Artikel

KIS en partners brengen zelfredzaamheid nieuwkomers in kaart

Eerste tussenstand: meer afstemming en maatwerk is gewenst

Artikel - 10 oktober 2017

Meer aandacht voor omgaan met geld en een betere afstemming met meer maatwerk tussen gemeenten, maatschappelijke organisaties en statushouders bij arbeidsbemiddeling. Dat zijn de twee voornaamste aanbevelingen die tot dusver naar voren komen uit het onderzoek dat KIS en partners doen naar de zelfredzaamheid van nieuwkomers. 

Kennisplatform Integratie & Samenleving presenteert aan het eind van het jaar een handreiking voor gemeenten en maatschappelijke organisaties die betrokken zijn bij het vergroten van de zelfredzaamheid van nieuwkomers. De inventarisatie van KIS, die in cocreatie met verschillende gemeenten en maatschappelijke organisaties en statushouders tot stand is gebracht, omvat drie groepen nieuwkomers: vluchtelingen (statushouders), EU-migranten en gezinsvormers.

Belemmeringen

Bora Avrić, themacoördinator nieuwe migratie bij KIS en een van de projectleiders, schetst het algemene beeld rond de financiële zelfredzaamheid van nieuwkomers. De financiële zelfstandigheid wordt door een aantal factoren sterk bemoeilijkt, zegt hij. Zo is er de Nederlandse wet- en regelgeving die ronduit complex is. Daarnaast werkt het belemmerend dat veel financiële zaken online zijn georganiseerd. ‘Denk aan aanvragen voor bijvoorbeeld een zorgtoeslag, huurtoeslag of een Digi-D. Dat is ingewikkeld. Zeker als je de taal nog niet goed spreekt.’

De Nederlandse wet- en regelgeving is ronduit complex

Een ander lastig punt is met geld omgaan, zeker voor de groep statushouders onder de nieuwkomers, een groep die vaak nog afhankelijk is van een uitkering. ‘Dan worden bijvoorbeeld grote materiële uitgaven gedaan om het leven hier aangenamer te maken’, zegt Avić. ‘Of worden sommen geld naar het land van herkomst overgemaakt. Begrijpelijk, maar het opbouwen van schulden ligt dan wel snel op de loer.’

Spagaat

Veel gemeenten zetten sterk in op werk, aldus Avrić. Daarbij is de hoop dat nieuwkomers zich de Nederlandse taal eigen zullen maken op de werkvloer en hun sociale zelfredzaamheid daardoor een impuls zal krijgen. De praktijk blijkt echter weerbarstiger. Niet zelden opereren nieuwkomers op de werkvloer met tal van lotgenoten in hun eigen taalcircuit (Pools, Arabisch). Daardoor is Nederlands praten helemaal niet functioneel. Avrić: ‘Een oplossing hiervoor is om via taalgerichte stages nieuwkomers werk aan te bieden waardoor ze wel sneller Nederlands leren. Hier en daar gebeurt dat al, maar deze aanpak vergt maatwerk in begeleiding en dat is intensief.’

Nieuwkomers opereren op de werklvloer vaak in hun eigen taalcircuit

Een ander dilemma is de spagaat die vluchtelingen ervaren rond werk en taal. Ze zijn verplicht om werk aan te nemen, maar de tijd die dat kost gaat weer ten koste van hun opleiding en taallessen voor hun inburgering. Investeringen waarmee ze waarschijnlijk een betere uitgangspositie verwerven voor hun financiële en sociale zelfredzaamheid dan de baantjes die in eerste instantie voor hen beschikbaar zijn. Avrić: ‘Het vergt afstemming tussen gemeenten, maatschappelijke organisaties en statushouders om hier een oplossing voor te vinden.’

Uit de KIS-inventarisatie in gemeenten blijkt dat bij de arbeidsbemiddeling talent ook nog wel eens onbenut blijft. Avrić: ‘Een Syrische man had in zijn geboorteland als bedrijfsleider in de agrarische sector gewerkt. In Nederland kreeg hij een uitvoerend baantje in de tuinbouw. Niet verwonderlijk, want zijn gegevens vermelden enkel in welke sector hij had gewerkt. Beter doorvragen had bij de bemiddeling misschien tot een betere matching geleid.’

Grote verschillen

De landelijke inventarisatie laat tot dusver zien dat voor EU-arbeidsmigranten de financiële situatie instabiel is: hun inkomen is vaak variabel en werk onzeker. Daarbij is er vaak een grote afhankelijkheid van werkgevers en uitzendbureaus: werkgevers betalen vaak niet op tijd - ‘komt later’ - of houden geld in op hun loon. Door gebrekkige taalvaardigheid is het voor deze groep moeilijk om ander werk te vinden. Niet verwonderlijk dat dit soms leidt tot financiële moeilijkheden, zoals achterstand met de betaling van de huur, gas, water en elektra.

Rond de sociale zelfredzaamheid zijn er grote verschillen in hoe vluchtelingen en arbeidsmigranten opereren. Niet zo verwonderlijk, aldus Avrić. ‘Oost-Europeanen komt hier primair voor werk. De impuls om via sociale activiteiten in te burgeren, is dan niet zo groot. Vaak werkt men ook van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. En ook al blijft men langer dan voorzien, soms wel tien jaar, het uitgangspunt is dat de migratie kortdurend is.’ 

Vluchtelingen hebben veel behoefte aan 'gewoon' contact met Nederlanders

De sociale integratie van vluchtelingen verloopt beter, zo is het algemene beeld. Avrić: ‘Hun drive is anders, vluchtelingen zijn naar Nederland gekomen om een nieuw bestaan op te bouwen.’ Uit de inventarisatie werd ook een hartenkreet van de statushouders opgetekend. Avrić: ‘De contacten die vluchtelingen hebben met autochtone Nederlanders zijn veelal professionele hulpcontacten. Het is voor hen lastiger om ‘gewoon’ contact te leggen, terwijl de behoefte eraan groot is.’

Over de inventarisatie
Kennisplatform Integratie & Samenleving presenteert aan het eind van het jaar een handreiking voor gemeenten en maatschappelijke organisaties die betrokken zijn bij het vergroten van de zelfredzaamheid van nieuwkomers. De inventarisatie van KIS, die in cocreatie met verschillende gemeenten en maatschappelijke organisaties en statushouders tot stand is gebracht, omvat drie groepen nieuwkomers: vluchtelingen (statushouders), EU-migranten en gezinsvormers. Het kennisplatform brengt in kaart op welke wijze gemeenten beleid voeren, op welke vraagstukken en dilemma’s ze daarbij stuiten en wat mogelijke oplossingen daarvoor zijn. De inventarisatie weerspiegelt zowel een landelijk als lokaal beeld en is tot stand gekomen na interviews met een drietal gemeenten, maatschappelijke organisaties en nieuwkomers uit de drie genoemde groepen.
Thema: 

Anderen bekeken ook

We onderzoeken hoe de financiële en sociale zelfredzaamheid van vluchtelingen, EU-arbeidsmigranten en gezinsvormers kan worden vergroot. Ook leggen we de vraag onder het vergrootglas wat de bijdrage hieraan is van nieuwkomers zelf, professionals, vrijwilligers en buurtbewoners. En onderzoeken we de rol van de gemeenten en gaan we op zoek naar geschikte instrumenten.

Contactpersoon

  b.avric@movisie.nl
  06-55440640
  j.elferink@movisie.nl
  06-55440640

Reacties

Ik ben heel blij en kijk uit naar de handleiding, ik denk dat we allemaal zoekende zijn hoe we de zelfredzaamheid kunnen vergroten en deze doelgroep kunnen toeleiden naar passend werk

Reageer