Een steun in de rug geven aan jonge LHBTI’s die twijfelen over hun seksuele oriëntatie en soms met zichzelf in de knoop zitten. Dat beoogt de landelijke campagne ‘Iedereen is anders’, die op 11 oktober is afgetrapt. In het kader van de campagne is de website iedereenisanders.nl vernieuwd en start op sociale media een serie verhalen onder de noemer #kweetniet. Staatssecretaris Paul Blokhuis zei bij de lancering dat in traditioneel christelijke en islamitische families mensen moeite kunnen hebben met het idee dat jongeren 'anders' zijn.

'Ik zie het als een taak om juist die mensen ervan te overtuigen dat het goed is dat jongeren zichzelf zichzelf kunnen zijn. Iedereen moet kunnen meedoen: het is een appèl op de hele samenleving; niet voor niks wapperen vandaag op alle ministeries de regenboogvlaggen', aldus Blokhuis tegen de NOS (bron: NOS).

Suïcide

Jongeren die denken dat zij homo, lesbisch, bi, non-binair of transgender zijn, hebben vier tot vijf keer zo vaak suïcidale gedachten als hun leeftijdsgenoten die denken dat zij hetero zijn. Onacceptabel, vinden het ministerie van VWS, 113 zelfmoordpreventie, het COC Nederland en Movisie. Daarom slaan ze de handen ineen met de campagne ‘Iedereen is anders’.

Centraal onderdeel van deze campagne is de vernieuwde website www.iedereenisanders.nl, die jongeren helpt in hun zoektocht. Via info, tips en verhalen van andere LHBTI’s vinden ze de herkenning en erkenning om zichzelf te accepteren en te beseffen dat zij niet alleen staan. Ook lezen ze er hoe en waar ze steun kunnen zoeken als ze in een dip zitten.
De vernieuwde website bevat ook een gedeelte voor ouders. Hier staan onder andere tips voor hoe zij het gesprek met hun kind kunnen aangaan en hoe zij hun kind kunnen steunen.

Bespreekbaarheid ouder-kind

In het kader van de campagne liet het ministerie van VWS onderzoeken in hoeverre ouders met hun kinderen spreken over de thema’s seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Het onderzoek, ‘Bespreekbaarheid LHBTI’ leert dat zeven op de tien ouders al met hun kind spreken over de seksuele oriëntatie. Moeders (77%) voeren deze gesprekken vaker dan vaders (65%). Over genderidentiteit wordt minder gesproken: minder dan de helft van de ouders, 45%, zegt het daar met hun kind over te hebben. Dit komt doordat ouders nog niet goed weten wat genderidentiteit is.

Jouw bijdrage

11 + 4 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.