Er zijn grote zorgen over de ruim één miljoen inwoners van kwetsbare wijken. De werkloosheid steeg, de overlast neemt schrikbarend toe en het onderwijsniveau daalt. De burgemeesters van vijftien grote gemeenten luiden de noodklok en roepen de landelijke politiek op tot een gezamenlijk 'deltaplan' van 20 jaar, zoals die van het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid. Maar hoe ziet de nieuwe aanpak eruit? Hierover praten we tijdens de jaarbijeenkomst op 4 oktober, met professionals en ervaringsdeskundigen, onder wie Marco Pastors, directeur van het NPRZ.

Het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid wordt genoemd als lichtend voorbeeld van een effectieve wijkaanpak.

'Inderdaad. Het is een nieuwe manier van kijken die we hier hebben ontwikkeld. Die geeft veel mensen energie om eraan te werken. Tot aan het coronajaar 2020 hadden we jarenlang de grootste procentuele daling in aantal uitkeringen. Het aantal MBO-studenten op hogere niveaus, met name in de zorg en techniek, stijgt ook harder dan elders. Bij 19 van de 28 indicatoren zitten we op of boven schema. We zijn nu tien jaar bezig, in twintig jaar tijd moeten we op G4-niveau komen. Op heel veel punten zouden we het wel eens kunnen halen. Het gaat in ieder geval de goede kant op.'

Totdat de coronacrisis uitbrak…

'Dan zie je dat veel van onze mensen aan het werk zijn gegaan, maar niet meteen in vaste dienst. Zodra er een beetje tegenwind is, zijn dit ook de mensen die het eerst weer op straat staan. Het coronajaar was slecht. Maar ook als we dat jaar meetellen, gaat het goed. En we denken dat nu de economie weer aantrekt, mensen die teruggevallen zijn weer werk kunnen vinden, met hun toch recente arbeidsverleden. Maar we moeten de arbeidsmarkt anders organiseren, met meer stabiliteit en zekerheid onderin.'

We helpen kinderen vanaf tien jaar met loopbaanoriëntatie, die kennis is niet vanzelfsprekend

Waarin zit het succes?

'We veranderen het dagelijks leven van mensen. Zo geven alle scholen in de wijk nu tien uur per week extra les. Daardoor gaat de dag van kinderen hier veel meer lijken op die van kinderen elders in het land, die na schooltijd onder begeleiding van de ouders doorleren tijdens het sporten, culturele activiteiten en bijles. Daarnaast helpen we kinderen vanaf tien jaar met loopbaanoriëntatie: wat zijn jouw talenten, welk werk past daarbij, welke route moet je volgen om daar te komen. Die kennis is niet vanzelfsprekend, en dan zit je op het vmbo-basis met heel veel leerlingen die advocaat denken te kunnen worden.'

Richten jullie je vooral op de nieuwe generatie?

'We richten ons ook op ouders. En op andere volwassenen zonder vast werk, mensen die regelmatig in een uitkering terecht komen. De problemen in achterstandswijken zijn een combinatie van kinderen die niet goed door hun schoolcarrière heenkomen, onvoldoende worden begeleid in waar hun talenten liggen, kiezen voor kansarme beroepsopleidingen, en volwassenen zonder werk of met nul-urencontracten, wisselende inkomsten, laaggeletterdheid, ingewikkelde administratie, schulden, weinig perspectief op echt stappen vooruit.'

Waar gaat het mis?

'Een huishouden heeft vaardigheden en een dagbesteding nodig, je moet met geld om kunnen gaan, je moet problemen zelf zien en de weg weten om ze opgelost te krijgen. Dat is allemaal vaak helemaal niet zo makkelijk. De samenleving is zo georganiseerd dat mensen die het minst kunnen, te maken hebben met de meeste overheidsprocedures. We houden te weinig rekening met ze, vragen verkeerde dingen van ze. Neem de kinderopvangtoeslag, daar ging veel mis. Dus lieten we ambtenaren zelf de formulieren invullen voor mensen die aan het werk gingen. Van deze ambtenaren, met minstens een hogere beroepsopleiding, vulde ook nog 73 procent het fout in.'

Marco Pastors

Hoe maken jullie het minder moeilijk?

'We willen dat deze mensen volwaardig mee kunnen doen. Dan moet je al die aspecten meenemen in de aanpak. Wij doen dat samen met allerlei partijen: hulpverlening, uitkeringsinstanties, onderwijsinstellingen, werkgevers. Het is bestaand overheidswerk, dat soms zelfs bij elkaar in één gebouw gaat zitten. Het mooie daarvan is dat je niet kunt zeggen "daar gaan we niet over". Je moet je verplaatsen in het gedrag van mensen. Financiële tekorten worden veroorzaakt door hoger opgeleide mensen in rijke wijken: zij weten hulp in te schakelen als hun kind autisme of dyslexie heeft. In achterstandswijken zit de overheid achter het loket te wachten en komt er niemand. Dus moet je het gebruik van regelingen in sommige wijken afremmen en in andere actief gaan brengen. Je moet mensen op alle vlakken helpen, ze niet laten verdwalen in de ingewikkeldheden van de verzorgingsstaat.'

Kan jullie aanpak gekopieerd worden naar andere wijken?

'Er wordt gezegd: overal is het anders, dus is er maatwerk nodig. Maar als je kijkt naar de mensen die niet mee kunnen komen en waarover we ons zorgen maken, hoeveel verschillen zij nou echt van hen in Leeuwarden, Rotterdam-Zuid en Eindhoven. Als je het hier goed vindt gaan, neem dan bij voorkeur zoveel mogelijk over. En dan vooral onze brede samenwerking van allerlei overheidspartijen. Je moet het zo bekijken: in elke familie zit wel een wat zwakker lid, maar die wordt geholpen door bijvoorbeeld een oom of opa. Wij hebben wat minder van die opa’s hier, maar de overheid kan die rol op zich nemen. Het is ook weer niet zo heel ingewikkeld, je moet het alleen doen.'

Anderen bekeken ook