Het aantal geregistreerde meldingen van discriminatie is vorig jaar licht gedaald, maar discriminatie is nog steeds een groot probleem. Discriminatie op grond van herkomst wordt het vaakste gemeld, zo blijkt uit een bericht op NOS.nl naar aanleiding van het rapport Discriminatiecijfers in 2018*. Hanneke Felten, projectleider effectief discriminatie bestrijden bij KIS, vindt het belangrijk dat dit op lokaal niveau wordt aangepakt en is daarom blij dat het merendeel van de gemeenten beleid heeft dat een bijdrage kan leveren aan het bestrijden van discriminatie.

Een derde van de gemeenten voert ook al een specifiek antidiscriminatiebeleid, zo blijkt uit onderzoek van Gregor Walz en Movisie vorig jaar. Felten hoopt dat veel gemeenten dat voorbeeld zullen volgen: ‘Discriminatie is een hardnekkig probleem maar met een gericht beleid en inzet van de juiste middelen kan er wel degelijk iets aan worden gedaan.’

Invloed op welzijn en gezondheid

Discriminatie kan vrijwel iedereen overkomen. Volgens het Centraal Onderzoek Burgerperspectieven van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uit 2017 zegt 22% van de bevolking wel eens te maken te hebben met discriminatie. Slechts 1 op de 8 discriminatie-incidenten wordt gemeld, blijkt uit ander onderzoek van SCP. Felten: ‘Een daling in meldingen betekent helaas dus niet dat het probleem verminderd is. Discriminatie is en blijft een landelijk probleem. Belangrijk is dat gemeenten hier wat aan doen, want het ervaren van discriminatie kan een negatieve invloed hebben op iemands welzijn en gezondheid. Dat is ook waarom veel gemeenten er iets aan willen doen. Ze weten alleen soms nog niet hoe.'

Versnipperd beleid

Gemeenten zijn wettelijk verplicht om een antidiscriminatievoorziening (ADV) voor hun inwoners in te richten. Een ADV heeft twee wettelijke taken: onafhankelijke bijstand verlenen aan personen bij de afhandeling van hun discriminatieklachten en de registratie van klachten. Sommige gemeenten hebben daarnaast ook beleid om discriminatie aan te pakken, veelal versnipperd over verschillende beleidsterreinen zoals emancipatie of arbeid. Dat kan werken, maar antidiscriminatiebeleid heeft meer impact als het een duidelijke samenhang, visie en onderbouwing heeft. Effectiviteit van het beleid is daarbij een belangrijk aandachtspunt voor gemeenten, stelt Felten. Niet alle aanpakken op discriminatie blijken effectief, zo komt naar voren in diverse onderzoeken van KIS. Wat wel en niet werkt om discriminatie te bestrijden, heeft KIS daarom gebundeld in het Wat werkt dossier discriminatie verminderen.

'Betrek burgers bij het maken van beleid. Bij Wmo-beleid is dat al heel normaal, maar bij antidiscriminatiebeleid zien we dat nog weinig.'

Stappenplan

Maar hoe geef je antidiscriminatiebeleid dan vorm? In de handreiking Antidiscriminatiebeleid voor gemeenten van Movisie (in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties) staat een stappenplan beschreven voor het ontwikkelen van beleid, voorbeelden van interventies en tips om de effectiviteit van het beleid te toetsen. Felten: ‘Waar onder meer nog veel winst te behalen is, is het betrekken van burgers bij het ontwikkelen van het antidiscriminatiebeleid. Bij Wmo-beleid is dat al heel normaal, maar bij antidiscriminatiebeleid zien we dat nog weinig. Ga daarom eens praten met zelforganisaties van migranten of vluchtelingen. Of organiseer een inspraakavond met een diverse groep jongeren in samenwerking met jongerenwerkers. Zo kun je horen wat er leeft, wat de ervaringen zijn met discriminatie en wat je als eerste zou kunnen aanpakken. Sociale professionals kunnen gemeenten helpen bij de organisatie hiervan.’

Melden heeft altijd zin

Onderzoeker Felten benadrukt dat gemeenten niet in de valkuil moeten trappen dat als er geen meldingen zijn in de gemeente, dat discriminatie ook niet speelt: ‘Er kunnen namelijk andere redenen zijn waarom discriminatie niet gemeld wordt, bijvoorbeeld omdat mensen minder vertrouwen hebben dat er daadwerkelijk iets met hun melding wordt gedaan.’ Uit een enquête die is uitgezet door KIS onder 190 jongeren, blijkt dat 94% van de jongeren die discriminatie heeft meegemaakt, daar geen melding van maakt bij een instantie. Volgens veel jongeren heeft dat ‘toch geen zin’.

Een melding van discriminatie maken kan bij verschillende organisaties: bij de antidiscriminatievoorziening in de gemeente, de politie, het College voor de Rechten van de Mens, MiND of de Nationale ombudsman. Deze organisaties helpen slachtoffers door te bemiddelen, ondersteuning te bieden bij juridische stappen of voor advies als iemand een gesprek wilt aangaan met een persoon door wie hij of zij zich gediscrimineerd voelt. Uit de enquête komt naar voren dat een kwart van de jongeren deze instanties niet kende en een kwart ook niet ervan op de hoogte was dat ze discriminatie kon melden. KIS heeft daarom een discriminatiemeldwijzer gemaakt voor jongeren, want melden heeft altijd zin: is het niet voor jezelf, dan is het wel voor iemand die later in een zelfde soort situatie terechtkomt. De discriminatiemeldwijzer heeft de vorm van een handzame brochure.

De meldwijzer zelf verspreiden op school of binnen jouw vereniging of organisatie? Exemplaren aanvragen is gratis. Stuur daarvoor een e-mail naar: info@discriminatie.nl.

*Het rapport Discriminatiecijfers in 2018 is geschreven door Art.1 in opdracht van de politie en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het is tot stand gekomen in samenwerking met Discriminatie.nl, de landelijke vereniging van antidiscriminatievoorzieningen.

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

4 + 6 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.