Er zijn grote zorgen over de ruim één miljoen inwoners van kwetsbare wijken. De werkloosheid stijgt, de overlast neemt schrikbarend toe en het onderwijsniveau daalt. De burgemeesters van vijftien grote gemeenten luiden de noodklok en roepen de landelijke politiek op tot een gezamenlijk 'deltaplan' van 20 jaar. Maar hoe moet de nieuwe aanpak er uitzien? Hierover praten we tijdens de jaarbijeenkomst op 4 oktober, met professionals en ervaringsdeskundigen, onder wie Monique Kremer, bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap aan de UvA.

Actief burgerschap?

'Ik doe onderzoek in superdiverse wijken in de grote stad. Dat zijn wijken met veel inwoners met een migratieachtergrond, vaak uit heel veel verschillende landen. Het zijn ook vaak kwetsbare wijken, met veel verschillende problemen zoals armoede, schulden en slechte huisvesting. De problemen zijn groter geworden, en het samenleven ingewikkelder door de superdiversiteit. Actief burgerschap betekent je inzetten voor de publieke zaak, waarvan je om elkaar bekommeren onderdeel is. Ik noem dat zelf alledaagse attentheid. Dat is iets wat je niet kan voorschrijven, maar wel op andere manieren kunt proberen af te dwingen, bijvoorbeeld door hoe je bouwt en de hulpverlening organiseert.'

Dat moet anders?

'De uitdagingen in kwetsbare wijken zijn groter, dus moet er meer aandacht aan worden besteed. Na een aantal decennia van stilte, klinkt nu weer de roep om nieuw en beter wijkenbeleid, met meer aandacht op wijkniveau. Zo hebben woningcorporaties aan de bel getrokken: de mensen die moeite hebben zich staande te houden wonen allemaal bij elkaar.'

Waarom is het zo lang stil geweest?

'Het gaat op en neer met de wijkaanpak. De laatste jaren werd wijkbeleid niet gezien als echt effectief, de hulpverlening is meer gericht geweest op het individu. Wie bezig is met het cement in de wijk, de opbouwwerkers van weleer, zijn er nauwelijks meer. In mijn optiek is dat een misvatting. Wijkenbeleid is veel te makkelijk over de schutting gegooid. Hoe mensen samenwonen is cruciaal. Dat is nog duidelijker geworden toen mensen thuis werkten tijdens de coronacrisis.'

Is individuele begeleiding dan niet nodig?

'Zeker wel. Aandacht voor de wijk lost niet alle problemen op in het leven van mensen, maar is wel essentieel. Daarnaast moet je individueel begeleiden. Er wordt in Nederland te radicaal gewisseld van perspectief. Je moet het van alle kanten aanpakken.'

Waar te beginnen?

'Mensen brengen een groot deel van de dag in hun wijk door, zeker kwetsbare inwoners: mensen die ouder zijn, een verstandelijke beperking of geen werk hebben. Zij zijn afhankelijk van alle voorzieningen en plekken in de wijk, hebben behoefte aan ontmoeting. Maar de plekken waar dat kan, zie je steeds minder.'

De straat moet zo worden ingericht dat je elkaar tegenkomt en een praatje kunt maken

Wat zijn dat voor plekken?

'Dat is niet per se het buurthuis, maar wel bijvoorbeeld de kringloopwinkel, het park en betaalbare buurtwinkels. In de wijken waar we het over hebben worden deze plekken weggedrukt door duurdere voorzieningen. De gemeenten moeten genoeg middelen hebben om te kunnen optreden tegen de privatisering van het publieke domein. Het gaat ook over hoe je bouwt. In Nederland wordt er veel gebouwd voor privacy. Dat is goed, je moet ook je eigen plekje hebben met dikke muren. Want als je geluidsoverlast hebt, bouw je geen fijne band op met de buurman. Bouw dan alleen de balkons wel zo dat je elkaar ziet. En de straat moet zo worden ingericht dat je elkaar tegenkomt en een praatje kunt maken.”

Wat is uw advies aan beleidsmakers?

'Je moet kijken naar wat je precies wilt verbeteren in de wijk. Moeten mensen meer voor elkaar zorgen of is het nodig meer werkgelegenheid te creëren? Wat er allemaal speelt, kan per wijk verschillen. Maak een diagnose van de wijk. En doe dat samen met de inwoners: wat ervaren zij als meest problematisch?'

En dan?

'Er zijn financiële middelen nodig. Woningcorporaties zijn te strak gehouden om aandacht te kunnen hebben voor de leefbaarheid. Zorgorganisaties worden niet afgerekend op het organiseren van een netwerk van wijkbewoners: ze krijgen geld als ze voor iemand zorgen, niet als de buurvrouw dat doet. De regels moeten veranderen, en daarvoor moet zeker ook in Den Haag wat gebeuren.'

Gaat het lukken?

'Het wantrouwen van inwoners, dat zie ik als een groot probleem dat je moet keren. Dat is niet zo makkelijk. Als je wilt dat mensen gaan meepraten, dan denk ik dat de contacten informeler moeten, en structureler. Continuïteit is heel belangrijk. Je ziet dat met veel bombarie steeds weer nieuwe projecten worden gestart, die na enkele jaren weer beëindigd worden, waarna er nog een paar jaar later een soortgelijk project start. Dit projectencarrousel creëert wantrouwen. Als je geld investeert om dingen te verbeteren, dan moet je de verbeteringen ook behouden. Neem nou de aanleg van moestuinen, die door bewoners zouden moeten worden onderhouden. Je kan het de burgers verwijten dat dit ze niet lukt, maar ook de gemeente. Het heeft te maken met onrealistische verwachtingen ten opzichte van burgers.'

Anderen bekeken ook