witte) mediacultuur. Hij pleit niet alleen voor diversiteit, maar vindt ook dat je niet iedereen over een kam moet scheren. Hij stoort zich eraan dat hij niet als individu wordt gezien, maar wordt gezien als een soort ambassadeur en vaak vragen moet beantwoorden over de hele Turkse gemeenschap in Nederland.

Naeeda Aurangzeb stelt dat ze haar ervaringen in Hilversum ook had kunnen opdoen bij andere organisaties en bedrijven in Nederland. Dat haar kritiek niet alleen is bedoeld voor de media, maar dat er op bijna alle werkvloeren werk aan de winkel is. Daarin geven talloze rapporten over discriminatie haar helaas gelijk. Maar bij de media is het ontbreken van inclusiviteit misschien nog kwalijker omdat zij verantwoordelijk zijn voor beeldvorming.

Daarom liet de NTR in 2020 een onderzoek uitvoeren door de Gender & Diversity Hub van de Universiteit Utrecht naar de programmering van de Nederlandse publieke omroep met betrekking tot inclusie, diversiteit en representatie. De onderzoekers keken niet alleen naar getallen, maar meer specifiek naar stereotiepe uitbeeldingen, representaties en stigmatisering van historisch gemarginaliseerde identiteiten in de programmering van de NTR. Hun conclusie was dat zolang er 23 procent van alle deskundigen in de media vrouw is en 9 procent van kleur, nog een wereld te winnen valt.

Toch kun je ook niet zeggen dat er niks gebeurt met de kritiek. Het NOS Journaal heeft de afgelopen jaren meer presentatoren en verslaggevers met een migratieachtergrond aangenomen en ook in de (landelijke) dagbladen zie je steeds vaker namen van journalisten met een bi-culturele achtergrond. Ook bij de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) is diversiteit een hot topic. (Lees ook: Diversiteit in de journalistiek: het nieuwe normaal)

Met diversiteit op de werkvloer is een belangrijke stap gezet, maar ben je er nog niet. Het gaat ook om het inclusief maken van de werkvloer. Wordt iedereen gehoord, voelt iedereen zich vrij om zijn mening te uiten? En voor media-redacties heel belangrijk: weerspiegelen de onderwerpen en de invalshoeken ook diversiteit?

KIS biedt ook diverse handreikingen over het inclusiever maken van de werkvloer aan, zoals het Kompas voor inclusieve communicatie.

Anderen bekeken ook

2 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Ik weet van mezelf dat ik ergens ook een racist ben. ik vind dat heel erg, maar ik kan het niet van mezelf losmaken. Ik weet dat dat komt door hoe dingen in mijn jonge jaren als "normaal" en "niet normaal" werden neergezet. Dat vormt je. Uiteraard weet ik nu beter, rationeel, maar ergens zit het er nog, dat voel ik. Helaas is dat zo. Ik zei een keer tijdens een lunch in een gesprek over immigratie tegen een collega: ik ben eigenlijk ook een racist. Hij vond dat idioot en geloofde me niet. Er was ook niet meer over te praten. Ik raak het dus niet kwijt, voor mij ook reden om te zeggen dat het heel veel tijd kost (generaties) om dingen veranderd te krijgen, wat dan weer geen reden is om het gevecht niet aan te gaan. Voor mij zelf vooral het innerlijke gevecht te blijven voeren. Ik hoop dat het ooit verdwijnt, want het is zo lelijk en zo zinloos. Voor wie het wil weten: ik ben een blanke Nederlander van 60 jaar....
Wat is dit voor een eenzijdige onzin. Ik kom vaak in het Erasmus MC, op scholen en universiteiten. Ik herken dit verhaal totaal niet en denk dat mevrouw overdrijft. Ik kan trouwens ook een boek schrijven over blanke, autochtone Nederlanders en de (dagelijke) racisme die ik over mij heen krijg.. Ga weg met dit eenzijdige gezeur.. pak dan gewoon alles aan. Maar autochtone, bl;anke Nederlanders mag je tegenwoordig massaal in de hoek zetten en discrimineren op basis van hun huidskleur... Lekker progressief en inclusief weer. Daaagggg!!

Jouw bijdrage

1 + 18 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.