Hoe groot is het ongemak van onze docenten voor de klas? Hoe diversiteitsensitief is het curriculum van onze opleidingen? En wat vinden de studenten van het leerklimaat? Het zijn vragen waar het hoger onderwijs in Nederland al langer mee worstelt. Het e-handboek Diversity sensitive instructional design dat onderwijskundige/pedagoog Hester Radstake in opdracht van de VU ontwikkelde, biedt een praktische leidraad voor opleidingscoördinatoren.

Het e-handboek is een resultaat van het tweejarig project Diversiteitsensitief onderwijs VU waarbij vijf faculteiten waren betrokken: Godgeleerdheid, Sociale Wetenschappen, Gedrag­ en Bewegingswetenschappen, Rechtsgeleerdheid en VUmc. Een eerste begin met werken aan diversiteitsensitief onderwijs bij de VU werd gemaakt vanuit Kenniswerkplaats Tienplus, waarin onder andere het Verwey-Jonker Instituut en de VU partners waren, bij de afdeling Pedagogiek en met subsidie van ZonMw. De universiteit, zo formuleert het bestuur van de VU, wil academici opleiden die ‘verschillende perspectieven kunnen gebruiken en professionele handelen en effectief kunnen omgaan met verschillende culturen’.

 

VU-onderzoeker Thea van Lankveld, lid VU-projectteam Diversiteitsensitief onderwijs, benadrukt dat diversiteit bij de VU zeker geen lege term in. Universiteitsbreed wordt er aan het thema gewerkt. Het diversiteitsensitief onderwijs is nog maar een onderdeel. ‘Het gaat van een divers personeelsbeleid tot het wervingsbeleid. Het is een woord wat vaak valt.’

‘Hoe kun je garanderen dat zoveel mogelijk mensen of dat iedereen zich veilig voelt in deze faculteit als de verschillen in opvattingen en gedragingen zó verschillend zijn? Dat is heel lastig. Als mensen denken ‘vanuit mijn geloof is homoseksualiteit een grote zonde’ en je krijgt les van een homoseksuele docent die daar openlijk voor uitkomt en daar verder geen geheim van maakt, dan voelt die student zich niet veilig. Of die docent voelt zich niet veilig. Hoe ga je daarmee om? Dat zijn allemaal situaties… ‘
- docent VU, uit evaluatieproject diversiteitsensitief onderwijs VU

Inclusief onderwijs

‘Het doel van het project was om handen en voeten te geven aan die visie in de onderwijspraktijk ‘, zegt onderzoeker Hester Radstake. Diversiteitsensitief onderwijs, verduidelijkt ze, gaat om het leren van studenten in en over diversiteit. Bij het leren in diversiteit gaat het om het samenwerken met een diverse groep mensen, wat betreft gender, sociale klasse, culturele achtergrond, nationaliteit en leeftijd. Juist die verschillen onderling kunnen benut worden als leerbron voor het leren over en in diversiteit. Een veilige omgeving is daarbij natuurlijk ook van belang.

Radstake promoveerde in 2009 op het onderwerp ‘Teaching in diversity’, werkte mee aan de ontwikkeling van de Meetladder Diversiteit Onderwijs en geeft training en advies over het thema, dat sindsdien niets aan urgentie heeft verloren. Integendeel. Steeds meer universiteiten in Nederland stellen een chief diversity officier aan en werken aan ‘inclusief onderwijs’. Ook Thea van Lankveld merkt dat het onderwerp bij veel hogescholen prioriteit heeft. Regelmatig kloppen ze ook bij haar aan voor advies. ‘Er leven heel veel vragen. Hogescholen en universiteiten die vragen om advies, om werkvormen, anderen die beseffen dat ze wat moeten met het thema maar niet weten waar te beginnen.’

Kracht

Het digitale handboek, opgesteld na de ervaringen op de VU, legt stapsgewijs uit hoe te werk te gaan om het onderwijs diversiteitsensitiever te maken. Dat gaat niet over één nacht ijs, zegt Radstake. Docenten staan niet altijd te springen om met het onderwerp aan de slag te gaan. Ze zien bijvoorbeeld de link met hun eigen vakgebied niet direct, vinden het lastige materie of zien er tegen op om over het ‘ongemak voor de groep’ te spreken. ‘Bij diversiteitsensitief onderwijs gaat het ook over de persoonlijke, politieke opvattingen van de docent, over zijn of haar referentiekader en wereldbeeld. Er is een open sfeer en vertrouwen nodig om hierover met elkaar te spreken. De kracht van de methodiek in het handboek zit wat mij betreft dan ook in de werksessies waarin stapsgewijs gewerkt wordt aan diversiteitsensitief onderwijs. Door te beginnen met een analyse van het curriculum, kom je vanzelf terecht bij de vraag hoe we het als opleiding eigenlijk doen. De stap naar het nadenken over je eigen rol als docent is dan gauw gemaakt.’  

Wil de onderwijsinstelling serieus werk maken van het diversiteitsensitief onderwijs, dan is daar tijd, energie en (dus) geld voor nodig, stelt ze. ‘Je bent er niet met een lesje of training over diversiteit. Het gaat er om dat je samen met collega’s en studenten kritisch wil kijken naar de opleiding. In de breedste zin van het woord: de onderwijsvisie, eindtermen, leerdoelen, werkvormen, sfeer op de opleiding en last but not least de competenties van docenten en tutoren.’

‘Het was voor mij een wake­up call dat ik inderdaad aannames en vooroordelen heb. Ook ik ben maar een mens, zo blijkt. De discussies die wij tijdens die trainingen hadden, maakten dat ik dacht ‘ik kan wel roepen dat ik zo genuanceerd ben, maar ik heb ook mijn vooroordelen bij bepaalde typen studenten’. - docent VU

Kartrekker

De aanpak valt of staat volgens Radstake met een bevlogen coördinator binnen faculteit of opleiding die de kar trekt, die mensen bij elkaar brengt en de voortgang bewaakt. De eerste aanzet is volgens haar daarom van groot belang. ‘Bespreek met elkaar open waarom diversiteitsensitief onderwijs nodig is? Dat is vaak niet voor iedereen helder. Bovendien zijn er veel associaties bij het begrip diversiteit. ‘We moeten toch niet gaan pamperen op een universiteit’, hoor je dan bijvoorbeeld. Door met elkaar hierover te spreken, door ervaringen uit te wisselen breek je al wat open.’

‘Ik denk dat dit iets is wat je bij wijze van spreken continu kunt blijven doen, dat je gewoon zegt ‘één keer per half jaar doen we zo’n training’, omdat ik denk dat je elke keer weer een casus tegenkomt.’
- docent VU

Signalen

Wat voor signalen zijn er om werk te maken van diversiteitsensitief onderwijs? Van studenten, van docenten, van studieadviseurs of uit het werkveld? Is er bijvoorbeeld sprake van segregatie tussen groepen studenten? Vallen bepaalde studenten vaker uit dan andere? Vinden docenten het lastig om te gaan met de diversiteit in de groep bij het behandelen van bepaalde onderwerpen? Kortom, wat speelt er zoal op het gebied van diversiteit. Radstake: ‘Met name de ervaringen van de studenten blijken heel waardevol. Het is een belangrijk onderdeel van het proces om deze in beeld te brengen, hoe verschillend dat er ook per opleiding uit kan zien.’ Ze benadrukt dat het selecteren van studenten en het interviewen zorgvuldig dient te gebeuren. De antwoorden van de studenten over de opleiding bleken op de VU soms pijnlijk confronterend.

‘Ik zou ook nooit meer zeggen ‘hoe is dat in jouw cultuur of hoe is dat in jullie cultuur?’. Maar wel van ‘Wie wil hier zijn mening over geven?’ Dat heb ik daar geleerd. - docent VU

Curriculum

’Ik herinner me studenten geneeskunde die zich stoorden aan het stereotype beeld van de oudere, gebrekkig Nederlands sprekende Marokkaanse gastarbeider die bij de huisarts komt, dat voorbeeld kwam keer op keer terug. Of studenten van andere opleidingen die ontstemd waren over het feit dat culturele verschillen nauwelijks aan de orde kwamen in de opleiding, en dat in een stad als Amsterdam.'

Ook het curriculum wordt onder de loep genomen. Wat voor voorbeelden gebruiken we? Wat voor literatuur? Alleen maar Angelsaksische bronnen? Kijk ook naar casuïstiek. ‘Het werkt heel goed, ook voor de bewustwording, door hier met een aantal docenten uit de vakgroep aan te werken. Zo krijgen ze ook een beter beeld van wie wat doet in welk vak. De tools en voorbeelden uit het digitale handboek maken het heel concreet en zorgen ervoor dat er echt stappen worden gezet om het onderwijs diversiteitsensitiever te maken.'

Trainingen

Trainingen voor docenten en tutoren maken een belangrijk onderdeel uit van de aanpak. Op de VU werden in twee jaar tijd 84 docenten getraind, waarvan 37 tutoren en 47 docenten. In de trainingen draait het om de verbinding tussen bewustwording, handelen en onderwijsontwikkeling. Radstake: ‘Ook dan blijkt weer dat het uitwisselen van ervaringen in een veilige omgeving enorm op prijs wordt gesteld. Ook eigen vooroordelen komen aan bod. Dat zijn soms geen makkelijke gesprekken, zaak is daarbij om steeds ook de onderwijspraktijk voor ogen te houden.’ Voor Thea van Lankveld, die het hele project evalueerde, was dat ook wat er uit sprong.  ‘Het gesprek is zo belangrijk, bleek uit de evaluatie. Tussen studenten en docenten. Tussen docenten onderling. Juist omdat het best een lastig onderwerp is, helpt het om ervaringen uit te wisselen.'

Handboek

In het digitale handboek staan tal van tools en verwijzingen naar hulpmiddelen om het diversiteitsbeleid nog verder handen en voeten te geven. Radstake: 'Er is enorm veel beschikbaar op dit gebied. Literatuur, projecten, werkvormen. We hebben daaruit al werkende een goede selectie proberen te maken.’ Het belangrijkste advies volgens haar- en daar ligt ook het meteen de grootste uitdaging voor het hoger onderwijs - is dat er blijvende aandacht is voor het onderwerp, dat het ook bij het management op het netvlies blijft staan en dat het thema een integraal onderdeel uitmaakt van het werken aan onderwijskwaliteit.  Van Lankveld: ‘We werken op de VU aan een groot netwerk, dat zich met dit thema bezig blijft houden.’

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

1 + 9 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.