De werkloosheid onder mensen met een niet-westerse migratieachtergrond, lage opleiding of arbeidsbeperking gaat sterk toenemen door de coronacrisis. Dat verwacht het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De Sociaal Economische Raad (SER) toont zich bezorgd: 'Voor de diverse samenstelling van medewerkersbestanden van bedrijven kan dit problematische gevolgen hebben'. 

In de publicatie Kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt stelt het SCP dat werknemers met een niet-westerse migratieachtergrond relatief vaak met een flexibel dienstverband werkzaam zijn in een sector die hard wordt getroffen door de crisis, zoals de uitzendbranche, horeca, luchtvaart, sierteelt en cultuur, sport en recreatie. Dit geldt voor 14,3 procent van de eerste en 12 procent van de tweede generatie. Ter vergelijking: van de werknemers zonder migratieachtergrond behoort 4,6 procent tot de risicogroep.

'Het hebben van een flexcontract in een krimpsector maakt werknemers kwetsbaar', aldus arbeidsmarktonderzoeker Sander Muns. 'We zagen de werkloosheid onder mensen met een niet-westerse migratieachtergrond ook al sterk toenemen bij de vorige economische crisis.'

Het hebben van een flexcontract in een krimpsector maakt werknemers kwetsbaar

Daar komt nog bij dat het aantal tijdelijke contracten de afgelopen jaren is gegroeid, ook onder mensen met een arbeidsbeperking. De sociale werkplaats is in 2015 afgeschaft, waardoor deze groep nu ook op de markt zijn aangewezen. Voor werkgevers is het door financiële regelingen aantrekkelijker gemaakt om hen aan te nemen, maar een vast contract durven ze niet te geven.”

Snijden in flexibele schil

In Nederland heeft maar liefst 22 procent van de werknemers een flexibel dienstverband. Zij werken bijvoorbeeld als oproep- of uitzendkracht. Dat zijn er twee keer zoveel als gemiddeld in andere Europese landen, staat te lezen in het SCP-rapport. Het aanhouden van deze zogenoemde flexibele schil is voor werkgevers aantrekkelijk omdat ze daar makkelijk in kunnen snijden. Zo laat bijvoorbeeld KLM tijdelijke contracten aflopen nu de vooruitzichten slecht zijn. En met het aflopen van steunmaatregelen van de overheid zal het aantal ontslagen naar verwachting snel verder toenemen.

‘Personen met een niet-westerse migratieachtergrond zijn disproportioneel vertegenwoordigd in de ‘flexibele schil’ die veel bedrijven hanteren’, bevestigt Bob Schenk, kwartiermaker voor het project Diversiteit in bedrijf van de Sociaal-Economische Raad (SER), dat is gericht op het bevorderen van diversiteit en inclusie op de werkvloer. ‘Zij lopen daardoor een verhoogd risico in vergelijking met andere bevolkingsgroepen.’ Dat geldt evenzeer voor jongeren, laagopgeleiden en mensen met een arbeidsbeperking. ‘Voor de diverse samenstelling van medewerkersbestanden van bedrijven kan dit problematische gevolgen hebben. Dit vinden wij zeker reden tot zorgen.’

Armoede en schulden

Vaak hebben de kwetsbare groepen ook laagbetaald werk. Als zij hun baan verliezen is de kans op blijvende armoede groot, zo staat te lezen in de SCP-publicatie Verwachte gevolgen van corona voor scholing, werk en armoede.

Personen met een niet-westerse migratieachtergrond zijn disproportioneel vertegenwoordigd in de ‘flexibele schil’ die veel bedrijven hanteren

Een relatief nieuwe risicogroep vormen zelfstandigen met een middeninkomen: ook zij werken relatief vaak in krimpsectoren en moeten in geval van werkverlies rondkomen van een aanmerkelijk lager inkomen. Sander Muns: ‘Zelfstandigen hebben bij verlies van werk, vanwege het ontbreken van WW-rechten, groter risico op problematische schulden dan werknemers, met name wanneer ze hoge vaste lasten hebben.’

Omscholing

Zowel de arbeidsmarktonderzoeker als de kwartiermaker achten beleid om kwetsbare groepen te beschermen tegen ontslag wenselijk dan wel noodzakelijk. ‘Maar welke vorm dergelijk beleid moet aannemen blijft lastig te zeggen.’ Het SCP adviseert de overheid om in te zetten op omscholing, om zo mensen te helpen bij het vinden van nieuw werk. ‘Om dit van de grond te krijgen is overheidsbemoeienis belangrijk’, volgens Muns. ‘Organisaties die in crisistijd moeten zien te overleven, zijn zelf minder geneigd om te investeren in omscholing van boventallig personeel.’

Om dit [omscholing] van de grond te krijgen is overheidsbemoeienis belangrijk

Grote bedrijven zijn vaker welwillend’, nuanceert de onderzoeker, ‘ook in het belang van hun imago. Zo hebben banken als gevolg van de crisis in de financiële sector veel moeite gedaan om personeel de kant van het onderwijs op te duwen, omdat daar een behoorlijk tekort is. Maar het resultaat valt tot nu toe tegen, mogelijk door een te groot verschil in inkomen tussen beide sectoren.’ Uitzendbureau Randstad, dat in de eerste drie maanden van de coronacrisis een kwart van zijn omzet verloor, heeft 14.000 flexwerkers een cursus of training aangeboden voor kansrijke werkgebieden als de zorg. Maar ook daarvoor blijkt nog weinig animo.

Verantwoordelijkheid

‘Omscholing lijkt in sommige gevallen aan te bevelen, maar het legt de verantwoordelijkheid bij de kwetsbare groep juist op het moment dat er zich een situatie ontvouwt waar zij geen invloed op hebben’, stelt Bob Schenk van Diversiteit in Bedrijf. ‘Bovendien moeten we ook stilstaan bij personen die werkzaam zijn in cruciale beroepen. Zij zijn vaak blootgesteld aan een groter besmettingsrisico. Ook blijft het diverser en inclusiever maken van organisaties onverminderd belangrijk – niet alleen het beschermen van de status quo. Al deze zaken maken crisisbeleid lastig.’

Bekijk hier de publicatiepagina van het SCP

Anderen bekeken ook

  • Centraal staat hoe jongeren omgaan met hun meervoudige identiteit, hoe dit tot uitdrukking komt in de verschillende leefdomeinen en in hoeverre er...

    Bekijk

Jouw bijdrage

4 + 13 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.