Hoe gaat Duitsland met uitgeprocedeerde asielzoekers om? Wat houdt de Duitse aanpak nu precies in? Op deze vragen geeft nieuwe KIS-verkenning Duldung antwoord. Nederlandse steden volgen met belangstelling ontwikkelingen over de grens. 

‘We merken dat bij Nederlandse gemeenten veel vragen leven over de Duitse aanpak. Hoe doen ze het daar? Wat mogen uitgeprocedeerde asielzoekers in Duitsland qua werk, wonen, opleiding?’, verduidelijkt KIS-onderzoeker Kirsten Tinnemans. 

Het Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt (LOS) en het Steunpunt Vluchtelingen (ASKV) klopten met soortgelijke vragen bij KIS aan. Reden voor KIS om de situatie in Duitsland te verkennen. De nieuwe publicatie, waarvoor Duitse experts zijn geïnterviewd, is een vervolg op de KIS-literatuurstudie over Duldung die vorig jaar verscheen. In de nieuwe publicatie zijn, benadrukt Tinnemans, de effecten van Duldung op terugkeer of op integratie niet onderzocht. ‘Het is een inventariserende studie die laat zien hoe het systeem in Duitsland is ingericht.’ 

Naar de verkenning

In Duitsland wordt het juist als relevant gezien om te investeren in deze mensen, zodat ze toch perspectief op ontwikkeling hebben.

Tijdelijk

De verschillen met Nederland zijn groot. In Duitsland krijgen uitgeprocedeerde asielzoekers die nog niet uitgezet kunnen worden, een document de zogeheten Duldung. Letterlijk vertaald: Tolerantie. Dit houdt in dat de plicht om het land te verlaten tijdelijk is uitgesteld en ‘Geduldeten’ hebben daarmee ook rechten om in Duitsland te wonen, om te werken en de mogelijkheid om een opleiding te volgen. Na acht jaar verblijf in Duitsland kunnen ze een aanvraag doen voor permanent verblijf, waarbij vooral gekeken wordt naar de werksituatie en of iemand zelfstandig in zijn levensonderhoud kan voorzien. Ook moet hij/zij de Duitse taal op minimaal A2-niveau beheersen. De achterliggende gedachte is dat met behulp van Duldung mensen in afwachting van eventuele terugkeer, actief zijn en werken aan hun integratie. Ook zorgt het systeem ervoor dat de groep uitgeprocedeerde asielzoekers in beeld blijven. Tinnemans: ‘Een heel andere benadering dan de Nederlandse. Hier stopt de opvang vrij abrupt en hadden uitgeprocedeerde asielzoekers tot voor kort geen tijd om zich te bezinnen op hun toekomst en stappen te zetten. In Duitsland wordt het juist als relevant gezien om te investeren in deze mensen, zodat ze toch perspectief op ontwikkeling hebben.’

Kinderen

In totaal gaat het in Duitsland om circa 163.000 geduldeten. Bijna dertig procent van deze groep zijn kinderen. De meeste Duldungen worden afgegeven in gevallen waar terugkeer naar land van herkomst niet mogelijk is: omdat papieren ontbreken of vanwege ziekte. Volgens de geïnterviewde Duitse experts gaat het erom dat Geduldeten hun kansen pakken, door bijvoorbeeld een beroepsopleiding te volgen in een sector waar een tekort aan arbeidskrachten bestaat. Duldung kan, volgens de experts, dan goed uitpakken. Onderzoeker Tinnemans: ‘We zien ook dat deze aanpak aansluit bij de behoeftes van de Duitse arbeidsmarkt, dat is een insteek die misschien ook interessant kan zijn voor de Nederlandse setting.’ 

Keerzijde is volgens de Duitse professionals wel dat Duldung veel onzekerheid met zich meebrengt. Het duurt minimaal acht jaar voor dat een aanvraag voor een permanente verblijfsvergunning kan worden gedaan.

Pilot

In Nederland leidde de aanpak van uitgeprocedeerde asielzoekers tot de verhitte bed-bad-brood discussie, waarin de vraag of gemeenten wel opvang mogen bieden centraal stond. Grote steden zoals Amsterdam en Utrecht die noodopgang bieden, leken daarmee tegen het landelijke beleid in te gaan. De nieuwe pilot Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) die dit jaar in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven en Groningen in samenwerking met het ministerie van Veiligheid en Justitie is gestart, biedt meer ruimte voor de lokale overheden. Tinnemans: ‘De pilot voorziet in tijdelijke opvang, zodat mensen zich geen zorgen meer hoeven te maken waar ze die nacht slapen. We weten uit recent impactonderzoek van ASKV hoeveel stress dit in de praktijk vaak oplevert. Ook krijgen ze ondersteuning en begeleiding aangeboden.’

Dat zou eigenlijk inhouden, als je die redeneertrant volgt, dat wanneer iemand terug zou moet naar Darfur, we het hier erger moeten maken dan in Darfur? Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een beschaafd land.

Erkenning

Niene Oepkes, beleidsadviseur van de gemeente Utrecht, noemt de pilot een erkenning voor de positie van de grote steden. Utrecht biedt al sinds 2001 gerichte ondersteuning aan uitgeprocedeerde asielzoekers. ‘We zijn tegen illegaliteit, omdat het mensen altijd in de narigheid brengt. Dat is de insteek. Wat voorheen de oplossing leek binnen de rijksaanpak, het beëindigen van de voorzieningen, is tegelijkertijd het probleem voor de steden als deze mensen niet daadwerkelijk het land verlaten en kunnen vertrekken.'

Utrecht heeft zich volgens Oepkes daarom sterk gemaakt voor het bieden van perspectief aan de uitgeprocedeerde asielzoekers. ‘Wij staan voor duurzame oplossingen. Dat kan terugkeer zijn, doormigratie of, indien aan de orde, een reële nieuwe asielaanvraag.’ De gedachte om mensen op straat te zetten en hen zo tot vertrek te dwingen en ‘Nederland uit te drukken’, werkt volgens Oepkes in de praktijk niet. ‘Dat zou eigenlijk inhouden, als je die redeneertrant volgt, dat wanneer iemand terug zou moet naar Darfur, we het hier erger moeten maken dan in Darfur? Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een beschaafd land, zoals een beschaafd land ook geen uitgehongerde zwervers op straat kan willen.’ 

Kennisdeling

Utrecht volgt met belangstelling ontwikkelingen over de grens. De gemeente was zelfs voorzitter van het door de Universiteit van Oxford ontwikkelde internationaal C-MISE project, kort voor City Initiative on Migrants with Irregular Status in Europe, waarbij kennisdeling tussen een groot aantal Europese steden centraal stond. ‘De onderlinge verschillen blijken enorm. Zo worden in een stad als Barcelona ongedocumenteerden bijvoorbeeld als ‘future citizens’ gezien en in die toekomstige inwoners wordt ook geïnvesteerd. Een totaal andere benadering’, stelt Oepkes. 

Ze is ook geïnteresseerd in de Duitse aanpak, zeker met het oog op de nieuwe pilot in Nederland. ‘Met Duldung hou je de groep als overheid in beeld, dat is precies wat we hier met de pilot eveneens willen bereiken en zo kan ook voorkomen worden dat mensen worden uitgebuit. In Duitsland wordt al geïnvesteerd in de ontwikkeling van mensen. Mensen blijken uiteindelijk vaker bereid terug te keren wanneer ze het gevoel hebben de jaren hier niet alleen maar te zijn afgegleden maar nog de kracht hebben weer verder te gaan. Perspectief bieden daar draait het in de nieuwe pilot ook om.’

Ze hoopt dat de nieuwe pilot een impuls zal zijn voor de samenwerking tussen gemeenten en rijk. ‘Voor veel mensen is het Nederlandse vreemdelingenbeleid tot op heden weinig transparant en daarmee vaak Kafka in de polder. Ik hoop dat met deze pilot een brug geslagen wordt naar de samenleving, ongeacht politieke voorkeuren.’ 

Bekijk hier het onderzoek

Anderen bekeken ook

  • Ondanks dat op basis van wet- en regelgeving de medisch noodzakelijke zorg toegankelijk zou moeten zijn voor deze groep migranten, blijkt de...
    Bekijk

Jouw bijdrage

14 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.