Al jaren jeukten de handen van Majone Steketee (Verwey-Jonker Instituut) om de zeer uitgebreide dataset van een internationaal onderzoek naar jeugdcriminaliteit verder uit te diepen. De mogelijkheden zijn talrijk, maar er is gekozen om in te zoomen op de oververtegenwoordiging van migrantengroepen in de jeugdcriminaliteit. Welke factoren kunnen dit verklaren? En: zijn er verschillen met leeftijdsgenoten uit andere landen? Kennisplatform Integratie & Samenleving gaat dit onderzoeken.

Voor internationale onderzoek is in 2006-2007 data verzameld onder jongeren uit dertig verschillende landen. ‘Daar zaten veel EU-landen tussen, maar bijvoorbeeld ook de Verenigde Staten en Venezuela deden mee’, vertelt Majone Steketee. Er is vooral gekeken naar mogelijke verklaringen waarom jongeren tussen de 12 en 16 jaar delicten plegen, drugs of alcohol gebruiken en welke rol ouders hebben evenals de buurt waar ze in wonen.

De vragenlijsten zijn op scholen afgenomen. ‘Een schoolklas is doorgaans een doorsnee van de Nederlandse samenleving. Met deze aanpak hebben we ook respondenten bereikt die, normaal gesproken, lastiger te porren zijn voor deelname aan een onderzoek.’ Onder deze ‘moeilijk bereikbare respondentengroepen’ behoren onder meer jongeren met een migrantenachtergrond.

‘In het onderzoek was er destijds geen ruimte om groepen uit te lichten, maar we weten dat bepaalde migrantengroepen oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteit. Anderzijds weten we dat migrantenjongeren juist minder alcohol gebruiken. Hoe komt dat? Welke sociaaleconomische omstandigheden kunnen dit verklaren? Binnen Kennisplatform Integratie & Samenleving hebben we nu de unieke kans gekregen om dit verder te onderzoeken. Daarnaast hebben we nu ook de gelegenheid om vergelijkingen te maken tussen landen.’

Het onderzoek

'Dit onderzoek is nodig om een opmerkelijk probleem goed te analyseren. Pas als je weet hoe de kwestie in elkaar steekt, ben je in staat om bij te dragen aan oplossingen'

Allereerst wordt er gekeken naar waarom er in het ene land minder of meer sprake is van jeugdcriminaliteit dan in het ander. Steketee: ‘Als blijkt dat er minder jeugdcriminaliteit voorkomt onder migrantengroepen in België, willen wij graag weten waar dat aan ligt. Is hun sociaaleconomische positie daar beter? Vinden zij daar makkelijk werk en/of een stage? Antwoorden op dit soort vragen bieden kansen voor het ontwikkelen van (gerichter) beleid.’

Dit verdiepende onderzoek levert uiteindelijk een essay op met beleidsaanbevelingen voor de aanpak en voorkoming van jeugdcriminaliteit en middelengebruik onder deze groepen. Steketee begrijpt dat het altijd een punt van discussie is wanneer er specifiek onderzoek wordt gedaan naar migrantengroepen, in het bijzonder met betrekking tot jeugdcriminaliteit. ‘Dergelijk onderzoek is nodig om een opmerkelijk probleem goed te kunnen analyseren. Pas als je weet hoe de kwestie in elkaar steekt, ben je goed in staat om bij te dragen aan oplossingen.’

Sinds vorig jaar wordt de dataverzameling onder jongeren overigens weer herhaald. Meer landen nemen nu deel, waaronder China, Indonesië en Zuid-Korea. Ook is de vragenlijst uitgebreid. ‘Zo vragen we hen nu in hoeverre ze gelegenheid krijgen, bijvoorbeeld om op straat rond te hangen. Maar ook hoe er wordt gekeken naar het optreden van de politie en hoe rechtvaardig zij dat vinden.’

Meer informatie:

Jouw bijdrage

6 + 5 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.