Het feit dat jongeren met een migrantenachtergrond vaker een geweldsdelict plegen, komt vooral door de omstandigheden waarin ze opgroeien. Ze wonen vaker in achterstandswijken waar problemen samenkomen. De oververtegenwoordiging in jeugdcriminaliteit geldt daarbij voor álle migrantenjongeren, ongeacht of ze een Duitse, Poolse of Marokkaanse achtergrond hebben.

Dit komt naar voren uit het rapport Jeugdcriminaliteit onder migranten van Kennisplatform Inclusief Samenleven. De oververtegenwoordiging van migrantenjongeren blijkt geen typisch Nederlands probleem is, dit komt in alle Europese landen voor zo concludeert de studie waaraan dertig landen meededen. Met dezelfde ‘papier- en penvragenlijsten’ zijn 64.000 scholieren uit de eerste drie klassen van het voortgezet onderwijs uit 30 landen vragen gesteld over criminaliteit en slachtofferschap. Uit dit onderzoek blijkt dat eerste en tweede generatie jongeren vaker een delict pelen dan autochtone jongeren. De onderzoekers, onder wie Majone Steketee van het Verwey-Jonker Instituut, gingen vervolgens op zoek naar verklaringen waarom deze jongeren hoger scoren op zelf gerapporteerd delinquent gedrag.

En die verklaringen hebben jullie gevonden.
Steketee: ‘Gedeeltelijk. Veel verklaringen gelden zowel voor migrantenjongeren als autochtone jongeren. Sociale binding, controle en de leefstijl van jongeren hebben bijvoorbeeld dezelfde beschermende of risicovolle invloed op delinquent gedrag. Maar we zien wel dat migrantenjongeren veel meer blootgesteld worden aan risicofactoren doordat ze vaker opgroeien in grootstedelijke achterstandswijken. Ouders hebben daar minder toezicht en doordat ze vaak in kleine huizen wonen hangen jongeren op straat rond waar ze eerder in contact komen met criminaliteit of drugs. Tegelijkertijd komt er uit de resultaten naar voren dat er wel een zekere culturele invloed is. Migrantenjongeren scoren lager op zelfcontrole en hebben vaker een positievere houding ten opzichte van geweld.’

Wat heeft dat met cultuur te maken?
'Een positievere houding ten opzichte van geweld kan verschillende oorzaken hebben. Ten eerste zien we in het onderzoek dat in de westerse landen negatiever gedacht wordt over geweldsdelicten dan over vermogensdelicten. Daarentegen is in de Oost-Europese landen, waaronder ook Turkije, de welvaartsstandaard lager en is er een negatievere houding ten opzichte van vermogensdelicten. Ten tweede kan het ook zijn dat onveiligheid en geweld in het land van herkomst een reden is dat migrantenjongeren hier zijn. Het is lastig om het op basis van dit onderzoek te duiden. We zijn nu bezig met een vervolgonderzoek, ik hoop dat we daarin het culturele component beter kunnen verklaren.’

'Dit onderzoek doorbreekt stereotiepe beelden, zoals het idee dat het vooral Marokkaans- of Turks-Nederlandse jongeren zijn'

Dit onderzoek legt expliciet de koppeling tussen jeugdcriminaliteit en migranten. Waarom doen jullie dat?
‘In Europa zijn migrantenjongeren oververtegenwoordigd in alle criminaliteitscijfers. Het is een reëel probleem waarover we moeten bedenken: wat gaan we ermee doen? We willen vooral meer inzichten hebben in welke mechanismen een rol spelen en hoe we kunnen voorkomen dat jongeren echt in de criminaliteit terechtkomen. Wat is de rol van ouders, van de school? Dat soort kennis is zeer nuttig.’

 

Dus het is niet stigmatiserend.
‘Het doorbreekt juist bepaalde stereotiepe beelden. Bijvoorbeeld het idee dat jeugdcriminaliteit alleen maar toeneemt. Dat is absoluut niet waar, de cijfers zijn al decennia vrij constant. Een andere mythe die we onderuit kunnen halen, is dat vooral Marokkaans-Nederlandse of Turks-Nederlandse jongeren geweldsdelicten plegen. West-Europese jongeren vertonen net zo, en soms zelfs vaker, delinquent gedrag. In ons onderzoek “scoren” jongeren van Marokkaanse herkomst zelfs vrij laag. Dit is trouwens wel in contrast met andere onderzoeken, in politiecijfers scoren Marokkaans-Nederlandse jongeren juist heel hoog. Dit kan door de methode van onderzoek komen, het is immers een zelfrapportage. Het kan ook best zijn dat een relatief kleine groep Marokkaans-Nederlandse jongeren veel vaker delicten pleegt. Hierdoor krijg je een vertekening die we niet op basis van een vergelijking met de algemene bevolking zouden vinden. In het vervolgonderzoek willen we hier verder op in gaan.’

Wat kunnen we in de praktijk met deze inzichten?
‘In het onderzoek geven we aanbevelingen voor scholen, ouders, hulpverlening en uiteraard gemeenten die een belangrijke rol bij de preventie spelen. Ten eerste moet er veel meer gedaan worden aan het ondersteunen van ouders bij de opvoeding. Het gezin is namelijk een belangrijke beschermende factor. Alhoewel de band van migrantenjongeren met de ouders goed is, soms zelfs sterker dan bij autochtone gezinnen, ontbreekt het aan toezicht en controle door de ouders. De gemeente moet ook een algemeen preventief beleid hebben dat rekening houdt met de diversiteit in achtergrond van migrantenjongeren. Dat betekent dat er maatwerk geleverd moet worden.’

Maatwerk is vaak het panacee dat uit onderzoeken naar voren komt. Is dat in het huidige klimaat van bezuinigingen wel haalbaar?
‘Je kan ook stellen dat het juist nu wél haalbaar is. Met de wijkteams kunnen we veel gerichter in de omgeving van de jongeren zorg op maat leveren. Preventief beleid moet zich richten op terreinen waar jongeren zich bewegen. De sociaaleconomische positie van migrantenjongeren in onze samenleving hangt samen met delinquentie. Een lage sociaaleconomische status bepaalt in welke buurt ze opgroeien, dat ze op scholen komen waar meer criminaliteit heerst en waardoor ze vaker blijven zitten en spijbelen. Dit zijn belangrijke voorspellers van criminaliteit en daarop moet de aanpak zich richten. Mijn punt is als volgt: als je bedenkt dat deze jongeren meer blootgesteld staan aan risicofactoren, dan moet je niet eendimensionaal kijken naar iemand die een delict heeft gepleegd, maar naar de omstandigheden waar het is ontstaan.’

 

Aanbevelingen voor beleid en aanpak*:

 

  1. Ontwikkel generiek beleid met ruimte voor cultuursensitieve elementen
    Het bestaande hulp- en preventieaanbod houdt weinig tot geen rekening met de culturele achtergrond van jongeren. Ook is er een duidelijk gebrek aan aansluiting tussen het gezin en instituties zoals de jeugdzorg op opvoedingsondersteuning.
  2. Ondersteun ouders bij goede begeleiding van jongeren op een manier die aansluit bij de Nederlandse samenleving
    Uit onderzoek blijkt dat migrantenouders relatief vaak kampen met opvoedingsonzekerheid.
  3. Richt preventief beleid op de omgeving van jongeren
    Dit moet zich richten op terreinen waar jongeren zich bewegen.
  4. Richt op inclusief beleid, investeer in perspectieven en stimuleer deelname aan de samenleving
    Goede opleidingen en baanzekerheid spelen een belangrijke rol bij een geslaagde integratie. Regulier beleid en gelijke behandeling kan bijdragen aan gevoelens van ‘erbij horen’ en daarmee een preventief effect hebben. Niets doen aan jongeren die afglijden is geen optie.

 

*Op basis van de resultaten van het onderzoek is er een expertmeeting georganiseerd. De uitkomsten van de expertmeeting zijn vertaald in deze aanbevelingen.

Anderen bekeken ook