Een bevolking die diverser en ouder wordt. En we zullen met meer zijn. Dat is wat NIDI en CBS voorspellen over de demografische ontwikkelingen in de komende dertig jaar. Dat blijkt uit het rapport, ‘Bevolking 2050 in beeld’, een coproductie van beide onderzoeksinstituten.

De publicatie verkent aan de hand van zeven bevolkingsvarianten hoe de bevolking er over dertig jaar uit kan zien. In alle bevolkingsvarianten neemt het aandeel ouderen toe, stijgt het aantal mensen met een migratieachtergrond en groeit het aantal huishoudens procentueel sterker dan de bevolking. De onderzoekers van het NIDI (Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut) en het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) houden tegelijkertijd een slag om de arm: de omvang van deze veranderingen is onzeker.

Hoe de bevolking er in 2050 uit ziet, hangt af van de ontwikkeling van de migratie, geboorte en sterfte in de komende dertig jaar. Om met de onzekerheid daarover rekening te houden, zijn zeven bevolkingsvarianten doorgerekend:

Variant Kenmerk Inwoners
Krimp Laag kindertal, levensverwachting en migratie 17,1 miljoen
Lage migratie Laag migratiesaldo 17,6 miljoen
Grijs Laag kindertal en hoge levensverwachting 19,2 miljoen
Groen Hoog kindertal en lage levensverwachting 19,4 miljoen
Asiel Hoge asielmigratie 19,9 miljoen
Arbeid Hoge arbeids- en studiemigratie 20,6 miljoen
Groei Hoog kindertal, levensverwachting en migratie 21,8 miljoen

Marge tussen de 17 en 22 miljoen inwoners

Momenteel telt Nederland 17,4 miljoen inwoners. Wanneer migratie, het kindertal en de levensverwachting de komende dertig jaar hoog zijn (zie schema variant ‘Groei’) zal de bevolking in 2050 bijna 22 miljoen inwoners tellen. Maar de onzekerheid over de bevolkingsgroei is groot, zoals momenteel de coronacrisis laat zien. Als de migratie, het kindertal en de levensverwachting de komende dertig jaar laag zijn, zal de bevolking in 2050 nauwelijks groeien of zelfs krimpen in vergelijking met 2020. Migratie heeft een grotere invloed op de bevolkingsgroei dan kindertal en levensverwachting.

Meer diverse bevolking met migratieachtergrond

De samenstelling van de bevolking met een migratieachtergrond zal meer divers worden. Op dit moment vormen de ‘klassieke’ groepen (mensen met een Indonesische, Surinaamse, Antilliaanse, Turkse of Marokkaanse achtergrond) 40 procent van de bevolking met een migratieachtergrond. Dit daalt tot een derde à een kwart. In 2050 komt de helft of meer van de bevolking met een migratieachtergrond uit arbeidsmigratielanden. Het aandeel mensen uit asiellanden bedraagt op dit moment 15 procent. Dit neemt toe tot ongeveer 20 procent. Alleen bij een blijvend hoge instroom van asielzoekers kan dit toenemen tot 25 procent.

Het aantal 80-plussers verdubbelt bij een matige stijging van de levensverwachting en verdrievoudigt bij een sterke stijging van de levensverwachting

Veel meer 80-plussers

Het aantal 65-plussers neemt toe, zelfs als de levensverwachting niet sterk toeneemt. Dit komt vooral door een sterke toename van het aantal 80-plussers. Dit is de zogenaamde dubbele vergrijzing. Het aantal 80-plussers verdubbelt bij een matige stijging van de levensverwachting en verdrievoudigt bij een sterke stijging van de levensverwachting. Op dit moment is 5 procent van de bevolking tachtig jaar of ouder. Dit zal toenemen tot rond de tien procent in 2050.

Omvang leeftijdsgroep 20 jaar tot AOW-leeftijd onder druk

Als de migratie laag is, neemt het aantal mensen van 20 jaar tot de AOW-leeftijd af. Een hoger kindertal heeft nauwelijks invloed op de omvang van deze leeftijdsgroep in 2050, de gevolgen daarvan zullen pas na 2050 echt merkbaar zijn. Deze leeftijdsgroep groeit harder naarmate de migratie en de levensverwachting hoger zijn. Dit laatste komt door de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting. Maar zelfs bij hoge migratie en levensverwachting groeit de bevolking tussen 20 jaar en AOW-leeftijd de komende dertig jaar minder sterk dan de afgelopen dertig jaar. Het aandeel van deze leeftijdsgroep in de bevolking is in 2050 in alle varianten lager dan in 2020. Het aantal mensen met een Nederlandse achtergrond in deze leeftijdsgroep zal met een miljoen teruglopen. Het aantal mensen met een migratieachtergrond in deze categorie neemt bij lage migratie met 700 duizend toe en bij hoge migratie met 2,8 miljoen.

Het aantal huishoudens groeit procentueel sterker dan de bevolking doordat steeds meer mensen alleen wonen

Groei aantal huishoudens

Het aantal huishoudens groeit procentueel sterker dan de bevolking doordat steeds meer mensen alleen wonen. Deze toename doet zich vooral voor bij 70-plussers, die langer zelfstandig wonen. Hierdoor neemt de gemiddelde woningbezetting af. Daarnaast zorgt ook migratie voor een toename van het aantal huishoudens. De groei is het sterkst in de dichtstbevolkte regio’s. Hoge levensverwachting leidt in dichtbevolkte gebieden tot een toename van 700 duizend huishoudens, hoge migratie tot een groei van 800 duizend. In dunbevolkte gebieden komen er in beide gevallen slechts 40 duizend huishoudens bij.

Vóór de coronacrisis berekend

De berekeningen zijn gemaakt vóór het uitbreken van de coronacrisis als gevolg van de Covid-19 pandemie. Maar, zo stellen de onderzoekers, ‘omdat bij het opstellen van de bevolkingsvarianten al rekening is gehouden met ruime onzekerheidsmarges zijn de uitkomsten van de bevolkingsvarianten onverminderd relevant.’

Het rapport Bevolking 2050 in beeld: drukker, diverser en dubbelgrijs laat aan de hand van deze varianten veranderingen in de omvang en samenstelling van de bevolking in de komende dertig jaar zien. Bekijk ook de factsheet van dit rapport.

Bron: NIDI

Jouw bijdrage

3 + 6 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.