Gezondheidsproblemen bij statushouders blijven vaak nog verborgen en belemmeren zo de inburgering in Nederland. Ook de toegang tot passende zorg is een probleem, bleek tijdens de bijeenkomst Gezondheid en Inburgering op 23 september in Utrecht. Het nieuwe inburgeringsstelsel moet in ieder geval meer ruimte voor maatwerk bieden. KIS onderzocht hoe gemeenten stautshouders met gezondheidsproblemen goed kunnen ondersteunen.

Slecht slapen, hoofdpijn, depressieve klachten. De ruim veertig professionals die op maandag 23 september naar bijeenkomst van KIS en Pharos, Expertisecentrum Gezondheidsverschillen zijn gekomen, kennen de gezondheidsproblemen van nieuwkomers in Nederland zeker.

Niet alleen het vertrek, de lange reis maar ook de start in een vreemd land zorgen voor allerlei uiteenlopende klachten. Klachten die inburgering in de weg staan. Een nieuwe taal leren, woordjes stampen wordt lastig met flinke hoofdpijn of slaaptekort. De gezondheid van statushouders is relatief slecht, stelt Inge Razenberg, onderzoeker bij KIS. Uit eerder onderzoek van SCP bleek dat 41 procent van de Syrische nieuwkomers met psychische problemen kampt. Flinke aantallen.

Bij psychische problemen gaat de leerbaarheid omlaag

Reden voor KIS en Pharos om - met het oog op het nieuwe inburgeringsstelsel - een verkennend onderzoek uit te voeren naar hoe gezondheidsproblemen de inburgering beïnvloeden en hoe gemeenten, die in het nieuwe inburgeringstelsel een regiefunctie krijgen, statushouders met gezondheidsproblemen kunnen ondersteunen.

Naar het rapport

Snelle oplossing

Onderzoeker Razenberg deelt de belangrijkste bevindingen van het onderzoek. Met name psychische problemen blijken een grote negatieve invloed op de inburgering hebben. ‘De leerbaarheid en concentratie gaan dan omlaag. Het ontbreekt bovendien aan snelle oplossingen. Iemand met rugpijn kan bijvoorbeeld praktisch geholpen zijn met meer pauzes tijdens de lessen.’ De lange wachttijden voor specialistische GGZ-hulp, nog langer voor hulp in eigen taal, helpen niet.

Binnen het huidige inburgeringstelsel is het mogelijk om op medische grond ontheffing aan te vragen. Deze ontheffing wordt door de strenge criteria echter weinig aangevraagd en ook niet vaak toegekend, vervolgt Razenberg. ‘Daardoor wordt niet inzichtelijk welke negatieve invloed gezondheid kan hebben op het kunnen volgen van de inburgering.’

Ontheffing

Waarschijnlijk krijgen statushouders met gezondheidsklachten nu veelal een ontheffing op basis van geleverde inspanning, waardoor de gezondheidsproblemen onzichtbaar blijven. Ontheffing is volgens diverse professionals niet wenselijk, stelt Razenberg: ‘Mensen hebben dan geen mogelijkheid meer om de taal te leren. Terwijl juist voor deze groep taal zo belangrijk is om de weg binnen het Nederlandse zorgsysteem te vinden.’

Een andere bevinding betreft de signalering. Gezondheidsklachten openbaren zich soms pas later. ‘Pas wanneer mensen helemaal geland zijn in Nederland, tot rust zijn gekomen, steken deze klachten vaak de kop op. Ook durven mensen deze klachten meestal niet aan te kaarten. Zo blijven gezondheidsklachten vaak verborgen.’ 

Vrijwilligers en taaldocenten die veel contact hebben met de statushouder weten vaak niet waar ze met signalen heen moeten. ‘Er ontbreekt een structurele ondersteuning voor statushouders met gezondheidsproblemen.’

Thuiszitten

Wahabou Alidou van Werkplein Ability benadrukt tijdens de bijeenkomst het belang van werk en activering. Hij vertelt hoe zijn cliënt van Eritrese afkomst onlangs zelfmoord heeft gepleegd. ‘Hij had geen stress van de reis, hij begreep Nederland gewoon niet. Hij kon de weg niet vinden en wilde niet de hele dag thuiszitten. Thuiszitten is voor sommige mensen echt dodelijk.’

Een andere professional vanuit de gemeente vraagt aandacht voor de toegang tot zorg. ‘Het is heel mooi om beter te signaleren, meer maatwerk, maar wat kunnen we vervolgens doen? Waar verwijzen we naar toe? We weten allemaal hoe groot de wachtlijsten zijn voor gespecialiseerde GGZ-hulp.’ Een ander valt haar bij. ‘De reguliere hulp, van wijkteams bijvoorbeeld, blijkt vaak niet passend. Zeker niet voor bijvoorbeeld de Eritrese groep.’ Elize Smal van Pharos benadrukt dat er afgelopen jaren veel materiaal en trainingen zijn ontwikkeld juist gericht om de eerste lijn professionals beter toe te rusten voor de hulp aan statushouders.

We weten hoe lang de wachtlijsten voor specialistische hulp zijn

Huisarts

Ook het bezoek naar de huisarts van de statushouders blijkt niet zonder hobbels. Vaak is de taal het probleem en artsen maken – vanwege de kosten die niet vergoed worden – nauwelijks gebruik van de tolkentelefoon. Met alle gevolgen van dien. Een trajectbegeleider vertelt hoe haar cliënt met buikpijn twee jaar lang niet werd doorverwezen naar het ziekenhuis. ‘Uiteindelijk bleek hij kanker te hebben. Het is belangrijk om mee te gaan, ook ik spreek de taal niet, maar er gebeurt wel meer.’  Een andere professional vertelt hoe daar – na overleg met de huisartsen – de kosten van de tolkentelefoon door de gemeente worden betaald.

Aanbevelingen voor gemeenten:
  • Ontwikkel een signalerings- en verwijzingsstructuur voor statushouders met gezondheidsproblemen
  • Betrek docenten en andere betrokkenen bij het signaleren van gezondheidsproblemen
  • Voorkom dat statushouders vanwege gezondheidskwesties onder hun niveau inburgeren
  • Besteed aandacht aan zelfredzaamheid en gezondheidsvaardigheden

Activeren

Onderzoeker Razenberg raadt gemeenten aan goed te kijken naar de motivatie van de statushouder. Wat wil hij of zij? Tegelijkertijd erkent ze dat het een ‘taai vraagstuk’ is. Zeker wanneer het bijvoorbeeld mensen met depressieve klachten betreft die eerst een behandeling nodig hebben. ‘Activering is - vanwege de lange wachtlijsten in de psychische gezondheidszorg - dan juist belangrijk.’ Een andere aanbeveling van de onderzoekers is om te investeren in gezondheidsvaardigheden en zelfredzaamheid. ‘Hoe zorg je ervoor dat mensen hun weg kunnen vinden?’

Pas wanneer mensen helemaal geland zijn in Nederland, tot rust zijn gekomen, steken deze klachten vaak de kop op

De gemeenten Haarlem, Gooise Meren en Amsterdam lichten kort toe hoe zij omgaan met gezondheidsklachten. In twee gemeenten blijkt gebruik te worden gemaakt van sleutelfiguren, die een brug slaan tussen statushouders en het zorgsysteem. In Haarlem hebben nieuwkomers een maatje en kunnen ze terecht bij een gespecialiseerde wijkverpleegkundige. Ernstige zorgwekkende situaties worden in een interdisciplinair team besproken. In Amsterdam worden in het kennismakingsprogramma drie dagdelen gewijd aan gezondheid en het gezondheidssysteem.

Maatwerk

In het nieuwe inburgeringstelsel is in ieder geval meer ruimte voor maatwerk. Belangrijk bij gezondheidsklachten, stelt Anne Timmerman van het Ministerie van SZW. ‘De gemeente krijgen de regie en zij krijgen ook de vrijheid om te bepalen hoeveel lesuren iemand nodig heeft. We zetten juist in op de duale trajecten die leren en participeren combineren.’

Brede intake

Elke nieuwkomer in een gemeente begint in het nieuwe inburgeringsstelsel met een brede intake, waarbij ook het thema gezondheid aan bod komt. Dit leidt vervolgens tot een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). ‘Wat ga je doen? Hoe ziet de inburgering eruit? De afspraken leggen we vast in de PIP. Dit plan kan tussentijds worden bijgesteld.’ Samen met de gemeente wordt een keus gemaakt tussen de B1-route, de Onderwijsroute of de Zelfstandig met taal-route, bedoeld voor mensen met beperkt leervermogen.

In de voortgangsgesprekken kunnen gemeenten veel meer dan nu het geval is, de vinger aan de pols houden. ‘Hoe gaat het? Met de studie, met de gezondheid, met het gezin?’ Ook kan er waar nodig verlenging van de inburgeringstermijn worden aangevraagd. Er kan tussentijds natuurlijk van alles in iemand levens gebeuren. Ook qua gezondheid. Volgens Anja Woltman van de gemeente Gooise Meren biedt het nieuwe stelsel zeker kansen. ‘Zeker omdat we als gemeente de regie krijgen. Maar daar horen wel voldoende financiële middelen bij.’   

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

1 + 3 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.