Er zijn grote zorgen over de ruim één miljoen inwoners van kwetsbare wijken. De werkloosheid steeg, de overlast neemt schrikbarend toe en het onderwijsniveau daalt. De burgemeesters van vijftien grote gemeenten luiden de noodklok en roepen de landelijke politiek op tot een gezamenlijk 'deltaplan' van 20 jaar. Maar hoe moet de nieuwe aanpak er uitzien? Hierover praten we tijdens de jaarbijeenkomst op 4 oktober, met professionals en ervaringsdeskundigen, onder wie Redouan el Yaakoubi van stichting Durf te Dromen.

En profvoetballer!

'Ik speel bij Excelsior Rotterdam. Ik ben daar fulltime mee bezig: zeven keer per week trainen én wekelijks een wedstrijd spelen. Ik heb het gymnasium afgerond en studeerde bestuurs- en organisatiewetenschap, maar kon dat niet meer combineren met mijn werkzaamheden op het veld. Ik ben van plan het later weer op te pakken. Doordat ik stopte met studeren had ik tijd om iets anders op te zetten: stichting Durf te Dromen. Ik wilde altijd als iets terug doen voor de wijk waarin ik ben opgegroeid en de leerlingen die na me kwamen.'

Dat is de Utrechtse wijk Overvecht, een kwetsbare wijk.

'Ik snap de benaming, maar noem het zelf niet zo. Ik noem het een krachtige wijk, met superveel getalenteerde kinderen. Je moet het omdraaien: ouders in deze wijk zijn minder betrokken bij de samenleving en hun kinderen, ze hebben minder vertrouwen in organisaties. Het niveau dat kinderen halen, zonder hulp en met al hun verantwoordelijkheden thuis, is dubbel en dwars verdiend. Wat zouden ze wel niet voor niveau halen als alle faciliteiten op orde waren, als ze niet in deze wijk leefden? Er is superveel potentie. Iedereen ziet voornamelijk het negatieve. Ik probeer de andere kant te laten zien: het is een supermooie wijk!'

Hoe heeft u uw talenten weten te ontwikkelen?

'Ik heb de karaktereigenschap ontwikkelt om mensen het tegendeel te willen bewijzen als ze weer eens zeggen dat ik iets niet kan bereiken. Dat heeft er simpelweg mee te maken dat ik een prestatiegerichte opvoeding heb gehad. Mijn ouders leerden me dat ik hard moest werken voor mijn doelen, dat niets vanzelf komt. Een belangrijk aspect is ook geweest dat ik een heel vol schema had: voetbal, huiswerk, vakkenvullen in de supermarkt. Daardoor had ik geen tijd om buiten te chillen met vrienden. Het was soms superzwaar, maar achteraf ben ik heel blij dat het zo gegaan is. Maar als ik zelf de begeleiding had gehad die mijn stichting nu biedt, dan had ik het honderd procent beter gedaan…'

Wat doet de stichting?

'Ons eerste speerpunt is bijscholing: huiswerkbegeleiding en bijles. Dat is erg belangrijk, omdat het schoolsysteem kinderen beoordeelt op hun toetsresultaten. Het is alleen niet onze core business, dat is namelijk talentontwikkeling. Het aanleren van sociaal-professionele vaardigheden, juist dat sociaal-emotionele ontbreekt te veel binnen het onderwijs. Het zijn randzaken die ervoor zorgen dat een kind optimaal kan presteren. We leren ze bijvoorbeeld presenteren en debatteren. Ik wist niet wat debatteren was toen ik naar het gymnasium ging. Ik wist niet eens dat het gymnasium bestond, totdat ik op de lagere school plots een goed citoscore had. Dat zegt wel iets over hoe onwetend ik was.'

Vormde die onwetendheid een groot obstakel?

'Heel groot. Ik zat op het gymnasium in de klas met kinderen uit welvarende wijken, die wel heel goed wisten waar ze terecht kunnen met obstakels en problemen. Ik was één van de twee Marokkanen in de eerste klas en later de enige, omdat de ander bleef zitten. Ik heb een supererge identiteitscrisis gehad. In de wijk noemden ze me ‘professor’ en op school ‘marrokaasje’. Ik kon nergens mezelf zijn. Waarschijnlijk had ik me op een meer diverse en multiculturele school wel thuis gevoeld. Ik neem het mijn klasgenoten niet kwalijk. De docenten hadden wel meer geïnteresseerd kunnen zijn in mijn leven na school, een meer stimulerende rol kunnen spelen.'

Hoever reikt de verantwoordelijkheid van de school?

'De werkdruk van docenten is zo hoog dat ze helemaal geen ruimte hebben om te kijken naar de sociaal emotionele ontwikkeling van leerlingen, terwijl ze daar wel een grote rol in spelen. Ze zijn geen hoofdopvoeder, maar wel een heel belangrijke medeopvoeder. Er zijn nog te veel ouders die niet genoeg betrokken zijn. Elke ouder heeft het beste voor met zijn kind, maar hierin schieten velen soms nog tekort.'

Uw stichting springt in dat gat?

'We begeleiden leerlingen op de lagere én de middelbare school, liefst van groep 4 of 5 tot en met de laatste klas van het VWO. Het is een tienjarig traject. We verplichten daarbij ouderbetrokkenheid: als je je kind inschrijft moet je zelf ook meedoen aan het programma. Het is belangrijk om preventief te investeren in de relatie met ouders, je moet ze niet pas bellen als het mis gaat. We betrekken er ook breder mensen bij, uit de wijk en erbuiten. Inmiddels werken er zestig tot zeventig gemotiveerde vrijwilligers mee, met diverse leeftijden, opleidingsniveaus en achtergronden, met elk een eigen achterban. Zo vormen we een community en verbinden we leefwerelden. We brengen werelden die normaal gesproken over elkaar spreken, met elkaar in gesprek.'

Op de meest kwetsbare wijken moet je de beste mensen zetten. Dat zijn degenen die de wijk kennen en alle obstakels hebben overwonnen.

Met succes?

'Jazeker. We horen van ouders dat kinderen gegroeid zijn. Ze halen betere cijfers op school, maar nog belangrijker is dat ze meer zelfvertrouwen krijgen. Het werkt omdat het een initiatief is vanuit de wijk zelf. De statistieken liegen niet: we halen wekelijks zo’n tweehonderd kinderen binnen, dat is meer dan sommige reguliere basisscholen. Veel organisaties waarin meer geïnvesteerd wordt, kunnen dit niet realiseren en bereiken überhaupt de doelgroep niet. We hebben nu drie locaties en willen verder uitbreiden, maar daar zijn financiële middelen voor nodig. Je kunt het vergelijken met een voetbalteam: je wilt de beste spelers. Op de meest kwetsbare wijken moet je de beste mensen zetten. Dat zijn degenen die de wijk kennen en alle obstakels hebben overwonnen: bewoners die de praktijk kennen, maar ook de theorie beheersen.'

Niet iedereen kan het gymnasium doen of profvoetballer worden…

'Heel veel mensen hadden ook niet verwacht dat ik dit zou kunnen realiseren naast het voetballen. Er zijn genoeg kinderen die het advies krijgen om verder te leren op VMBO-kader niveau, maar uiteindelijk wel naar de universiteit weten te gaan. Ik ben het er mee eens dat je moet kijken wat haalbaar is, maar je moet dromen niet wegnemen.'

Anderen bekeken ook